Uitspraak over bestuurlijk verplaatsen van demonstranten na beëindigen demonstratie
De voorzitter van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland mocht een demonstratie van Extinction Rebellion in 2020 beëindigen nadat demonstranten zich niet aan de voorschriften hadden gehouden. Ook mocht zij met een noodbevel de demonstranten opdracht geven om te vertrekken. De voorzitter mocht echter geen opdracht geven om de demonstranten met bussen te verplaatsen naar een voor hen onbekende locatie als zij het noodbevel niet opvolgden.
Dit wordt ‘bestuurlijk verplaatsen’ genoemd en daarvoor is een specifieke wettelijke grondslag nodig. Die bestaat wel, maar die gebruikte de voorzitter niet. Daarom oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak in een uitspraak van vandaag (30 juli 2025) dat het bestuurlijk verplaatsen van de demonstranten in dit geval onrechtmatig was. De rechtbank Amsterdam kwam eerder al tot dezelfde conclusie.
Achtergrond
Het gaat in deze zaak om een demonstratie van Extinction Rebellion in september 2020 op het Gustav Mahlerplein in Amsterdam. De voorzitter had de demonstratie toegestaan, maar had daaraan wel voorschriften verbonden. Zo mochten de demonstranten geen wegen en gebouwen blokkeren. Op de dag van de demonstratie werd echter de kruising van de Beethovenstraat en de Gustav Mahlerlaan geblokkeerd. De voorzitter besloot toen de demonstratie te beëindigen. Ook nam zij een noodbevel op grond waarvan de demonstranten moesten vertrekken. Deden zij dat niet, dan zouden zij met bussen naar een andere plek worden vervoerd.
Bestuurlijk verplaatsen
De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat met het vervoeren van de demonstranten per bus naar een voor hen onbekende locatie hun vrijheid tijdelijk is ontnomen. De Grondwet eist daarvoor een voldoende specifieke wettelijke bevoegdheid. De voorzitter baseerde het bestuurlijk verplaatsen op de algemene noodbevoegdheid van artikel 175 van de Gemeentewet, maar die is daarvoor niet bedoeld. Daarvoor is artikel 176a van de Gemeentewet in het leven geroepen. Die bevoegdheid is het aangewezen middel voor situaties als deze. Omdat de voorzitter het bestuurlijk verplaatsen baseerde op de verkeerde bevoegdheid komt de Afdeling bestuursrechtspraak, net als de rechtbank tot de conclusie dat het bestuurlijk verplaatsen van de demonstranten in dit geval onrechtmatig was.

Lees hier de hele uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak met zaaknummer 202205886/1.