Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201402491/2/R6

Uitspraak 201402491/2/R6

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:1847
Datum uitspraak
15 mei 2014
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 februari 2014 hebben de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu het rijksinpassingsplan "Hertogin Hedwigepolder" vastgesteld.
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zeeland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201402491/2/R6.
Datum uitspraak: 15 mei 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker A], wonend te Verbier (Zwitserland) en
[verzoeker B], wonend te Sint Jansteen, gemeente Hulst,
verzoekers,

en

1. de staatssecretaris van Economische Zaken,
2. de minister van Infrastructuur en Milieu,
3. het college van gedeputeerde staten van Zeeland,
verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 10 februari 2014 hebben de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu het rijksinpassingsplan "Hertogin Hedwigepolder" vastgesteld.

Verweerders hebben ter uitvoering van het inpassingsplan op grond van artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet ruimtelijke ordening zes uitvoeringsbesluiten genomen.

Tegen deze besluiten hebben onder meer [verzoeker A] en [verzoeker B] beroep ingesteld.
[verzoeker A] en [verzoeker B] hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzitter doet uitspraak zonder zitting.

2. Het inpassingsplan voorziet in de ontpoldering van de Hertogin Hedwigepolder. Met het plan wordt onder meer beoogd bij te dragen aan het natuurherstel van de Westerschelde.

3. [verzoeker A] en [verzoeker B] kunnen zich niet verenigen met het inpassingsplan en de uitvoeringsbesluiten. Zij vrezen dat voor de uitspraak in de bodemzaak zal worden gestart met werkzaamheden ter uitvoering van het inpassingsplan en de uitvoeringsbesluiten. Ten einde onomkeerbare gevolgen te voorkomen verzoeken [verzoeker A] en [verzoeker B] om het treffen van een voorlopige voorziening.

4. Bij brief van 11 april 2014 hebben verweerders uiteengezet dat in de periode voordat uitspraak is gedaan in de bodemzaak uitsluitend zal worden gestart met het vervangen van de watertransportleiding ter plaatse van het plandeel met de bestemming "Groen" en de dubbelbestemming "Leiding - Leidingenstrook" in het noordwestelijke gedeelte van het plangebied.

Verweerders hebben toegezegd dat in de periode voordat uitspraak is gedaan in de bodemzaak geen werkzaamheden zullen worden verricht ter uitvoering van de bestemming "Natuur - Estuariene natuur" en dat in deze periode geen gebruik zal worden gemaakt van de uitvoeringsbesluiten. In zoverre zijn derhalve geen onomkeerbare gevolgen te verwachten voordat uitspraak is gedaan in de bodemzaak. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat met het verzoek in zoverre geen spoedeisend belang is gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

[verzoeker A] en [verzoeker B] hebben geen specifieke bezwaren naar voren gebracht ten aanzien van het plandeel met de bestemming "Groen" en de dubbelbestemming "Leiding - Leidingenstrook" en ten aanzien van de ter plaatse van dit plandeel voorgenomen werkzaamheden. Na afweging van de betrokken belangen ziet de voorzitter in het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat deze werkzaamheden niet kunnen worden verricht. Voor het treffen van een voorlopige voorziening bestaat geen aanleiding.

5. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L. Brand, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Brand
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2014

575.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon