Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201404553/1/V4

Uitspraak 201404553/1/V4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:2810
Datum uitspraak
14 juli 2014
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 april 2014 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201404553/1/V4.
Datum uitspraak: 14 juli 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[de vreemdeling]

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 21 mei 2014 in zaak nrs.14/8829 en 14/8831 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Bij besluit van 9 april 2014 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Bij uitspraak van 21 mei 2014 heeft de voorzieningenrechter, voor zover thans van belang, het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de vreemdeling zich nader uitgelaten.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb, vangt de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift aan met ingang van de dag na die, waarop de aangevallen uitspraak op voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.

Ingevolge artikel 69, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, voor zover thans van belang, bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift één week.

Ingevolge artikel 6:9, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24, van de Awb is een hogerberoepschrift tijdig ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan één week na afloop van de termijn is ontvangen.

2. De aangevallen uitspraak is verzonden op 21 mei 2014, zodat de termijn voor het instellen van hoger beroep op 28 mei 2014 is geëindigd. Het hogerberoepschrift is op 2 juni 2014 bij brief bij de Raad van State ingekomen. Nu op de enveloppe, waarin het hogerberoepschrift is verzonden, geen door PostNL aangebracht poststempel is geplaatst, is niet gebleken dat het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd. Voor zover de vreemdeling heeft beoogd te stellen dat het hogerberoepschrift op 27 mei 2014 per aangetekende post is verzonden, heeft hij dit niet met een verzendbewijs gestaafd en komen de gevolgen hiervan voor zijn risico. Geen rechtvaardiging is gelegen in de door de vreemdeling gestelde omstandigheid dat 29 mei 2014 een nationale feestdag was waarop een vrije dag volgde, waardoor het hogerberoepschrift op 28 mei 2014 ter post zou kunnen zijn bezorgd, maar pas op 2 juni 2014 door de Raad van State zou zijn verwerkt. Anders dan de vreemdeling veronderstelt werd op 30 mei 2014 door de Raad van State post verwerkt. Op die dag is het hogerberoepschrift van de vreemdeling niet binnengekomen.

3. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.P.H. Claessens, ambtenaar van staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Claessens
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2014

654.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon