Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W02.01.0649/II

Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in verband met de vernieuwing van het personeelsbeleid.

Kenmerk
W02.01.0649/II
Datum advies
22 maart 2002
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 9 juli 2002, nr 128
  • Buitenlandse zaken
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in verband met de vernieuwing van het personeelsbeleid.

Bij Kabinetsmissive van 4 december 2001, no.01.005780, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in verband met de vernieuwing van het personeelsbeleid.

De voorliggende wijziging van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken (RDBZ) is het gevolg van een vernieuwing van het personeelsbeleid voor ambtenaren van de Dienst Buitenlandse Zaken (DBZ). De belangrijkste wijzigingen zijn de vervanging van de huidige drie categorieën ambtenaren van de DBZ door één categorie, de sterkere aansluiting van de rechtspositie van de ambtenaren van de DBZ bij die van de overige ambtenaren in de sector Rijk (dat wil zeggen afstemming van het RDBZ op het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR)), het hanteren van een plaatsingsduur voor elke plaatsing in een functie, periodieke verplichte functiewisseling voor alle ambtenaren, het streven naar een grotere doorzichtigheid van het plaatsingsbeleid en het toekennen van een grotere invloed en verantwoordelijkheid van de betrokken personeelsleden en het management bij plaatsingsbeslissingen.
De Raad van State maakt een aantal opmerkingen in verband waarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1. Kennismanagement
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken kent een loopbaandienst, in die zin dat deskundigheden en vaardigheden zoveel mogelijk binnen het eigen personeelsbestand van de DBZ worden ontwikkeld en door middel van periodieke functiewisseling worden ingezet. Centraal kenmerk is dat voor allen die met het oogmerk van een aanstelling in vaste dienst worden geworven, periodieke functiewisseling plaatsvindt waarbij plaatsing in een functie aan een bepaalde periode is gebonden.
Door in het kader van de mobiliteitsbevordering periodieke verplichte functiewisseling voor alle ambtenaren na te streven ontstaat het gevaar dat het institutioneel geheugen en specialistische kennis op bepaalde niveaus weglekt; de nota van toelichting schenkt hieraan geen aandacht. Geadviseerd wordt in de nota van toelichting aan dit aspect van het mobiliteitsbeleid aandacht te schenken alsmede aan de vraag op welke wijze - bijvoorbeeld door middel van kennismanagement - deze ongewenste ontwikkeling kan worden vermeden.

2. Loopbaandienst en terminologie
In de toelichting op artikel 95 RDBZ wordt uitgelegd dat de termen "ambt" en "functie" geen rekening houden met het feit dat ambtenaren van de DBZ doorgaans niet voor een bepaalde functie, doch voor een loopbaan worden geworven. In die bepaling zijn om die reden de woorden "in het desbetreffende ambt" - die wel voorkomen in het overeenkomstige artikel 93 ARAR - achterwege gelaten. In andere artikelen daarentegen wordt deze "terminologische zuiverheid" losgelaten en worden de termen "ambt", "functie" en "loopbaan" - op naar het voorkomt willekeurige wijze - gebruikt; bijvoorbeeld de term "ambt" in de artikelen 101, eerste lid, en 104, eerste lid, onder a, de term "functie" in de artikelen 25, vierde lid, 102 en 105 en de term "loopbaan" in de artikelen 104, eerste lid, onder e en f, en 104, derde lid, onder a. De Raad adviseert de terminologie meer te uniformeren, dan wel de - eventueel noodzakelijke verschillen - te verklaren.

3. Afwijking van het Algemeen Rijksambtenarenreglement
Volgens paragraaf 2.3 van de nota van toelichting is per ARAR-bepaling nagegaan of deze zonder meer ook voor de DBZ zou kunnen gelden, dan wel dat deze vanwege de eis van periodieke functiewisseling of het "buitenlandaspect" niet of niet zonder aanpassing zou kunnen gelden, dan wel dient te worden aangevuld. In dit verband kunnen bijvoorbeeld de volgende voorgestelde bepalingen worden genoemd: de artikelen 15, 41d, 43d, tweede lid, en 43e, vierde lid.
De Raad adviseert alle afwijkingen van het ARAR in een afzonderlijk vergelijkend overzicht in de nota van toelichting op te nemen en per bepaling de noodzaak van afwijking te motiveren.
Voorts adviseert het college ter completering van deze wijzigingsoperatie aan de nota van toelichting als bijlage het vergelijkende overzicht tussen de nieuwe bepalingen van het RDBZ en de ARAR-bepalingen, en anderzijds de artikelen van het "oude" RDBZ toe te voegen, overeenkomstig aanwijzing 229 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

4. Schorsing
Artikel 92, tweede lid, regelt de schorsing van de buiten Nederland geplaatste ambtenaar die krachtens een wettelijke maatregel van het gastland van zijn vrijheid is beroofd. In essentie komt deze bepaling overeen met het geldende artikel 92, tweede lid, RDBZ. In tegenstelling tot artikel 92, eerste lid, dat evenals artikel 90 ARAR uitgaat van een schorsing van rechtswege, gaat artikel 92, tweede lid, uit van beoordelingsvrijheid van het bevoegd gezag; de ambtenaar "kan" worden geschorst.
De kans op strafrechtelijke vrijheidsberoving kan zich slechts voordoen ten aanzien van een kleine categorie uitgezonden ambtenaren, namelijk degenen die geen diplomatieke onschendbaarheid genieten. Ten aanzien van deze ambtenaren kan zich de vraag voordoen of de mogelijkheid tot schorsing niet uitdrukkelijk beperkt moet worden tot die gevallen waarin zowel het gastland als Nederland het gedrag van de ambtenaar krachtens een wettelijke maatregel met vrijheidsberoving sanctioneren en tevens overtuigend is bewezen dat de desbetreffende ambtenaar zich aan het in die wettelijke maatregel genoemde gedrag schuldig heeft gemaakt. Het ontbreken van dit ook in het uitleveringsrecht voorkomende vereiste van dubbele strafbaarheid wordt thans in de praktijk ondervangen door gebruik te maken van het feit dat het een "kan-bepaling" betreft. In het belang van de rechtszekerheid is het echter van belang de formulering van artikel 92, tweede lid, naar aanleiding van het voorgaande aan te passen.

5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in deze een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 22 maart 2002, no.W02.01.0649/II, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

Ontwerpbesluit
- In artikel 22, eerste lid, de termen "Wij" en "door Ons" vermijden en spreken in termen van "bij koninklijk besluit" (overeenkomstig aanwijzing 68 van de Aanwijzingen voor de regelgeving).
- In artikel 28, derde lid, de tweede volzin schrappen en in de eerste volzin de woorden "Gedurende het tweede jaar" vervangen door: Na afloop van het eerste jaar.
- In de artikelen 70, eerste lid, en 72, eerste lid, na "daarvoor" invoegen: door het bevoegd gezag.
- In het kopje boven artikel 92 de woorden "van rechtswege" schrappen in verband met de inhoud van artikel 92, tweede lid.
- In artikel 92, tweede lid, na "Nederlandse" invoegen: wettelijke.

Nota van toelichting
- Gelet op artikel 111, derde lid, in de toelichting op dat artikel de vermelding schrappen dat het equivalent van artikel 104 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement niet is opgenomen.



Nader rapport (reactie op het advies) van 2 mei 2002


1. Kennismanagement
De Raad van State merkt op dat door de nagestreefde periodieke functiewisseling voor alle ambtenaren, het gevaar kan ontstaan dat institutioneel geheugen en specialistische kennis weglekt en adviseert om in de nota van toelichting aan dit aspect van het mobiliteitsbeleid aandacht te schenken.
Naar aanleiding van dit advies is in paragraaf 2.2.3. van het algemeen deel van de nota van toelichting beschreven welke maatregelen genoemd gevaar minimaliseren. Vermeld is onder meer dat het beleid er op gericht is om de medewerkers die bij een bepaald dienstonderdeel werkzaam zijn niet tegelijkertijd over te plaatsen, dat het mogelijk is om plaatsingen te verlengen om essentiële kennis en ervaring te behouden of over te dragen aan anderen, dat bevorderd wordt dat door vertrekkende medewerkers goede overdrachtsdossiers worden samengesteld voor hun opvolgers en dat kennismanagementsystemen in ontwikkeling zijn.

2. Loopbaandienst en terminologie
Aan het advies van de Raad van State om de termen "ambt", "functie" en "loopbaan" meer uniform te gebruiken dan wel de eventueel noodzakelijke verschillen te verklaren, is uitvoering gegeven.

3. Afwijking van het Algemeen Rijksambtenarenreglement
De Raad van State adviseert alle afwijkingen van het ARAR in een afzonderlijk vergelijkend overzicht in de nota van toelichting op te nemen en per bepaling de noodzaak van afwijking te motiveren. Ter wille van de duidelijkheid is de nota van toelichting zodanig opgezet dat per artikel is aangegeven of en zo ja waarom van het overeenkomstige ARAR-artikel is afgeweken. De duidelijkheid lijkt niet te worden bevorderd indien dit ook nog eens in een bijlage bij de nota van toelichting wordt weergegeven. Aan genoemd advies van de Raad van State is daarom slechts in die zin gevolg gegeven dat bij de toelichting bij artikel I, onderdeel M, meer aandacht is besteed aan de gevallen waarin van het ARAR is afgeweken en zodanig bij de artikelsgewijze toelichting afwijkingen nader zijn verklaard. Voorts is, conform het advies van de Raad van State, aan de nota van toelichting als bijlage toegevoegd een vergelijkend overzicht van ARAR-bepalingen en "oude" en "nieuwe" RDBZ-bepalingen.

4. Schorsing
De Raad van State merkt op dat de kans op strafrechtelijke vrijheidsberoving krachtens een wettelijke maatregel van het gastland, zich slechts kan voordoen ten aanzien van een kleine categorie uitgezonden ambtenaren, te weten degenen die geen diplomatieke onschendbaarheid genieten. De Raad van State overweegt dat ten aanzien van deze ambtenaren de vraag zich kan voordoen of de mogelijkheid van schorsing niet uitdrukkelijk beperkt moet worden tot de gevallen waarin zowel het gastland als Nederland het gedrag van de ambtenaar krachtens een wettelijke maatregel met vrijheidsberoving sanctioneren en tevens overtuigend is bewezen dat de desbetreffende ambtenaar zich aan het in die wettelijke maatregel genoemde gedrag schuldig heeft gemaakt. De Raad van State adviseert in het belang van de rechtszekerheid de formulering van artikel 92, tweede lid, aan te passen. Naar aanleiding hiervan kan het volgende worden opgemerkt. Anders dan de Raad van State meent, ziet het voorgestelde artikel 92, tweede lid, niet alleen op uitgezonden ambtenaren die in het gastland krachtens een wettelijke maatregel van hun vrijheid zijn beroofd. Het ziet namelijk ook op uitgezonden ambtenaren die in een ander land dan hun gastland alsmede op niet-uitgezonden ambtenaren die buiten Nederland krachtens een wettelijke maatregel van hun vrijheid zijn beroofd (bijvoorbeeld tijdens een dienst- of vakantiereis). De achtergrond van het vereiste van dubbele strafbaarheid bij uitlevering is om te voorkomen dat de aangezochte staat zou moeten meewerken aan het handhaven van normen die in strijd zijn met de eigen strafrechtelijke opvattingen. De arbeidsrechtelijke beslissing om te schorsen impliceert een dergelijke medewerking niet. Deze betreft slechts de laakbaarheid - vanuit arbeidsrechtelijk perspectief bezien - van de gedraging van betrokkene. Hantering bij schorsingsbesluiten van het vereiste van dubbele strafbaarheid acht ik derhalve niet opportuun. Wel zal in zo'n geval in de besluitvorming mede betrokken dienen te worden of de ambtenaar van zijn vrijheid is beroofd vanwege een doen of nalaten waarvoor hij ook in Nederland van zijn vrijheid beroofd zou kunnen worden en of er voldoende aanleiding is om aan te nemen of althans te vermoeden dat hij zich aan zodanig doen of nalaten schuldig heeft gemaakt.
Bij nader inzien bestaat er geen behoefte aan een bepaling als vervat in artikel 92, tweede lid. Artikel 93, eerste lid (dat de mogelijkheid biedt om tot schorsing over te gaan wanneer een strafrechtelijke vervolging ter zake van misdrijf tegen betrokkene is ingesteld, aan betrokkene het voornemen tot onvoorwaardelijk disciplinair ontslag ter kennis is gegeven of het belang van de dienst dat vordert), biedt immers voldoende mogelijkheden om tot schorsing te besluiten in geval van vrijheidsberoving krachtens een niet-Nederlandse wettelijke maatregel. Hierbij zij opgemerkt dat het "oude" artikel 92, tweede lid, RDBZ - dat grotendeels overeenkomt met het voorgestelde artikel 92, tweede lid - nog nooit is toegepast. In verband hiermee is artikel 92, tweede lid, geschrapt en is in de nota van toelichting nader stilgestaan bij hetgeen in acht moet worden genomen bij het schorsen van een ambtenaren op grond van artikel 93 vanwege het feit dat hij buiten Nederland krachtens een wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd.

5. Redactionele kanttekeningen
Met de redactionele kanttekeningen van de Raad van State is rekening gehouden. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om ook enige andere redactionele verbeteringen aan te brengen.

6. Arbeidsvoorwaardenovereekomst sector Rijk 2001-2002
Het ontwerpbesluit is zodanig aangepast dat daarmee voor wat betreft het RDBZ ook de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2001-2002 wordt geformaliseerd. Daarbij is aangesloten bij het Ontwerp van een besluit houdende wijziging van het ARAR en enkele andere besluiten in verband met de formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2001-2002 en het advies dat de Raad van State daarover op 29 maart 2002 uitbracht (No. W04.02.0064/I). Het betreft hier de introductie van de loopbaanscan en de mogelijkheid om de arbeidsduur op aanvraag van de ambtenaar te verlengen tot gemiddeld 40 uur per week.

7. Herstel van enige omissies
Ten slotte zijn in het ontwerpbesluit nog enkele omissies hersteld. Zo is artikel 143a geschrapt aangezien het overbodig is geworden als gevolg van het nieuwe artikel 58b. Verder is aan artikel IV een lid toegevoegd dat - naar analogie van het nieuwe artikel 39 - de mogelijkheid biedt om voor degenen voor wie nog geen plaatsingsduur geldt op hun aanvraag de arbeidsduur tijdelijk te vermeerderen of te verminderen. Ook kan in dit verband worden genoemd de wijziging van artikel 115. Krachtens het nieuwe artikel 8 wordt het ook voor andere organisaties dan andere ministeries, de Nederlandse Antillen en Aruba mogelijk om met toestemming van de Minister van Buitenlandse Zaken medewerkers aan een post toe te voegen. Het aangepaste artikel 115 voorziet alsnog in die mogelijkheid om ook die andere organisaties de mogelijkheid te bieden lokale werknemers in dienst te nemen overeenkomstig het RDBZ.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Buitenlandse Zaken

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon