Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W04.16.0326/I

Ontwerpbesluit houdende vaststelling van een nieuw besluit voor de sectoren Rijk, Politie en Defensie inzake het melden van vermoedens van misstanden in verband met de Wet Huis voor klokkenluiders (Interne klokkenluidersregeling Rijk, Politie en Defensie), met nota van toelichting.

Kenmerk
W04.16.0326/I
Datum advies
14 december 2016
Vindplaats
Staatscourant
  • Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende vaststelling van een nieuw besluit voor de sectoren Rijk, Politie en Defensie inzake het melden van vermoedens van misstanden in verband met de Wet Huis voor klokkenluiders (Interne klokkenluidersregeling Rijk, Politie en Defensie), met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 17 oktober 2016, no.2016001796, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Wonen en Rijksdienst, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende vaststelling van een nieuw besluit voor de sectoren Rijk, Politie en Defensie inzake het melden van vermoedens van misstanden in verband met de Wet Huis voor klokkenluiders (Interne klokkenluidersregeling Rijk, Politie en Defensie), met nota van toelichting.

Met ingang van 1 juli 2016 is de Wet Huis voor klokkenluiders in werking getreden. Het ontwerpbesluit brengt de situatie bij de sectoren Rijk, Politie en Defensie in overeenstemming met de nieuwe wet. Het Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie, dat zowel de interne als de externe procedure regelt, wordt ingetrokken. In het ontwerpbesluit wordt op grond van artikel 2 van de genoemde wet alleen nog de interne procedure geregeld.

De interne procedure zoals die in het ontwerpbesluit wordt geregeld is op twee punten onvoldoende uitgewerkt. De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert daarom het besluit vast te stellen, maar acht op onderdelen een dragende motivering of aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen.

1. Vertrouwelijkheid van de melding
De Wet Huis voor klokkenluiders bepaalt dat in de interne procedure de verplichting voor de werkgever moet worden opgenomen de melding vertrouwelijk te behandelen, indien de werknemer hierom heeft verzocht. Het ontwerpbesluit geeft hier slechts gedeeltelijk uitwerking aan: het bepaalt dat degenen die betrokken zijn bij de behandeling van de melding vertrouwelijk om dienen om te gaan met de identiteit van de melder, (zie noot 1) maar regelt niets over de vertrouwelijkheid van de melding als zodanig.

De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit op dit punt aan te vullen.

2. Raadplegen van adviseur
De Wet Huis voor klokkenluiders bepaalt dat in de interne procedure moet worden vastgelegd dat de werknemer de mogelijkheid heeft om een adviseur in vertrouwen te raadplegen over een vermoeden van een misstand. Volgens de toelichting is dit in het ontwerpbesluit uitgewerkt: bepaald wordt dat een ambtenaar een vertrouwenspersoon integriteit in vertrouwen kan raadplegen over een vermoeden van een misstand, en dat de vertrouwenspersoon de identiteit van de melder niet bekendmaakt zonder diens schriftelijke instemming. (zie noot 2) Niet is beoogd om hiermee andere mogelijk door de melder te bewandelen wegen af te snijden, aldus de toelichting. (zie noot 3)

De Afdeling merkt op dat in de parlementaire behandeling van de wet is benadrukt dat de procedure duidelijk moet maken dat de werknemer de mogelijkheid heeft om een adviseur in vertrouwen te raadplegen. (zie noot 4) Deze adviseur zou zowel van binnen als van buiten de eigen organisatie kunnen komen. Het is van groot belang voor de werknemer dat wettelijk wordt vastgelegd dat hij advies in vertrouwen kan inwinnen bij een daartoe bevoegde persoon of instantie, zo werd destijds gesteld. (zie noot 5)

Hoewel in de toelichting wordt gesteld dat de mogelijkheid blijft bestaan om ook personen buiten de eigen organisatie te raadplegen, (zie noot 6) wordt in de tekst van het ontwerpbesluit slechts een regeling getroffen voor het in vertrouwen raadplegen van de binnen de organisatie aangewezen vertrouwenspersoon integriteit. Hierdoor kan het ontwerpbesluit ook zo worden gelezen dat alleen die persoon kan worden geraadpleegd. Daarmee rijst de vraag of - in lijn met de bedoeling van de wetgever - voldoende gewaarborgd is dat de werknemer ook een beroep kan doen op adviseurs buiten de eigen organisatie. Dat de toelichting deze laatste mogelijkheid openlaat, doet daaraan niet af.

De Afdeling adviseert in de toelichting te motiveren waarom de regeling om personen (in vertrouwen) te kunnen raadplegen in het ontwerpbesluit is beperkt tot de vertrouwenspersoon integriteit en zo nodig het ontwerpbesluit op dit punt te verduidelijken.

3. Medezeggenschap
De ondernemingsraad heeft instemmingsrecht over de vaststelling van een interne procedure voor het omgaan met het melden van een vermoeden van een misstand. (zie noot 7) Nu de procedure wordt vastgesteld voor de sectoren Rijk, Politie en Defensie, moet in plaats daarvan overeenstemming worden bereikt in het sectoroverleg voor die drie sectoren. In de toelichting wordt hier niet op ingegaan. De Afdeling adviseert de toelichting aan te vullen. (zie noot 8)

4. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W04.16.0326/I

- In artikel 1 aanwijzing 100, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving in acht nemen.
- Uit oogpunt van zelfstandige leesbaarheid in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, niet verwijzen naar artikel 4 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (waarin bijvoorbeeld het Ministerie van Defensie wordt uitgezonderd terwijl het alsnog onder de regeling wordt gebracht), maar de opsomming van ambtelijke organisaties uitschrijven.
- De inhoud van artikel 1, tweede lid, opnemen in de omschrijving van "ambtenaar" in het eerste lid. Dan kan in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, de zinsnede ", de gewezen ambtenaar en degene die anderszins arbeid verricht of heeft verricht bij een ambtelijke organisatie" worden geschrapt.
- In hoofdstuk 2 de onderverdeling in paragrafen schrappen, nu alle artikelen van dat hoofdstuk betrekking hebben op de interne procedure, met uitzondering van het laatste artikel van § 2 ("Interne procedure"), dat betrekking heeft op de externe procedure.
- Artikel 3, tweede lid, schrappen, nu deze taken al zijn geregeld in de artikelen 5 en 7.
- In de artikelen 14, eerste lid, en 17, eerste lid, "artikel 12" telkens wijzigen in: artikel 13.
- In artikel 18, eerste lid, de zinsnede "met uitzondering van hoofdstuk 2, dat vervalt op 1 april 2017" schrappen: het overgangsrecht wordt afdoende geregeld in artikel 18, tweede lid.
- In artikel 19 tevens bepalen dat de aanduiding van hoofdstuk 11a, paragraaf 1, vervalt; in artikel 20 tevens bepalen dat de aanduiding van hoofdstuk 7a, paragraaf 1, vervalt.


Nader rapport (reactie op het advies) van 20 december 2016

Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State aanleiding tot het maken van opmerkingen over de vertrouwelijkheid van de melding, over het raadplegen van andere adviseurs dan de vertrouwenspersoon integriteit en over het sectoroverleg voor de drie sectoren.

Naar aanleiding van de opmerking van de Raad van State is artikel 8, dat de vertrouwelijkheid van de identiteit van de melder regelt, aangevuld. Betrokkenen dienen daardoor ook met de melding vertrouwelijk om te gaan .

De nota van toelichting is op advies van de Afdeling advisering aangevuld. Daarin is verduidelijkt dat het om een interne procedureregeling gaat, die niet afdoet aan de mogelijkheden voor advisering of melding die de Wet Huis voor klokkenluiders biedt. De nota van toelichting is ook aangevuld met een passage over het overleg binnen de sectoren Rijk, Politie en Defensie.

De redactionele opmerkingen zijn overgenomen, met uitzondering van het schrappen van artikel 3, tweede lid. De taken van de vertrouwenspersoon integriteit kunnen inderdaad impliciet uit de artikelen 5 en 7 worden herleid. Echter artikel 7 richt zich ook tot anderen dan de vertrouwenspersoon integriteit. Ingevolge artikel 4, eerste lid, kan een ambtenaar immers ook bij een direct leidinggevende of een hoger leidinggevende een vermoeden van een misstand melden. Om alle misverstand te voorkomen en om de bijzondere positie van de vertrouwenspersoon te benadrukken is artikel 3, tweede lid, gehandhaafd.

Ik moge U hierbij het aangepaste ontwerpbesluit en de aangepaste nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De minister voor Wonen en Rijksdienst


(1) Artikel 8.
(2) Artikelen 5 en 6; toelichting op de artikelen 5, 6 en 7.
(3) Toelichting, Algemeen, onder "Adviseur in vertrouwen/vertrouwenspersoon integriteit", laatste alinea.
(4) Ook in de toelichting op het ontwerpbesluit komt dit naar voren; toelichting, Algemeen, onder "Adviseur in vertrouwen/vertrouwenspersoon integriteit".
(5) Kamerstukken II 2014/15, 34 105, nr. 7, blz. 8.
(6) In dat verband wordt gewezen op "een vakbond, een advocaat of een adviseur van het Huis voor de klokkenluiders" (toelichting op de artikelen 5,6 en7).
(7) Artikel 27, eerste lid, onderdeel m, van de Wet op de ondernemingsraden.
(8) Mede gelet op aanwijzing 213 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 372 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon