Samenvatting advies wetsvoorstel verruiming mogelijkheden tot verbieden van rechtspersonen

Gepubliceerd op 20 december 2019

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel van de minister voor Rechtsbescherming tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dat de mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen verruimt. Het wetsvoorstel is op 20 december 2019 openbaar geworden.

Inhoud van het wetsvoorstel

Het doel van het wetsvoorstel is het uitbreiden van de mogelijkheden om radicale organisaties te verbieden die onze democratische rechtsstaat omver willen werpen of af willen schaffen. Het bestaande artikel 2:20 van het Burgerlijk Wetboek (BW) biedt nu al de mogelijkheid om rechtspersonen te verbieden die in strijd handelen met de openbare orde. Het wetsvoorstel past deze procedure aan om de toepassing daarvan te vergemakkelijken en de effectiviteit van een verbod te verbeteren.

Verduidelijking begrip ‘openbare orde’ en verlichting bewijspositie OM

Het wetsvoorstel verduidelijkt het vage begrip ‘openbare orde’. De Afdeling advisering erkent het belang van deze verduidelijking, omdat dit de rechtszekerheid bevordert. Het wetsvoorstel noemt verder een aantal situaties, waarbij een vermoeden van strijd met de openbare orde bestaat, maar tegenbewijs mogelijk is. De bedoeling hiervan is om de bewijspositie van het openbaar ministerie te verlichten. Het is echter de vraag of dit met het wetsvoorstel daadwerkelijk bereikt kan worden. Ook is niet helemaal duidelijk hoe een rechtspersoon nog tegenbewijs kan leveren als eenmaal is vastgesteld dat zijn werkzaamheden bijvoorbeeld leiden tot aantasting van de menselijke waardigheid.

Sneller optreden

De meerwaarde van het wetsvoorstel hangt met name af van de vraag of in concrete gevallen ook daadwerkelijk sneller en effectiever kan worden opgetreden als de activiteiten van een verboden rechtspersoon worden voortgezet. Hoewel de meeste van de voorgestelde wijzigingen hieraan zouden kunnen bijdragen, is dit niet voor alle aanpassingen bij voorbaat duidelijk. Hoewel op grond van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht strafrechtelijk kan worden opgetreden tegen de voorzetting van de activiteiten door een verboden rechtspersoon, bestaat in de praktijk veel onduidelijkheid over de betekenis en reikwijdte van dit artikel. Daarom luidt het advies om dit artikel in het wetsvoorstel te verduidelijken of in de toelichting uit te leggen welke betekenis daaraan moet worden gegeven.

Bestuursverbod

De bestuurder van een verboden verklaarde rechtspersoon kan volgens het wetsvoorstel automatisch vijf jaar lang geen bestuurder of commissaris van een rechtspersoon zijn of worden. Een zogenoemd bestuursverbod is een ingrijpende sanctie. Daarom moet deze proportioneel zijn gelet op de aard en de ernst van het verwijt dat aan de bestuurder wordt gemaakt. De Afdeling advisering adviseert daarom om de rechter de ruimte te geven om per geval te bepalen hoe lang het bestuursverbod moet gelden.

Samenhang met het wetsvoorstel bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties

Bij de Tweede Kamer is eerder door de Kamerleden Kuiken, Van Toorenburg, Van Oosten, Van der Graaf en Van der Staaij een initiatiefwetsvoorstel ingediend voor een Wet bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties. Dat roept de vraag op welke toegevoegde waarde het huidige wetsvoorstel daarnaast nog heeft. Beide voorstellen bieden immers een verruiming van de mogelijkheden om rechtspersonen te verbieden. Ondermijnende organisaties (zoals Outlaw Motorcycle Gangs) kunnen namelijk binnen de reikwijdte van beide regelingen vallen. De Afdeling advisering vraagt de minister om in de toelichting hierop in te gaan.


Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State.