Ontwerpbesluit tot wijziging van het Postbesluit 2009 in verband met de modernisering en flexibilisering van de universele postdienstverlening, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W15.15.0207/IV
- Datum advies
- 30 juli 2015
- Vindplaats
- Staatscourant 2015, nr. 40473
- Economische Zaken en Klimaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Postbesluit 2009 in verband met de modernisering en flexibilisering van de universele postdienstverlening, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 1 juli 2015, no.2015001161, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Postbesluit 2009 in verband met de modernisering en flexibilisering van de universele postdienstverlening, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt ertoe twee maatregelen ten behoeve van de continuïteit van een kwalitatief goede, betaalbare en toegankelijke basispostvoorziening op te nemen in het Postbesluit 2009. De ene maatregel is een concretisering van de eisen inzake de kwaliteit en toegankelijkheid van de universele postdienst. De tweede maatregel betreft de aangekondigde wijziging van de concrete eisen aan het aantal postvestigingen en brievenbussen.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen waar het gaat om de dienstverlening op het platteland.
1. Spreiding van brievenbussen op het platteland
De Postwet 2009 regelt onder meer dat één concessiehouder het recht heeft om lichte brieven en postpakketten te bezorgen, mits die dienst in het hele land tegen uniforme tarieven wordt verleend. Dit jaar is de Postwet 2009 gewijzigd om deze zogeheten universele postdienstverlening rendabel te houden, ondanks het feit dat er steeds minder vaak brieven worden verstuurd. Een van de maatregelen houdt in dat de eisen waaraan de universele postdienstverlening moet voldoen worden overgebracht van de Postwet 2009 naar het Postbesluit 2009, zodat die eisen sneller en makkelijker kunnen worden aangepast (verminderd). Die eisen hebben betrekking op het aantal brieven dat binnen een dag wordt bezorgd, de spreiding van het aantal "dienstverleningspunten" (zoals postkantoren) over het land en de spreiding van het aantal brievenbussen. In het ontwerpbesluit worden de eisen die in de Postwet zijn geschrapt, opgenomen in het Postbesluit.
Een van die eisen luidt dat op het platteland (buiten woonkernen met meer dan 5000 inwoners) er binnen een straal van 2500 meter een brievenbus is. Wanneer deze eis redelijkerwijs niet haalbaar is, kan de verlener van de universele postdienst van die eis afwijken, indien hij "de betrokken gebruikers de gelegenheid biedt om bij de bestelling poststukken ten vervoer aan te bieden". (zie noot 1)
Op het eerste gezicht lijkt deze uitzondering in te houden dat de postbode bij het bezorgen van de post nieuwe poststukken in ontvangst neemt. Echter, bij de voorhangprocedure stelde de regering:
"Deze uitzondering … is bedoeld voor gebieden waar geen of bijna geen mensen wonen, zoals in bepaalde poldergebieden, waardoor het vanwege de kosten voor de verlener van de universele postdienst onredelijk kan zijn om aan de eis … te voldoen. Om aan deze uitzondering invulling te geven, zijn in dit soort gebieden brievenbussen met één inwerpopening geplaatst bij bijvoorbeeld kruispunten van 2 wegen of OV locaties. Er zijn circa 2.500 van deze brievenbussen in Nederland." (zie noot 2)
Deze omschrijving wekt de indruk dat het hier nog steeds gaat om brievenbussen. Het is niet duidelijk hoe hier sprake kan zijn van gebruikers die poststukken ten vervoer aanbieden "bij de bestelling", zoals het ontwerpbesluit bepaalt. Daar komt bij dat de parlementaire geschiedenis van de totstandkoming van die wet geen licht werpt op de strekking van die wettelijke uitzonderingsbepaling. (zie noot 3)
Nu de uitzonderingsbepaling en de uitleg die daaraan is gegeven niet geheel met elkaar lijken te stroken, adviseert de Afdeling de tekst van het ontwerpbesluit te verduidelijken en in de toelichting nader op de betekenis en achtergrond van de uitzonderingsbepaling in te gaan.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W15.15.0207/IV
- In artikel 4a de term "standaard overnight service" vervangen door een Nederlandse term en de inhoud definiëren. Voorts de zinsnede die begint met "met dien verstande dat" onderbrengen in een afzonderlijk onderdeel (vergelijk artikel 4b).
- In de toelichting ingaan op het verloop en de uitkomsten van de voorhangprocedure (artikel 16, achtste lid, van de Postwet 2009 zoals gewijzigd in de Wet van 4 juni 2015 tot wijziging van de Postwet 2009 tot modernisering en flexibilisering van de universele postdienstverlening (modernisering UPD), Stb. 2015, 212).
Nader rapport (reactie op het advies) van 23 oktober 2015
1. De aparte brievenbussen met één inwerpopening, waarnaar in de antwoorden op de schriftelijke vragen van de Tweede Kamer over de ontwerpwijziging van het Postbesluit 2009 (Kamerstukken II 2014/15, 34 024, nr. 27, p. 5) wordt verwezen, worden in de praktijk door de verlener van de universele postdienst geleegd tijdens de bestelling van de post in deze locaties (en niet zoals de reguliere brievenbussen tijdens de collectie van de post). Op deze manier wordt gebruikers van de universele postdienst (hierna: UPD) derhalve de gelegenheid geboden om poststukken bij de bestelling ten vervoer aan te bieden. Het gebruik van de aparte brievenbussen met één inwerpopening heeft als voordeel dat gebruikers van de UPD in gebieden waar deze uitzondering van toepassing is niet hoeven te wachten op de postbezorger om de post persoonlijk te kunnen overhandigen. Omdat deze brievenbussen in de praktijk functioneren als afgiftepunten hebben zij een andere vormgeving opdat ze voor de consument en de postbezorger als zodanig herkenbaar zijn. Aangezien deze bepaling inhoudelijk niet wordt gewijzigd maar alleen wordt verplaatst van de Postwet 2009 naar het Postbesluit 2009, acht ik het niet noodzakelijk om hier in de nota van toelichting bij de onderhavige wijziging van het Postbesluit 2009 nader op in te gaan.
2. De redactionele kanttekeningen van de Afdeling zijn niet overgenomen:
- De term "standaard overnight service" wordt slechts overgeheveld van het niveau van de Postwet 2009 naar het niveau van het Postbesluit 2009. Een inhoudelijke wijziging wordt hiermee niet beoogd. Deze term maakt voorts reeds lange tijd deel uit van de regelgeving over de UPD. Zowel voor de toezichthouder als voor de verlener van de UPD is de inhoud en strekking van deze term helder.
- Het verloop van de voorhangprocedure is gedocumenteerd in de betrokken kamerstukken en hoeft derhalve niet te worden behandeld in de nota van toelichting.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Economische Zaken
(1) Voorgesteld artikel 4c, tweede lid.
(2) Kamerstukken II 2014/15, 34 024, nr. 27, blz. 5.
(3) Het artikellid is ingevoegd als een klein onderdeel van een omvangrijk amendement, dat erop gericht was de eisen van de universele postdienstverlening meer gedetailleerd in de wet op te nemen (Kamerstukken II 2006/07, 30 536, nr. 40).