Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit Wfsv en het Besluit SUWI in verband met het uitbreiden van de doelgroep en de beoordeling van arbeidsbeperkten, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W12.15.0462/III
- Datum advies
- 29 januari 2016
- Vindplaats
- Staatscourant 2016, nr. 22296
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit Wfsv en het Besluit SUWI in verband met het uitbreiden van de doelgroep en de beoordeling van arbeidsbeperkten, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 23 december 2015, no.2015002309, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit Wfsv en het Besluit SUWI in verband met het uitbreiden van de doelgroep en de beoordeling van arbeidsbeperkten, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit geeft regels over de beoordeling in het kader van de banenafspraak en de quotumheffing op grond van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten. Het wijzigt daartoe het Besluit Wfsv (beoordeling) en het Besluit SUWI (beheer register).
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar maakt enkele opmerkingen over het doelgroepregister. Zij acht op onderdelen een nadere toelichting of aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen.
1. Aanwijzing zonder beoordeling
In het Sociaal akkoord van 2013 hebben regering en sociale partners afgesproken om 125.000 personen die in een kwetsbare positie verkeren op de arbeidsmarkt op te nemen in het arbeidsproces. In de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (zie noot 1) is deze afspraak geconcretiseerd en van sancties voorzien.
De doelgroep van de wet bestaat uit groepen die vanwege hun arbeidsbeperking kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt. Uitgangspunt is een individuele beoordeling, in het bijzonder bij personen die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet die niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen. Bij andere groepen, zoals Wajongers met arbeidsvermogen, personen met een Wsw-indicatie en mensen met een Wiw-baan of ID-baan, heeft die individuele beoordeling in feite al plaatsgevonden in het kader van de desbetreffende regelingen.
De voorgestelde artikelen 2.24 en 2.25 Besluit Wfsv voorzien voor een aantal situaties echter onder meer in aanwijzing van personen als behorend tot de doelgroep zonder dat daaraan een (individuele) beoordeling ten grondslag ligt. Als motivering daarvoor wordt gegeven dat daarmee achterstanden in de uitvoering van de regeling door het UWV kunnen worden weggewerkt. Daarnaast kan daarmee dubbel werk (in de zin van dubbel uit te voeren beoordelingen) worden voorkomen.
Dit geldt voor drie groepen.
1) In de eerste plaats behoren tot de doelgroep alle personen die in de periode tussen 10 september 2014 en 30 juni 2015 het volgen van onderwijs aan een instelling voor speciaal onderwijs (praktijkonderwijs of de entreeopleiding) hebben beëindigd. Hun aanmelding is nog via de scholen verricht. Deze personen worden tijdelijk in het doelgroepregister opgenomen. Indien later blijkt dat dit ten onrechte is gebeurd, bijvoorbeeld omdat iemand in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen, wordt hij alsnog uit het doelgroepregister verwijderd. Dit gebeurt dan aan het einde van het tweede kalenderjaar volgend op de datum waarop niet meer aan de vastgestelde indicatie wordt voldaan (voorgestelde artikel 3.2, derde en vierde lid, Besluit SUWI). (zie noot 2)
2) Een vergelijkbare regeling geldt voor een persoon die in diezelfde periode een aanvraag voor een Wajong-uitkering hebben ingediend, maar waarbij de voorziene beoordeling of die persoon in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen (nog) niet heeft plaatsgevonden. Zij worden aangewezen als behorend tot de doelgroep. Op deze wijze kunnen de beoordelingen in het kader van de banenafspraak en die in het kader van de Wajong worden gecombineerd. Ook hier geldt dat indien blijkt dat de betrokkene niet aan de voorwaarden voldoet, hij uit het doelgroepregister wordt verwijderd aan het einde van het tweede kalenderjaar volgend op de datum waarop niet meer aan de vastgestelde indicatie wordt voldaan (voorgestelde artikel 3.2, derde en vierde lid, Besluit SUWI).
3) Een derde groep betreft personen die een school voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) verlaten. Zij worden op hun verzoek zonder beoordeling opgenomen in het doelgroepregister. Hoewel de tekst van het voorgestelde besluit dit niet expliciet vermeldt, (zie noot 3) moet uit eerdere uitlatingen van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden afgeleid dat het ook hier de bedoeling is dat indien nadien blijkt dat een VSO-leerling wel het wettelijk minimumloon kan verdienen, dit betekent dat iemand na uiterlijk twee jaar zijn doelgroepstatus verliest. (zie noot 4)
De Afdeling begrijpt dat omwille van de uitvoerbaarheid van de regeling voor de hiervoor beschreven werkwijze van aanwijzing zonder beoordeling is gekozen. Werkgevers zullen bij het aanbieden van een baan aan personen uit het doelgroepregister redelijke zekerheid willen hebben over een termijn waarop betrokkene beschikbaar is. Met het oog daarop heeft de Afdeling er begrip voor dat deze personen, indien de individuele beoordeling pas na indienstneming beschikbaar komt, niet onmiddellijk uit het doelgroepregister worden verwijderd. Daar staat evenwel tegenover dat met het oog op het bereiken van de met het doelgroepregister beoogde doelen dit register zo zuiver en actueel mogelijk dient te zijn. Wie ten onrechte in het doelgroepregister is opgenomen, vermindert, gelet op de opzet van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten, de kansen op arbeid voor anderen. Tegen deze achtergrond is de Afdeling van oordeel dat met het hanteren van een termijn van twee volle kalenderjaren tussen de datum waarop wordt vastgesteld dat niet (meer) aan de voorwaarde voor opname in het doelgroepregister wordt voldaan en de daadwerkelijke verwijdering uit het doelgroepregister, het doelgroepregister een beeld geeft dat onvoldoende strookt met de werkelijkheid.
De Afdeling adviseert de periode van twee jaar nader te motiveren en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
2. Wsw
Personen met een indicatie voor de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) zonder dienstbetrekking in de Wsw worden opgenomen in het doelgroepregister. Dit geldt ook voor personen met een Wsw-indicatie die hun dienstbetrekking in de sociale werkvoorziening verliezen, bijvoorbeeld als gevolg van beëindiging van de activiteiten van een Wsw-bedrijf.
De toelichting gaat echter niet in op de omstandigheid dat onlangs een onderhandelingsakkoord CAO SW 2015-2018 is bereikt waarin een werkgarantie voor Wsw-ers is overeengekomen. (zie noot 5) Als gevolg hiervan is het de vraag in hoeverre met de opneming van deze personen in het doelgroepregister wordt voldaan aan de met de banenafspraak nagestreefde doelstelling om nieuwe (extra) banen voor arbeidsbeperkten te creëren. De betrokkenen beschikken immers binnenkort op basis van de nieuwe cao reeds over een baangarantie. Het toch opnemen van deze personen in het doelgroepregister zou dan ten koste kunnen gaan van de kansen voor andere arbeidsbeperkten.
De Afdeling adviseert in de toelichting nader op het vorenstaande in te gaan en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W12.15.0462/III
- In de voorgestelde artikelen 2.24 Besluit Wfsv en 3.2 Besluit SUWI in overeenstemming met de bedoeling (Kamerstukken II 2015/16, 29 544, nr. 675, blz. 3) expliciteren dat verwijdering uit het doelgroepregister niet alleen plaatsvindt wanneer blijkt dat niet meer aan de voorwaarden van artikel 2.24 Besluit Wfsv wordt voldaan, maar ook bijvoorbeeld wanneer de betrokkene in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon of in het geheel niet (meer) in staat is tot het verrichten van arbeid.
Nader rapport (reactie op het advies) van 18 april 2016
1. Aanwijzing zonder beoordeling
De Afdeling advisering heeft er begrip voor dat omwille van de uitvoerbaarheid van de regeling voor drie specifieke groepen die in het Besluit worden genoemd een andere werkwijze wordt gehanteerd dan voor andere doelgroepen van de banenafspraak. Het zijn de groepen ex-leerlingen van het praktijkonderwijs en de entreeopleiding van het mbo die tussen 10 september 2014 en 30 juni 2015 het onderwijs hebben verlaten. En groepen die in deze periode en Wajong-aanvraag hebben ingediend en daarvoor zijn afgewezen. Deze groepen worden tijdelijk in het doelgroepregister opgenomen, en in een latere fase beoordeeld voor de banenafspraak. De afdeling wijst erop dat als na beoordeling blijkt dat deze mensen niet tot de doelgroep van de banenafspraak behoren, zij nog twee volle kalenderjaren tussen de datum waarop wordt vastgesteld dat zij niet (meer) aan de voorwaarde voor opname in het doelgroepregister voldoen. Zij kunnen daarmee de kansen van anderen op een baan voor de banenafspraak verminderen.
Ook voor deze specifieke groepen is de termijn genomen die op grond van het Uitvoeringsbesluit van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten wordt gehanteerd voor de mensen die niet langer tot de doelgroep behoren. Het is mogelijk dat mensen uit deze groepen na de opname in het doelgroepregister, en vóór de beoordeling door het UWV, al aan de slag zijn gegaan bij een werkgever. Daarom is het ook voor deze groep belangrijk om ervoor te zorgen dat zij van de ene op de andere dag niet langer tot de doelgroep voor de banenafspraak behoren. Om deze reden is in dit besluit aansluiting gezocht bij de termijn die voor alle groepen van de banenafspraak geldt. Deze termijn zorgt er aan de ene kant voor dat werkgevers die iemand uit deze groepen in dienst hebben genomen, niet van de ene op de andere dag ermee wordt geconfronteerd dat iemand niet langer tot de doelgroep behoort. En geeft aan de andere kant de werknemer de zekerheid dat hij nog enkele jaren tot de doelgroep van de banenafspraak behoort. In de nota van toelichting is de motivatie voor deze termijn nader verduidelijkt.
Naar aanleiding van de ontvangst van het advies van de Afdeling advisering heeft nader overleg plaats gevonden met het UWV. Als gevolg van dit overleg is nu in het besluit geregeld dat mensen uit deze specifieke groepen die niet in het doelgroepregister willen worden opgenomen - als zij van mening zijn dat het niet in hun belang is om in het doelgroepregister te worden opgenomen - dit kunnen melden aan UWV. Zij worden dan op de dag volgend op hun verzoek uit het doelgroepregister verwijderd. In artikel 3.2 van het Besluit SUWI zijn enkele leden toegevoegd om dit mogelijk te maken. Ook is paragraaf 2.2 van de nota van toelichting van dit ontwerpbesluit hierop aangepast.
2. Wsw
De Afdeling advisering maakt een opmerking over de mensen met een indicatie voor de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) maar zonder Wsw-dienstbetrekking, die in het doelgroepregister zijn opgenomen.
Mensen die op 31 december 2014 een geldige Wsw-indicatie hadden, maar geen Wsw-dienstbetrekking hadden, konden vanaf 1 januari 2015 niet meer in een Wsw-dienstbetrekking aan de slag, omdat de Wsw vanaf die datum is afgesloten voor nieuwe instroom. De Wsw-indicatie van deze mensen verloopt van rechtswege. Deze mensen worden dus niet geherindiceerd omdat dit sinds 1 januari 2015 alleen nog mogelijk is voor mensen die op dat moment een Wsw-dienstbetrekking hadden. Mensen van wie de Wsw-indicatie verloopt, worden (na twee volle kalenderjaren) niet meer tot de doelgroep van de banenafspraak gerekend. Omdat het wel wenselijk is dat deze mensen geregistreerd blijven in het doelgroepregister, regelt dit besluit dat mensen met een geldige Wsw-indicatie op 31 december 2014, maar zonder Wsw-dienstbetrekking, deze indicatie (onder de in het besluit genoemde voorwaarde) behouden en dus in het doelgroepregister blijven staan, ook als deze indicatie van rechtswege afloopt.
Deze groep mensen had op 1 januari 2015 geen Wsw-dienstbetrekking, en heeft na die datum dus ook geen Wsw-dienstbetrekking meer kunnen krijgen. De CAO SW 2015-2018 waarnaar de Afdeling verwijst is op deze mensen dan ook niet van toepassing. Deze CAO geldt alleen voor de mensen die al voor 1 januari 2015 in een Wsw-dienstbetrekking werkten. Opname van de groep mensen met Wsw-indicatie zonder Wsw-dienstbetrekking op 31 december 2014 in het doelgroepregister is daarom gerechtvaardigd, en zorgt er niet voor dat dit ten koste gaat van de kansen voor andere mensen uit de doelgroep. In paragraaf 2.2 van de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit is dit toegelicht.
3. Overige wijzigingen
De Afdeling heeft in de redactionele bijlage bij het advies geadviseerd om in de voorgestelde artikelen 2.24 van het Besluit Wfsv en artikel 3.2 Besluit SUWI te expliciteren dat de verwijdering uit het doelgroepregister ook plaatsvindt indien de betrokkene niet meer in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon of in het geheel niet (meer) in staat is tot het verrichten van arbeid. Dit heeft geleid tot aanpassing in zowel het voorgestelde artikel 2.24 van het Besluit Wfsv als het voorgestelde artikel 3.2 van het Besluit SUWI. De nota van toelichting is hierop aangepast (paragraaf 2.2).
Van de gelegenheid is tevens gebruik gemaakt om nog enkele aanvullingen door te voeren. Aan het voorgestelde artikel 2.25 is alsnog een vijfde lid toegevoegd. Hiermee wordt een beperkte groep personen toegevoegd aan het doelgroepregister die voor 10 september 2014 een aanvraag Wajong heeft ingediend maar zijn afgewezen om administratieve reden, namelijk dat zij pas in 2015 de leeftijd van 18 jaar zouden bereiken. In totaal gaat het om 291 mensen.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid