Uitspraak 200904728/1/H3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2009:390
- Datum uitspraak
- 3 december 2009
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 12 maart 2009 heeft de korpsbeheerder van de politieregio Noord-Holland Noord (hierna: de korpsbeheerder) een aantal documenten openbaar gemaakt.
- Hoger beroep
- Openbaarheid
Toon inhoud
200904728/1/H3.
Datum uitspraak: 3 december 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Maastricht,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 22 juni 2009 in zaak nr. 09/1238 in het geding tussen:
appellant
en
de korpsbeheerder van de politieregio Noord-Holland Noord.
1. Procesverloop
Bij besluit van 12 maart 2009 heeft de korpsbeheerder van de politieregio Noord-Holland Noord (hierna: de korpsbeheerder) een aantal documenten openbaar gemaakt.
Bij besluit van 28 april 2009 heeft de korpsbeheerder het door [appellant] (hierna: [appellant]) daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, maar alsnog een document openbaar gemaakt.
Bij uitspraak van 22 juni 2009, verzonden op 25 juni 2009, heeft de rechtbank Alkmaar (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 28 april 2009 vernietigd en bepaald dat de korpsbeheerder aan [appellant] € 161,00 dient te vergoeden voor door hem gemaakte proceskosten in bezwaar en beroep. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 juli 2009, hoger beroep ingesteld.
De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
Partijen hebben toestemming verleend om het onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb), kan een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 onderscheidenlijk een vergoeding van de kosten als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, of 7:28, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), uitsluitend betrekking hebben op kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Ingevolge artikel 2, eerste lid, voor zover thans van belang, wordt het bedrag van de kosten bij de uitspraak, onderscheidenlijk de beslissing op het bezwaar of het administratief beroep als volgt vastgesteld:
a. ten aanzien van de kosten, bedoeld in artikel 1, onderdeel a: overeenkomstig het in de bijlage opgenomen tarief.
Ingevolge de eerste volzin van de bijlage wordt het bedrag van de kosten, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van het Bpb, vastgesteld door aan de verrichte proceshandelingen punten toe te kennen overeenkomstig onderstaande lijst (A) en die punten te vermenigvuldigen met de waarde per punt (B) en met de toepasselijke wegingsfactoren (C).
2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte en ongemotiveerd de wegingsfactor "zeer licht" (0,25) in plaats van de factor "gemiddeld" heeft toegepast bij de toekenning van de omvang van de vergoeding in de proceskosten. Volgens hem had de rechtbank de wegingsfactor "gemiddeld" moeten toepassen, omdat de korpsbeheerder ten onrechte heeft geweigerd een document openbaar te maken en het geschil inhoudelijk van aard was.
2.3. Dit betoog slaagt. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak geoordeeld dat het niet verstrekken van het gevraagde document bij het besluit van 12 maart 2009 moet worden aangemerkt als een weigering dit document te verstrekken. Het geschil was gelet hierop inhoudelijk van aard. De Afdeling is van oordeel dat de behandeling van een zaak in de bezwaar- en beroepprocedure in beginsel behoort tot de categorie gemiddeld, tenzij er duidelijke redenen zijn hiervan af te wijken. Van dergelijke redenen is in de voorliggende zaak niet gebleken.
2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, voor zover de rechtbank heeft bepaald dat de korpsbeheerder aan [appellant] dient te vergoeden € 161,00, zijnde de redelijkerwijs door hem gemaakte kosten in bezwaar en beroep. De Afdeling zal op na te melden wijze in de zaak voorzien.
2.5. De korpsbeheerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
2.6. Een redelijke toepassing van artikel 43, eerste lid, van de Wet op de Raad van State brengt met zich dat het griffierecht door de Secretaris van de Raad van State aan [appellant] wordt terugbetaald.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 22 juni 2009 in zaak nr. 09/1238, voor zover de rechtbank heeft bepaald dat de korpsbeheerder van de politieregio Noord-Holland aan [appellant] dient te vergoeden € 161,00, zijnde de redelijkerwijs door hem gemaakte kosten in bezwaar en beroep;
III. bepaalt dat de korpsbeheerder van de politieregio Noord-Holland Noord aan [appellant] een bedrag van € 322,00 (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro) dient te vergoeden in verband met bij de behandeling van het bezwaar opgekomen proceskosten, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
IV. veroordeelt de korpsbeheerder van de politieregio Noord-Holland Noord tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
V. gelast dat de Secretaris van de Raad van State aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht van € 223,00 (zegge: tweehonderddrieëntwintig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.
w.g. Vlasblom w.g. Van Hardeveld
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2009
312-622.