Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W15.15.0442/IV

Voorstel van wet tot wijziging van de Telecommunicatiewet, de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene wet bestuursrecht alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten in verband met de uitvoering van EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (uitvoering EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten), met memorie van toelichting.

Kenmerk
W15.15.0442/IV
Datum advies
4 februari 2016
Vindplaats
Kamerstukken II 2015/2016, 34 413, nr. 4
  • Economische Zaken en Klimaat
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Voorstel van wet tot wijziging van de Telecommunicatiewet, de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene wet bestuursrecht alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten in verband met de uitvoering van EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (uitvoering EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten), met memorie van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 16 december 2015, no.2015002235, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Telecommunicatiewet, de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene wet bestuursrecht alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten in verband met de uitvoering van EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (uitvoering EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten), met memorie van toelichting.

Het wetsvoorstel geeft uitvoering aan de onderdelen van de EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (hierna: de verordening), die noodzaken tot wetswijziging. (zie noot 1) De verordening regelt grensoverschrijdend gebruik van elektronische identificatiemiddelen en vertrouwensdiensten tussen EU-lidstaten en zal vanaf 1 juli 2016 rechtstreeks van toepassing zijn.

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het voorstel naar de Tweede Kamer te zenden, maar acht aanpassing van het voorstel wenselijk. Nu er geen noodzaak bestaat om artikel 12 van de Wet raadgevend referendum (Wrr) op de inwerkingtreding van het voorstel van toepassing te verklaren dient de desbetreffende bepaling uit het voorstel te worden geschrapt.

Het voorgestelde artikel XII regelt inwerkingtreding van het wetsvoorstel op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Daarbij kan de inwerkingtreding voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend worden vastgesteld. Het tweede lid van artikel XII bepaalt dat in het inwerkingtredingsbesluit zo nodig toepassing wordt gegeven aan artikel 12 van de Wet raadgevend referendum bij de inwerkingtreding van artikelen of onderdelen van het voorstel van wet die zijn gewijzigd na indiening van het voorstel bij de Tweede Kamer. Een toelichting op het tweede lid van artikel XII ontbreekt.

De Afdeling wijst erop dat op grond van artikel 5, onderdeel e, van de Wrr, geen referendum kan worden gehouden over wetten die uitsluitend strekken tot uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties. Uit de memorie van toelichting van de Wrr blijkt dat deze uitzondering mede ziet op wetten die uitvoering geven aan Europese verordeningen. (zie noot 2) Het wetsvoorstel strekt uitsluitend tot omzetting van de verordening. (zie noot 3) Daardoor is het voorstel op grond van artikel 5, onderdeel e, niet referendabel en is het niet noodzakelijk om artikel 12 Wrr op de inwerkingtreding van toepassing te verklaren.

Voor zover het tweede lid van artikel XII beoogt te anticiperen op de situatie dat in de parlementaire behandeling onderwerpen aan het wetsvoorstel worden toegevoegd die de verplichte uitvoering van de verordening te buiten gaan, merkt de Afdeling het volgende op. Het uitgangspunt bij implementatie van bindende EU regelgeving is dat in de implementatieregeling geen andere regels worden opgenomen dan voor de implementatie noodzakelijk zijn. (zie noot 4) Dit uitgangspunt geldt ook voor nota’s van wijziging en amendementen met betrekking tot het wetsvoorstel. In die zin is het niet nodig en niet wenselijk bij voorbaat een regeling op te nemen voor het geval van dit uitgangspunt zou worden afgeweken.

Daarnaast wijst de Afdeling erop dat het opnemen van een bepaling als het tweede lid van artikel XII geen recht doet aan het uitgangspunt van de Wrr dat artikel 12 uitsluitend in uitzonderingsituaties moet worden toegepast. De reden voor toepassing van artikel 12 Wrr zal, blijkens de toelichting op de Wrr, (zie noot 5) geen andere kunnen zijn dan dat de wet dermate spoedeisend is dat afgeweken moet worden van de algemene inwerkingtredingsprocedure uit de artikelen 8 en 9 Wrr. (zie noot 6) Deze spoedeisendheid dient in zo’n geval dan ook gemotiveerd te worden. (zie noot 7) Het voor de zekerheid opnemen van een bepaling die artikel 12 Wrr van toepassing verklaart, voor het geval toepassing ervan in de loop van de parlementaire behandeling wenselijk blijkt, voldoet niet aan dit uitgangspunt.

