Afdeling bestuursrechtspraak vraagt conclusie over rechterlijke toetsing evenredigheid

Gepubliceerd op 3 februari 2021

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een conclusie gevraagd aan staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over hoe indringend de bestuursrechter bestuurlijke maatregelen moet toetsen en wat daarbij de betekenis is van het evenredigheidsbeginsel. Het gaat concreet om een besluit waarbij een dwangsom wordt ingevorderd en om besluiten tot sluiting van een woning na een drugsvondst in die woning.

Verzoek aan staatsraad advocaat-generaal

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak vraagt de staatsraad advocaat-generaal een algemeen kader te schetsen en daarbij een aantal aandachtspunten te betrekken, zoals:

  • de rechtsbasis van de rechterlijke toetsing aan evenredigheid (EVRM, EU-recht of nationaal recht);
  • in welke gevallen de rechter besluiten van bestuursorganen kan toetsen aan evenredigheid;
  • met welke omstandigheden de bestuursrechter rekening kan of moet houden;
  • hoe indringend de toetsing kan zijn als de bevoegdheid voor het bestuur om een bestuurlijke maatregel op te leggen “wettelijk of beleidsmatig is gefixeerd”; en
  • of het daarbij uitmaakt dat er voor dezelfde overtreding ook andere bestuursrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen zijn opgelegd.

Achtergrond: de drie rechtszaken

De staatsraad advocaat-generaal is gevraagd dit algemene kader ook toe te passen op de drie concrete rechtszaken waarin de conclusie is gevraagd. De eerste zaak met zaaknummer 202000475/1 gaat over het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een dwangsom van € 50.000 in te vorderen wegens overtreding van de Huisvestingswet, nadat eerder daarvoor al een boete was opgelegd. De tweede zaak met zaaknummer 202002668/1 gaat over het besluit van de burgemeester van Harderwijk om een woning voor zes maanden te sluiten nadat er in de woning drugs waren gevonden. De laatste zaak met zaaknummer 202006932/1 gaat ook over de sluiting van een woning vanwege drugsvondst, maar in dit geval gaat het om de sluiting van een woning in de gemeente Waadhoeke voor een periode van een jaar. In alle drie de zaken spelen vragen over de indringendheid van de rechterlijke toetsing van bestuurlijke maatregelen in het licht van het evenredigheidsbeginsel.

Verdere verloop van de procedure

Een zogenoemde grote kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelt de zaken op 23 april 2021 op een rechtszitting. Een grote kamer bestaat uit vijf staatsraden. Staatsraad advocaat-generaal Widdershoven heeft na de zitting zes weken de tijd om een conclusie te nemen. Partijen krijgen vervolgens twee weken de tijd om daarop te reageren. Hierna zal de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak doen in de drie zaken.

Nemen van een conclusie

De conclusie van de staatsraad advocaat-generaal geeft voorlichting aan de Afdeling bestuursrechtspraak, maar bindt haar niet. Met het nemen van een conclusie door de staatsraad advocaat-generaal wordt meer dan met de rechterlijke uitspraak zelf gelegenheid geboden om een rechtsvraag te plaatsen in een breder verband. De conclusie draagt daardoor bij aan de rechtseenheid en rechtsontwikkeling.