Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Actueel ›
  3. Nieuws ›
  4. Minister moet meer gewicht toekennen aan belang van het kind in zaken over afsluitende regeling ‘kinderpardon’

Minister moet meer gewicht toekennen aan belang van het kind in zaken over afsluitende regeling ‘kinderpardon’

Gepubliceerd op 1 juli 2026

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt in drie uitspraken van vandaag (1 juli 2026) dat de minister van Asiel en Migratie geen goede belangenafweging heeft gemaakt in zaken over de afsluitende regeling ‘kinderpardon’ tussen het belang van Nederland en de belangen van kinderen. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak moet de minister de belangen van deze kinderen die langdurig in Nederland verblijven zwaarder laten wegen dan het belang van Nederland bij een restrictief toelatingsbeleid. Zij draagt de minister daarom op in deze gevallen de kinderen en hun ouders een verblijfsvergunning te verlenen.

Achtergrond

Twee Nigeriaanse gezinnen en een Armeens gezin hebben in 2019 verblijfsvergunningen aangevraagd op grond van de Afsluiting Definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen, de zogenoemde afsluitende regeling ‘kinderpardon’. Het gaat om vijf kinderen die in Nederland zijn geboren tussen 2009 en 2018 en twee kinderen die sinds 2014 in Nederland wonen. De gezinnen vinden dat zij zo lang in Nederland wonen en hier een privéleven hebben opgebouwd, dat zij het recht hebben om hier te blijven. De minister heeft de verblijfsaanvragen afgewezen. Volgens hem weegt zwaar in het nadeel van de gezinnen dat zij hun privéleven in Nederland hebben opgebouwd, terwijl het onzeker was of zij wel in Nederland mochten blijven. De minister vindt dat er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn om de gezinnen toch een verblijfvergunning te verlenen. De gezinnen vinden juist dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van hun kinderen.

Belangenafweging

Bij de beoordeling van aanvragen om een verblijfsvergunning op grond van de afsluitende regeling ‘kinderpardon’, moet de minister een belangenafweging maken tussen het belang van Nederland bij een restrictief toelatingsbeleid en onder meer het belang van het langdurig in Nederland verblijvende kind. Op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft iedereen het recht op eerbiediging van zijn privéleven. Dat is een grondrecht. Bij het maken van deze belangenafweging laat de minister zwaar in het nadeel van de kinderen en hun ouders meewegen dat het vanaf het begin van hun verblijf onzeker is of zij rechtmatig in Nederland mogen blijven. Zij hebben hun privéleven in Nederland opgebouwd in een tijd dat zij hier onrechtmatig verblijven. Daarom verleent de minister een verblijfsvergunning alleen als er uitzonderlijke omstandigheden zijn.

De minister moet belang van het kind zwaar laten wegen

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister geen goede belangenafweging heeft gemaakt door er alleen op te wijzen dat de gezinnen hun privéleven hebben opgebouwd, terwijl het onzeker was of zij in Nederland mochten blijven. De minister had de belangen van de kinderen die langdurig in Nederland verblijven beter in zijn besluiten moeten betrekken en zwaarder in hun voordeel moeten wegen dan dat hij heeft gedaan. Ook als het privéleven is opgebouwd tijdens onrechtmatig verblijf, moet de minister daaraan aanzienlijk gewicht toekennen, in het belang van het kind. Hij had dit belang samen met de overige individuele omstandigheden moeten aanmerken als uitzonderlijke omstandigheden.

De gezinnen mogen in Nederland blijven

Omdat de kinderen al jarenlang in onzekerheid leven over hun verblijf in Nederland en dit een negatief effect heeft op hun ontwikkeling, is de Afdeling bestuursrechtspraak van oordeel dat er een einde moet komen aan deze rechtszaken. Daarom oordeelt zij dat de minister een verblijfsvergunning moet verlenen aan de drie gezinnen.


Lees hier de drie uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • 202400459/1/V1
  • 202405347/1/V1
  • 202500252/1/V1

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon