De leer van ‘schaarse rechten’ geldt ook voor begrotingssubsidies
Gemeenten en provincies moeten bij het verstrekken van een subsidie in beginsel mededingingsruimte bieden bij het verdelen van schaarse subsidiemiddelen. Ook als het gaat om een begrotingssubsidie.
Dat voor een begrotingssubsidie niet wettelijk hoeft te worden geregeld voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt en dat een vertegenwoordigend lichaam, zoals de gemeenteraad of provinciale staten, de begroting vaststelt, betekent niet dat het bestuursorgaan bij de verstrekking van begrotingssubsidies geen gelijke kansen hoeft te bieden. Dat staat in een uitspraak die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (23 juli 2025) heeft gedaan.
Objectieve, toetsbare en redelijke criteria
Anders dan bij subsidies die zijn verleend op basis van de wet, waarbij een beperking van mededingingsruimte in die wet moet zijn geregeld, kan de verstrekker van een begrotingssubsidie de ruimte begrenzen om mee te dingen, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij sluit hierbij aan bij de zogeheten Didam I- en Didam II-arresten van de Hoge Raad. Als bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde is voor de subsidie, kan een begrotingssubsidie aan deze serieuze gegadigde worden verstrekt. Voor het bieden van mededingingsruimte moet de subsidieverstrekker zijn voornemen dan wel minimaal acht weken van tevoren bekendmaken, zodat iedereen daarvan kennis kan nemen. Daarbij moet de subsidieverstrekker deugdelijk motiveren waarom er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de subsidie op grond van deze criteria. Op deze manier krijgen belanghebbenden de mogelijkheid om te betwisten dat er één serieuze gegadigde is of om te betwisten dat de gestelde criteria aan de eisen voldoen. Als een belanghebbende dit betwist en de subsidieverstrekker vasthoudt aan zijn voornemen, moet hij in zijn subsidiebesluit deugdelijk motiveren waarom er niettemin maar één serieuze gegadigde is op grond van de gestelde criteria en waarom de ander geen serieuze gegadigde is of waarom de criteria wel aan de eisen voldoen.
Achtergrond van de zaak
In de rechtszaak waarin de Afdeling bestuursrechtspraak haar uitspraak heeft gedaan, ging het over het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas om een subsidie te verlenen van ruim € 265.000 per jaar aan Stichting Vorkmeer voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026. Stichting Vorkmeer is sinds 2019 werkgever van zogeheten combinatiefunctionarissen in de gemeente die zich beroepsmatig bezighouden met het bevorderen van sport, bewegen en cultuurparticipatie. Negen B.V. is een bedrijf dat voor andere gemeenten vergelijkbare activiteiten uitvoert. Zij wil dit ook doen voor de gemeente Peel en Maas. Daarom had de gemeente volgens Negen B.V. voor de verlening van de subsidie aan Vorkmeer een openbare, transparante en eerlijke procedure moeten volgen zodat ook zij kon meedingen naar de subsidie. Het college van B&W is het daar niet mee eens, omdat de subsidie die is verleend aan Stichting Vorkmeer past binnen het streven van de gemeente naar duurzaam partnerschap.
Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak
Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het college van B&W van Peel en Maas niet deugdelijk gemotiveerd waarom Stichting Vorkmeer op basis van objectieve, toetsbare en redelijke criteria de enige serieuze gegadigde is. Het college van B&W moet dan ook opnieuw op de subsidieaanvraag van Stichting Vorkmeer beslissen en kan daarvoor een tenderprocedure opzetten of de subsidie aan de enige serieuze gegadigde verlenen.

Lees hier de hele uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak met zaaknummer 202406518/1.