Minister van Asiel en Migratie mag leeftijdsschouw blijven gebruiken
De minister van Asiel en Migratie mag de zogenoemde leeftijdsschouw blijven gebruiken om in te schatten of een asielzoeker minderjarig is of niet. De IND gebruikt de leeftijdsschouw als een asielzoeker zegt dat hij minderjarig is, maar dat niet met identiteitsdocumenten kan onderbouwen. De leeftijdsschouw zoals die nu wordt toegepast is een zorgvuldige en bruikbare methode, als de conclusies daarvan ook duidelijk gemotiveerd in een verslag worden opgenomen. Als de leeftijdsschouw geen duidelijkheid biedt over de meer- of minderjarigheid, moet de minister ervan uitgaan dat de asielzoeker minderjarig is. Dit staat in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (20 augustus 2025).
Achtergrond van de zaak
In deze zaak gaat het om een Eritrese man die zegt dat hij minderjarig was toen hij zijn asielaanvraag indiende. De minister twijfelt echter over de leeftijd die de man had opgegeven en heeft nader onderzoek daarnaar gedaan. Daaruit bleek dat de man in Italië staat geregistreerd als meerderjarige. De minister is vervolgens hiervan uitgegaan. De man is het hier niet mee eens.
Zorgvuldig en bruikbaar
De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat de leeftijdsschouw zoals deze nu wordt toegepast zorgvuldig is en dat dit een bruikbaar middel is om een inschatting te maken van iemands leeftijd als daarover twijfel bestaat. Daarbij is van belang dat medewerkers van de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (DISA) en de IND een opleiding krijgen van externe deskundigen uit verschillende disciplines waarbij aandacht is voor aspecten als taalgebruik, houding, gedrag en fysiek voorkomen. De DISA en de IND houden bovendien rekening met de eventuele minderjarigheid van de persoon die zij schouwen door onder meer de wijze van het stellen van vragen aan te passen tijdens de leeftijdsschouw. De conclusies van de leeftijdsschouw moeten goed worden gemotiveerd in een verslag. Als de leeftijdsschouw niet tot een duidelijke conclusie leidt of iemand meer- of minderjarig is, dan moet de minister ervan uitgaan dat de asielzoeker minderjarig is, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.
Gevolg van de uitspraak
Omdat de leeftijdsschouw niet tot een duidelijke conclusie heeft geleid, mocht de minister deze niet betrekken bij zijn standpunt dat twijfel bestaat over de leeftijd die de Eritrese man heeft opgegeven. Gevolg van de uitspraak van vandaag is dat de minister een nieuw besluit moet nemen over zijn leeftijd. Als de minister zich in dat nieuwe besluit nog steeds op het standpunt stelt dat de man meerderjarig was bij zijn asielaanvraag, dan moet de minister dat onderbouwen met onderzoek.

Lees hier de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak met zaaknummer 202404551/1.