Afdeling bestuursrechtspraak wisselt van gedachten met professionals in het vreemdelingenrecht

Gepubliceerd op 15 januari 2020

De Afdeling bestuursrechtspraak zal ook in 2020 weer van gedachten gaan wisselen met advocaten, rechters, de IND en wetenschappers over de vreemdelingenrechtspraak. Te denken valt bijvoorbeeld aan bijeenkomsten over belangrijke ontwikkelingen op het gebied van het vreemdelingenrecht. De bijeenkomsten die de Afdeling bestuursrechtspraak het afgelopen jaar organiseerde naar aanleiding van de overzichtsuitspraak over de zogenoemde verkorte motivering in uitspraken, zijn goed bevallen. Bovendien hebben die bijeenkomsten geleid tot een nieuwe werkwijze van de Afdeling bestuursrechtspraak in vreemdelingenzaken.

Aanleiding

In april 2019 deed de Afdeling bestuursrechtspraak een overzichtsuitspraak over de betekenis en toepassing van uitspraken die zij met toepassing van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 met een verkorte motivering afdoet. Dit soort uitspraken ervaart de rechtspraktijk soms als onbevredigend, omdat de Afdeling bestuursrechtspraak daarin alleen met een korte standaardoverweging aangeeft waarom een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank niet slaagt.

Na deze overzichtsuitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak twee bijeenkomsten georganiseerd waar met advocaten, rechters, vertegenwoordigers van de IND en wetenschappers in een open sfeer is gesproken of en hoe de werkwijze van de verkort gemotiveerde uitspraak aangepast kan worden.

Nieuwe werkwijze

Deze bijeenkomsten hebben geleid tot een nieuwe, transparantere werkwijze die op 1 januari 2020 is ingegaan. Ten eerste zal de Afdeling bestuursrechtspraak met het oog op de controlefunctie van het hoger beroep, de individuele rechtsbescherming en ter voorlichting van de rechtspraktijk vaker uitspraken gaan doen met een beknopte motivering. Het gaat dan om zaken waarbij er iets schort aan de uitspraak van de rechtbank, ook al leidt dat niet steeds tot vernietiging van die uitspraak.

Ten tweede zal de Afdeling bestuursrechtspraak, als dat kan, met korte standaardzinnen motiveren waarom zij een uitspraak met toepassing van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 afdoet. Die toelichtende zinnen volgen op de bestaande standaardoverweging. Vandaag zijn vier uitspraken openbaar gemaakt waarin de Afdeling bestuursrechtspraak gebruikmaakt van zo’n nadere toelichtende zin.

Uitspraken

De uitspraken met zaaknummers 201908292/1, 202000049/1 en 202000049/2 en 201909349/1 zijn voorbeelden van algemene toelichtende zinnen die zowel voor het hoger beroep van de vreemdeling als de staatssecretaris kunnen worden gebruikt. De uitspraak met zaaknummer 201901369/1 geldt specifiek voor het hoger beroep van de staatssecretaris. Binnenkort zal ook in een vijfde categorie, eveneens voor het hoger beroep van de staatssecretaris, een uitspraak worden gedaan.

Met deze twee aanvullingen zijn er in totaal zes manieren waarop de Afdeling bestuursrechtspraak haar uitspraken motiveert in vreemdelingenzaken, variërend van de overzichtsuitspraak tot de verkort gemotiveerde uitspraak op grond van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet. Een overzicht is hier te vinden.

Voorbehoud en evaluatie

De nieuwe werkwijze geldt voor heel 2020, tenzij er in de loop van dit jaar aanmerkelijk meer nieuwe vreemdelingenzaken binnenkomen dan de afgelopen jaren. Dit jaar zullen onafhankelijke wetenschappers onderzoeken of de nieuwe werkwijze oplevert wat de Afdeling bestuursrechtspraak daarvan verwacht. De resultaten van dat onderzoek zullen in het eerste kwartaal van 2021 worden gepubliceerd.