Advies over jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen in de industrie
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 10 december 2025 het advies vastgesteld over het Wetsvoorstel jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie. Het advies is op 15 december 2025 gepubliceerd op de website van de Raad van State.
Inhoud van het wetsvoorstel
Het wetsvoorstel implementeert de Europese richtlijn hernieuwbare energie (RED) en verplicht exploitanten van industriële installaties om jaarlijks een bepaalde hoeveelheid hernieuwbare waterstof te gebruiken. Deze jaarverplichting moet bijdragen aan het behalen van de verplichting die op grond van de richtlijn op Nederland rust om in 2030 en 2035 ten minste 42% respectievelijk 60% hernieuwbare waterstof toe te passen. De jaarverplichting loopt op van 4% in 2030 naar 9,9% in 2035. Dit is op zichzelf nog niet voldoende om de lidstaatverplichting te halen. Uit meerdere rapporten blijkt dat de lidstaatverplichting ambitieus is, vooral voor een land als Nederland, dat de op-een-na-grootste gebruiker van waterstof in de EU is. De regering kiest ervoor de lidstaatverplichting te implementeren door een combinatie van de jaarverplichting, waarop het wetsvoorstel ziet, en productie- en vraagsubsidies.
Voldoen aan de lidstaatverplichting
De Afdeling advisering ziet een significant risico dat de jaarverplichting en de verwachte bijdrage van subsidies onvoldoende zullen zijn om de lidstaatverplichtingen in 2030 en 2035 te halen. Het is van belang dat er een balans is tussen wat voor marktdeelnemers hanteerbaar is en het treffen van alle mogelijke maatregelen waarmee de lidstaatverplichting daadwerkelijk kan worden gehaald. De Afdeling adviseert de regering om meer aandacht te besteden aan de vraag of het gekozen instrumentarium geschikt is om te voldoen aan de lidstaatverplichting of in de toelichting bij het wetsvoorstel te verduidelijken welke aanvullende stappen worden gezet om aan de verplichting te voldoen.
Uitzonderingen op de jaarverplichting
In Nederland wordt veel waterstof gebruikt in de productie van ammoniak. Het wetsvoorstel zondert waterstofgebruik voor ammoniakproductie gedeeltelijk uit van de jaarverplichting. De Afdeling wijst erop dat de Europese richtlijn geen uitzondering bevat voor ammoniakproductie. Om onduidelijkheid te voorkomen, is het van belang dat er voldoende zekerheid is dat de uitzonderingen op de jaarverplichting in de wet aansluiten bij wat de Europese richtlijn toestaat. De Afdeling adviseert de regering om beter toe te lichten dat de uitzonderingen die de regering in de wet wil opnemen juridisch houdbaar zijn, en om zo nodig het wetsvoorstel hierop aan te passen.
Toezicht op emissiereductie
Marktdeelnemers moeten opgave doen van de reductie van de broeikasgasemissie van de waterstof. Het wetsvoorstel gaat ervan uit dat deze opgaven in de hele toeleveringsketen worden gecontroleerd, vanaf de producent tot en met de eindgebruiker. Certificeringsorganen moeten deze opgegeven emissiereductie verifiëren. De Afdeling adviseert de regering om in de toelichting bij het wetsvoorstel te verduidelijken op welke wijze de betrouwbaarheid van deze opgaven is gewaarborgd.
Conclusie
De Afdeling advisering adviseert de regering om rekening te houden met haar adviesopmerkingen voordat het voorstel bij de Tweede Kamer wordt ingediend.

Lees hier het hele advies van de Afdeling advisering.