Advies over wetsvoorstel uitwerking burgerschapsopdracht WEB
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 8 april het advies vastgesteld over de Wet uitwerking burgerschapsopdracht WEB. Het advies is op 13 april gepubliceerd op de website van de Raad van State.
Inhoud wetsvoorstel
Het wetsvoorstel introduceert, in navolging van de regeling voor het funderend onderwijs, een burgerschapsopdracht voor mbo-instellingen en voor instellingen die opleidingen voor het voorgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) aanbieden. De voorgestelde burgerschapsopdracht bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste een verplichting om binnen de instelling een cultuur en omgang met elkaar te bevorderen die in overeenstemming is met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat. Een uitbreiding ten opzichte van het funderend onderwijs is dat daarbij in ieder geval aandacht moet zijn voor de waarden vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit.
Ten tweede omvat de burgerschapsopdracht een verplichting tot het verzorgen van burgerschapsonderwijs met inachtneming van de basiswaarden en de kwalificatie-eisen voor burgerschap. Op het vavo is dit tweede onderdeel niet van toepassing.
Verschillende verplichtingen
De verplichting tot het geven van burgerschapsonderwijs is van een andere aard dan de verplichting tot het bevorderen van bepaalde waarden binnen de instelling. De burgerschapsopdracht is een inspanningsverplichting voor instellingen. De verplichting tot het verzorgen van burgerschapsonderwijs is een resultaatsverplichting. Dit verschil heeft ook gevolgen voor het toezicht. Vanwege dit verschil in verplichtingen adviseert de Afdeling advisering de verplichting tot het verzorgen van burgerschapsonderwijs niet in de burgerschapsopdracht onder te brengen.
Meer woorden zeggen soms minder
De Afdeling advisering merkt op dat het in de wet opnemen van de basiswaarden vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit hun rijkheid, nuance en verscheidenheid tekort doet. De uitvoerige toelichting bij deze en andere basiswaarden maakt dat niet anders.
De algemene burgerschapsopdracht moet worden gezien in het licht van de pluriformiteit van de samenleving. Dat wil zeggen dat achter het begrip burgerschap een veelheid van waarden schuilgaat. Die zijn qua aantal, betekenis en onderlinge verhouding voortdurend onderwerp van maatschappelijk debat. De algemene zorgplicht voor mbo-instellingen leent zich dan ook niet goed voor een wettelijke concretisering.
Al met al maakt deze uitbreiding van de definitie het begrip burgerschap voor instellingen niet duidelijker. Dat is wel de bedoeling van het wetsvoorstel. De Afdeling adviseert daarom de basiswaarden vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit uit de burgerschapsopdracht te schrappen. Ook adviseert ze de bevindingen van de evaluatie van de burgerschapsopdracht voor het funderend onderwijs mee te nemen in dit wetsvoorstel. Hieruit blijkt dat scholen vooral behoefte hebben aan een duidelijk curriculum en praktijkvoorbeelden, omdat in het onderwijs het fundament wordt gelegd voor de cultuur en de omgang met elkaar.
Regels kweken geen burgers
De wettelijke opsomming van basiswaarden en de zeer uitvoerige toelichting daarbij dreigt bovendien een open gesprek binnen instellingen over deze waarden en de kwalificatie-eisen te belemmeren. Het bevorderen van een instellingscultuur die in overstemming is met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat hangt dan ook niet zozeer af van het naleven van regels en voorschriften, maar juist van houding, gedrag en ruimte voor een open gesprek.
Het belang van dit open gesprek betekent voor het toezicht van de inspectie dat het onderwerp zich minder goed leent voor uitsluitend een controle op de naleving van de wettelijke voorschriften. De inspectie kan, in het kader van stimulerend, meer ondersteunend toezicht, instellingen bijvoorbeeld voorzien van goede praktijkvoorbeelden die kunnen helpen om abstracte onderwerpen rondom de instellingscultuur te concretiseren.
Conclusie
De Afdeling advisering heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het bij de Tweede Kamer wordt ingediend.

Lees hier het hele advies van de Afdeling advisering.