De Afdeling adviseert op grond van het bovenstaande het tweede lid van artikel XII te schrappen.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 17 februari 2016

Het laatste lid van het laatste artikel van het wetsvoorstel verklaart artikel 12 van de Wet raadgevend referendum op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel van toepassing. De Afdeling wijst er terecht op dat er geen noodzaak bestaat om dit artikellid van toepassing te verklaren, ook niet indien dit zou beogen te anticiperen op de situatie dat in de parlementaire behandeling onderwerpen aan het wetsvoorstel worden toegevoegd die de verplichte uitvoering van de verordening te buiten gaan. Het wetsvoorstel strekt uitsluitend tot omzetting van de verordening, zodat het advies van de Afdeling tot schrappen van het desbetreffende artikellid is overgenomen en verwerkt in het wetsvoorstel.

In onderdeel I van het wetsvoorstel is in artikel 15.1 een wijziging van technische aard aangebracht. De memorie van toelichting is hierop aangepast. Paragraaf 5.8 van het algemeen deel van memorie van toelichting is voorts op het specifieke punt van conformiteitsbeoordelingen aangevuld, onder meer door aan een nieuwe norm voor conformiteitsbeoordelingsinstanties te refereren (paragraaf 5.8). Daarnaast bevat de toelichting op artikel I, onderdeel Q, artikel 18.15b, ter verduidelijking een aanvulling op wat identiteitsverificatie van een natuurlijke persoon bij de afgifte van een gekwalificeerd certificaat in de praktijk betekent. In de artikelsgewijze toelichting is verder de toelichting op artikel II aangevuld door daarin aan te geven dat partijen afspraken kunnen blijven maken over het betrouwbaarheidsniveau van geavanceerde en andere elektronische handtekeningen, uitgezonderd gekwalificeerde elektronische handtekeningen. Tot slot is in de artikelen XII tot en met XIV voorzien in verschillende situaties waarin technische samenloop kan optreden met andere wetsvoorstellen of nog in werking te treden wetten en is de memorie van toelichting daarop aangepast. Het betreft het wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Kamerstukken I en II, 34 059) en verscheidene wetsvoorstellen en nog in werking te treden wetten die de Telecommunicatiewet wijzigen.

Ik moge U verzoeken, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Economische Zaken


(1) Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische certificaten en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257). Ook ‘eidas verordening’ genoemd.
(2) Kamerstukken II 2005/06, 30 372, nr. 3, paragraaf 7.2.
(3) Zie ook de toelichting, paragraaf 12, eerste zin.
(4) Vergelijk Aanwijzingen voor de regelgeving, Ar 331.
(5) Kamerstukken II 2005/06, 30 372, nr. 3, paragraaf 8.3.2.
(6) Deze normale procedure houdt in dat het tijdstip van inwerkingtreding van een wet waarover een referendum kan worden gehouden, niet eerder wordt gesteld dan acht weken na de mededeling van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de bekrachtiging van die wet. Deze mededeling wordt binnen een week na die bekrachtiging geplaatst in de Staatscourant.
(7) Zie bijvoorbeeld de adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State van 29 oktober 2015 over het voorstel van wet tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met invoering van een variabele uitkering (Wet variabele pensioenuitkering) (W12.15.0366/III), Kamerstukken II 2015/16, 34 344, nr. 4 en van 9 december 2015 over het voorstel van wet tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met het stellen van nadere huurmaatregelen tot verdere bevordering van de doorstroming op de huurmarkt (Wet doorstroming huurmarkt 2015) (W03.15.0379/II), Kamerstukken II 2015/16, 34 373, nr. 4.


Gehele tekst ontwepregeling met toelichting (pdf, 708 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon