Samenvatting voorstel Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven

Gepubliceerd op 5 juli 2019

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven. Het wetsvoorstel is op 5 juli 2019 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Inhoud en doel van het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel introduceert een procedure waarmee duurzaamheidsinitiatieven, zoals ideeën over de vermindering van de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen, op verzoek van particuliere partijen in ministeriële regelingen kunnen worden opgenomen. Zo’n verzoek kan door iedereen worden ingediend, of dat nu maatschappelijke organisaties, ondernemingen of individuele burgers zijn. Het wetsvoorstel regelt aan welke voorwaarden een verzoek moet voldoen en de procedure voor vaststelling van de regels. Die procedure houdt in dat de minister die verantwoordelijk is voor het beleidsterrein waar het verzoek op ziet, het verzoek beoordeelt aan de hand van een aantal afwijzingsgronden. De minister moet daarbij externe adviezen vragen, onder andere aan de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Na publieke consultatie en voorhang in de Eerste en Tweede Kamer stelt de minister de ministeriële regeling vast.

Het belangrijkste doel van het wetsvoorstel is om te voorkomen dat het verbod op kartels de ontwikkeling van duurzaamheidsinitiatieven belemmert. Het kartelverbod verbiedt immers ondernemingen om afspraken te maken die de concurrentie beperken, ook wanneer zij duurzaamheid tot doel hebben. De gedachte achter het wetsvoorstel is dat duurzaamheidsinitiatieven buiten het (tot ondernemingen gerichte) mededingingsrecht kunnen blijven door die duurzaamheidinitiatieven in wetgeving (ministeriële regelingen) op te nemen.

Bezwaren tegen het wetsvoorstel

De Afdeling advisering onderkent het belang van maatschappelijke duurzaamheidsinitiatieven. Zij begrijpt ook de behoefte van ondernemers aan zekerheid dat de afspraken die zij maken in het kader van een duurzaamheidsinitiatief ook daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd. Het in een wettelijke regeling opnemen van deze initiatieven kan een oplossing zijn voor het mededingingsrechtelijke probleem. De Afdeling advisering heeft echter bezwaren tegen de manier waarop het wetsvoorstel dat regelt.

Staatsrechtelijke bezwaren

Het wetsvoorstel regelt dat duurzaamheidsregelgeving op verzoek van partijen tot stand komt en dat een minister initiatieven aan afwijzingsgronden toetst. Dat beperkt de vrijheid van de wetgever te veel om een integrale afweging van alle relevante gezichtspunten te maken en alle omstandigheden af te wegen. De wetgever moet de volledige vrijheid hebben om over nut, noodzaak en proportionaliteit van een duurzaamheidsinitiatief te oordelen voordat het in regelgeving wordt omgezet. Als gevolg van de voorgestelde procedure ontstaat het gevaar dat de (deel)belangen van de verzoekers onbedoeld zwaarder zullen gaan wegen dan het algemeen belang. Verder legt het wetsvoorstel essentiële afwegingen die de wetgever zou moeten maken zonder nadere normering bij de minister. Dat tast de positie van de wetgever aan. Ten slotte levert het wetsvoorstel het risico op dat al snel de rechter een oordeel zal moeten geven over de vraag of een minister een verzoek terecht heeft toe- of afgewezen.

Geen effectieve oplossing

De Afdeling advisering twijfelt ook aan de effectiviteit van het wetsvoorstel. Het is aannemelijk dat de betrokken ministers veel verzoeken zullen moeten afwijzen, omdat de verzoeken in strijd zijn met andere nationale regels en het Europese recht, of verhinderen dat het mededingingsrecht goed werkt (de nuttig effect-regel). Het wetsvoorstel biedt daardoor ook niet de beoogde zekerheid voor ondernemingen dat hun duurzaamheidsinitiatieven daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd.

Mogelijkheden om het doel van het wetsvoorstel alsnog te bereiken

De Afdeling advisering onderschrijft het belang van samenwerking met maatschappelijke partijen op het gebied van duurzaamheid en de urgentie die bij de totstandkoming van duurzaamheidsinitiatieven kan komen kijken. Maar er zijn teveel bezwaren tegen het wetsvoorstel. Een minister heeft ook zonder wet de ruimte en de plicht om maatschappelijke initiatieven serieus te nemen en te overwegen of dat moet leiden tot wetgeving. De normale wetgevingsprocedure biedt al de ruimte om voortvarend regels over duurzaamheid te maken. De regering zou daar heldere afspraken over kunnen maken. Zo nodig zou op specifieke terreinen een aanvullende wettelijke grondslag kunnen worden gecreëerd voor regelgeving over in de wet nader afgebakende duurzaamheidsdoelen.

Het advies is om het wetsvoorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen.


Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport (de reactie) van de staatssecretaris.