Voorlichting over geschilbeslechting in het verkiezingsproces
De Grondwet bepaalt dat de volksvertegenwoordiging zelf beslist over geschillen die gaan over de stemming en de vaststelling van de uitslag van verkiezingen. Het is in Nederland niet mogelijk om deze verkiezingsgeschillen aan de rechter voor te leggen. Internationaal is de trend om de rechter hier wel bij te betrekken, zoals ook blijkt uit recente uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Mede daarom overweegt de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om dit ook in Nederland mogelijk te maken. De minister heeft de Afdeling advisering van de Raad van State om zogenoemde voorlichting gevraagd over de vraag hoe in het Nederlandse bestel onafhankelijke geschilbeslechting bij verkiezingen kan worden versterkt. De Afdeling advisering heeft op 10 juli 2024 de voorlichting vastgesteld. De voorlichting is op 15 juli 2024 gepubliceerd op de website van de Raad van State.
Rechtsbescherming bij kiesrechtelijke geschillen
Uit uitspraken van het EHRM over het Belgische en het IJslandse stelsel blijkt dat ook in het vergelijkbare Nederlandse stelsel de onafhankelijke geschilbeslechting moet worden versterkt. Hierin kan het vertegenwoordigend orgaan een belangrijke rol blijven vervullen om geschillen zelf te behandelen. De minister heeft het voornemen om deze rol aan te vullen met een vorm van rechtsbescherming. Concreet wordt gedacht aan een beroepsmogelijkheid bij de bestuursrechter. De Afdeling advisering concludeert inderdaad dat een onafhankelijke instantie een rol moet krijgen bij het beslechten van verkiezingsgeschillen. Voor de Afdeling advisering zou dit bij voorkeur de bestuursrechter zijn.
Andere verbeteringen
Op basis van de EHRM-rechtspraak verdienen volgens de Afdeling advisering ook andere verbeteringen de aandacht. Zo moet verduidelijkt worden hoe geschillen worden beoordeeld. Bijvoorbeeld: wanneer is een stemming ongeldig verlopen of hoe behandelt de volksvertegenwoordiging de geschillen? Hiermee wordt voorkomen dat geschilbeslechting willekeurig plaatsvindt.
Voortvarend verloop van verkiezingen
Beroepsprocedures kunnen ertoe leiden dat een nieuwgekozen volksvertegenwoordiging niet op tijd kan aantreden. Zolang een uitslag niet onherroepelijk is vastgesteld, kunnen volksvertegenwoordigers niet goed hun mandaat uitoefenen. Alleen al daarom is het nodig om de beroepsmogelijkheid duidelijk te begrenzen. Ook moet oneigenlijk gebruik van beroepsprocedures worden voorkomen. Bij het inrichten van de procedure moet hiermee rekening worden gehouden. De Afdeling advisering noemt in de voorlichting hiervoor enkele mogelijkheden. Zo moet de minister nadenken over de afbakening van de toegang tot de onafhankelijke beroepsinstantie: wie kan beroep instellen en binnen welke termijn?
Gevolgen voor het aantreden van nieuwe volksvertegenwoordigers
Tot slot vraagt de Afdeling advisering aandacht voor de mogelijke gevolgen voor het aantreden van de nieuwe volksvertegenwoordigers. Vanwege de grondwettelijke zittingstermijn kan er namelijk een tijdelijk vacuüm ontstaan waarin er geen of geen voltallige volksvertegenwoordiging is. De minister ziet twee mogelijkheden om dat risico weg te nemen. De eerste mogelijkheid is het toelaten van de nieuwgekozen leden onder voorbehoud. De tweede mogelijkheid is het pas toelaten van nieuwe leden nadat beroepsprocedures volledig zijn afgerond. De Afdeling advisering geeft de voorkeur aan de tweede mogelijkheid. Toelating onder voorbehoud ondergraaft het gezag en de ambtsuitoefening van de leden om wie het gaat. In afwachting van de afronding van de beroepsprocedures zou de volksvertegenwoordiging in ‘oude’ samenstelling kunnen aanblijven om te voorkomen dat er gedurende die periode geen volksvertegenwoordiging is. Deze periode moet wel zo kort mogelijk duren.

Lees hier de volledige tekst van de voorlichting van de Afdeling advisering.