Ontwerp-Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES.
- Kenmerk
- W12.15.0418/III
- Datum advies
- 9 december 2015
- Vindplaats
- Staatscourant 2015, nr. 48598
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende nadere regels omtrent de weigering en terugvordering van kinderbijslag BES op grond van de Wet kinderbijslagvoorziening BES (Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES).
Bij Kabinetsmissive van 2 december 2015, no.2015002127, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende nadere regels omtrent de weigering en terugvordering van kinderbijslag BES op grond van de Wet kinderbijslagvoorziening BES (Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling geeft U in overweging dienovereenkomstig te besluiten.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, is de Afdeling van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege kan blijven.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W12.15.0418/III
- In de aanhef van artikel 3, tweede lid, "voor één kind" vervangen door "ten behoeve van het kind of de kinderen ten aanzien van wie de overtreding is begaan" en het derde lid van dat artikel schrappen.
Nader rapport (reactie op het advies) van 16 december 2015
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De Afdeling advisering van de Raad van State heeft één redactionele opmerking gemaakt. Geadviseerd wordt in de aanhef van artikel 3, tweede lid, ‘voor één kind’ te vervangen door ‘ten behoeve van het kind of de kinderen ten aanzien van wie de overtreding is begaan’ en het derde lid van artikel 3 te schrappen.
Er is geen gevolg gegeven aan deze redactionele opmerking omdat dit zou leiden tot een niet beoogde inhoudelijke wijziging van de aanhef van artikel 3, tweede lid. In de aanhef van artikel 3, tweede lid, wordt bewust verwezen naar het maandelijkse kinderbijslagbedrag BES voor één kind. In de artikelsgewijze toelichting is ook tot uitdrukking gebracht dat het minimumbedrag van een op te leggen maatregel, ongeacht het aantal kinderen ten aanzien van wie een maatregel wordt opgelegd, altijd gelijk is. Artikel 3, derde lid, moet specifiek in verband worden gezien met de verwijzingen naar ‘het maandelijkse kinderbijslagbedrag BES’ in de onderdelen a en b van artikel 3, tweede lid. Dit is in artikel 3, derde lid, en de artikelsgewijze toelichting verduidelijkt.
Van de gelegenheid is voorts gebruik gemaakt om de inwerkingtredingsbepaling van het (ontwerp)besluit en de toelichting daarop te wijzigen. Omdat het ontwerpbesluit direct voortvloeit uit de Wet kinderbijslagvoorziening BES die op 1 januari 2016 in werking zal treden, wordt het tijdstip van inwerkingtreding van het ontwerpbesluit eveneens op die datum vastgesteld. Tot slot is van de gelegenheid gebruik gemaakt om het ontwerpbesluit op enkele punten redactioneel te verbeteren.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid