Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201310026/1/R3

Uitspraak 201310026/1/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:1761
Datum uitspraak
14 mei 2014
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 september 2013 heeft het college een hogere waarde vastgesteld als bedoeld in artikel 83, tweede lid, van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor de woning aan de [locatie] te Beers.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201310026/1/R3.
Datum uitspraak: 14 mei 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B], wonend te Beers, gemeente Cuijk,

en

het college van burgemeester en wethouders van Cuijk,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 24 september 2013 heeft het college een hogere waarde vastgesteld als bedoeld in artikel 83, tweede lid, van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor de woning aan de [locatie] te Beers.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] beroep ingesteld.

Het college en [appellanten] hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 april 2014, waar het college, vertegenwoordigd door G. Middel en G.A.A. Berkers, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Overwegingen

1. Het college heeft ter zitting medegedeeld dat het bestreden besluit ten onrechte is gebaseerd op de veronderstelling dat het bestemmingsplan "Kraaijenbergse Plassen, Waterpark Dommelsvoort", dat op 11 december 2013 is vastgesteld, voorziet in een wijziging van de Rode Voort. Dat is echter niet het geval. Het plan voorziet in een uitwerkingsplicht voor een andere ontsluiting van het te realiseren waterpark, naar de geluidsgevolgen waarvan te zijner tijd nog onderzoek zal worden verricht. In verband hiermee is het college voornemens het bestreden besluit in te trekken.

Nu het college zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

2. Het beroep van [appellanten] is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd, behoeft geen bespreking.

3. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Cuijk van 24 september 2013;

III. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Cuijk tot vergoeding van bij [appellant A] en [appellant B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 487,00 (zegge: vierhonderdzevenentachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

IV. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Cuijk aan [appellant A] en [appellant B] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Mathot, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Mathot
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2014

413.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon