Ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Hilversum krachtens artikel 72a van de onteigeningswet (voor de reconstructie van de N417 (Utrechtseweg) en de aanleg van een vrij liggend fietspad vanaf de rotonde met de Noodweg tot de bebouwde kom van Hilversum/Zuiderheideweg met bijkomende werken).
- Kenmerk
- W14.16.0421/IV
- Datum advies
- 24 februari 2017
- Vindplaats
- Staatscourant 2017, nr. 19776
- Infrastructuur en Waterstaat
- Onteigening
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Hilversum krachtens artikel 72a van de onteigeningswet (voor de reconstructie van de N417 (Utrechtseweg) en de aanleg van een vrij liggend fietspad vanaf de rotonde met de Noodweg tot de bebouwde kom van Hilversum/Zuiderheideweg met bijkomende werken).
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu met een schrijven van 16 december 2016, no.RWS-2016/52075, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Hilversum krachtens artikel 72a van de onteigeningswet (voor de reconstructie van de N417 (Utrechtseweg) en de aanleg van een vrij liggend fietspad vanaf de rotonde met de Noodweg tot de bebouwde kom van Hilversum/Zuiderheideweg met bijkomende werken).
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het ontwerpbesluit vast te stellen, maar heeft een opmerking over de bespreking van de zienswijzen.
In 2009 en 2010 zijn door de gemeenteraad van Hilversum bestemmingsplannen vastgesteld die onder meer voorzagen in de aanleg van ecoducten over de Utrechtseweg (N417). In 2016 heeft de gemeenteraad van Hilversum een bestemmingsplan vastgesteld dat voorziet in de reconstructie van de Utrechtseweg en - daarmee samenhangend - de aanleg van een fietspad. Het ontwerpbesluit voorziet in aanwijzing van gronden voor onteigening om die reconstructie en de aanleg van dat fietspad mogelijk te maken.
Reclamante betoogt in haar zienswijzengeschrift dat zowel de provincie Noord-Holland - verzoeker om onteigening - als de gemeente Hilversum in het kader van de voorbereiding van de bestemmingplannen voor de realisatie van de ecoducten heeft toegezegd dat voor de reconstructie van de Utrechtseweg en de aanleg van het fietspad niet tot onteigening zou worden overgegaan. Door nu alsnog tot onteigening over te gaan, handelt verzoeker in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het fair play-beginsel, aldus reclamante. Ter motivering van het betoog verwijst reclamante onder andere naar vergaderverslagen. Voorts verwijst ze naar een eerder koninklijk besluit waarin om vergelijkbare redenen een verzoek om onteigening zou zijn afgewezen.
In het ontwerpbesluit wordt alleen gemotiveerd uiteengezet dat de vergelijking met het eerdere koninklijk besluit waarnaar reclamante verwijst niet opgaat. Op het betoog van reclamante over de strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur wordt voor het overige niet inhoudelijk ingegaan. Daarover wordt slechts overwogen dat dit betoog in hoofdzaak planologisch van aard is en daarom niet in deze procedure, maar in de procedure inzake het bestemmingsplan over de reconstructie van de Utrechtseweg aan de orde moet worden gesteld.
De Afdeling is van oordeel dat het betoog van reclamante niet planologisch van aard is. Het enkele feit dat reclamante hetzelfde betoog ook aanvoert in haar zienswijze over het ontwerp van het bestemmingsplan voor de reconstructie van de Utrechtseweg, betekent niet dat, anders dan in het ontwerpbesluit wordt overwogen, het betoog planologisch van aard is. Dat de toezeggingen waarop reclamante zich beroept, in het kader van planologische procedures zijn gedaan, maakt voorts niet dat die toezeggingen niet van betekenis kunnen zijn voor de voorgestelde onteigening.
De Afdeling adviseert in het ontwerpbesluit gemotiveerd op de hiervoor genoemde zienswijze in te gaan.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 17 maart 2017
De provinciale weg N417, ook wel de Utrechtseweg, is een gebiedsontsluitingsweg en vormt de verbinding tussen Hilversum en Hollandsche Rading. Het gedeelte van de N417 tussen de Noodweg en de bebouwde kom van Hilversum/Zuiderheideweg bestaat grotendeels uit een weg met betonverharding die in slechte onderhoudsstaat verkeert. De vele naden in het beton en de overgang van beton naar asfalt zorgen voor discomfort voor de weggebruikers en geluidsoverlast voor de direct aanwonenden. Aan twee zijden van de weg ligt een fietspad. De weg heeft een hoge verkeersintensiteit. Ondanks het smalle wegprofiel, de matige tot slechte staat van onderhoud van de weg en de aanliggende fietspaden (te smal) wordt er vaak te hard gereden. Uit ongevallengegevens voor de periode 2001 tot en met 2010 op het traject van de N417 tussen de provinciegrens bij Hollandsche Rading en de bebouwde kom van Hilversum (Maartensedijk) blijkt dat in die periode in totaal 38 ongevallen, waarvan 12 met letsel zijn geregistreerd. De provincie Noord-Holland heeft in samenwerking met de gemeente Hilversum naar aanleiding van de wens van aanwonenden, de ongevallengegevens en de sociale onveiligheid ter plaatse besloten om de N417 op dit traject te reconstrueren en de weg opnieuw in te richten. De N417 wordt ingericht volgens de principes van Duurzaam Veilig als een gebiedsontsluitingsweg met een 60km/uur snelheidslimiet. Door deze maatregelen zal de verkeersveiligheid op het traject van de N417 tussen de provinciegrens bij Hollandsche Rading en de bebouwde kom van Hilversum verbeteren.
De Afdeling geeft U in overweging een besluit te nemen nadat rekening is gehouden met een aantal inhoudelijke opmerkingen aangaande de zienswijzen. De inhoudelijke opmerkingen zijn in het ontwerpbesluit verwerkt.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU