Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200601304/1

Uitspraak 200601304/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AY5703
Datum uitspraak
25 juli 2006
Inhoudsindicatie
Bij onderscheiden besluiten van 21 oktober 2003 heeft appellant (hierna: de minister) aanvragen van [vreemdeling sub 1] en [vreemdeling sub 2] (hierna gezamenlijk: de vreemdelingen) om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Regulier

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200601304/1.
Datum uitspraak: 25 juli 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,
appellant,

tegen de uitspraak in de zaken nos. AWB 04/46523 en 04/46525 van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 19 januari 2006 in de gedingen tussen:

[vreemdeling sub 1] en [vreemdeling sub 2],

en

appellant.

1. Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 21 oktober 2003 heeft appellant (hierna: de minister) aanvragen van [vreemdeling sub 1] en [vreemdeling sub 2] (hierna gezamenlijk: de vreemdelingen) om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Bij onderscheiden besluiten van 24 september 2004 heeft de minister de daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Deze besluiten zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 19 januari 2006, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank), de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de minister nieuwe besluiten op de gemaakte bezwaren neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de minister bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 16 februari 2006, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 2 maart 2006 hebben de vreemdelingen een reactie ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. In grief 1 klaagt de minister dat de rechtbank, door een deskundige te benoemen om zich te laten adviseren over de vraag of het voor de vreemdelingen mogelijk is om naar hun land van herkomst te reizen, aldaar een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) in te dienen en aldaar gedurende de behandeling van deze aanvraag te verblijven en op grond van diens advies tot gegrondverklaring van het beroep te komen, heeft miskend dat de vreemdelingen geen aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van het door het Bureau Medische Advisering (hierna: het BMA) aan hem uitgebrachte en door hem gevolgde medisch advies hebben geboden.

2.2. Ingevolge artikel 17, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 14 van de Vw 2000, niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf, indien het een vreemdeling betreft, voor wie het, gelet op diens gezondheidstoestand, niet verantwoord is om te reizen.

2.2.1. Volgens paragraaf B1/1.2.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 wordt bij de toepassing van deze bepaling onderzocht of de desbetreffende vreemdeling in staat is naar zijn land van herkomst te reizen en daar de behandeling van een door hem in te dienen aanvraag om verlening van een mvv af te wachten.

2.3. Het aan de afwijzing ten grondslag gelegde advies van het BMA is een deskundigenadvies aan de minister ten behoeve van de uitoefening van diens bevoegdheden. Indien een zodanig advies op onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze is opgesteld, mag de minister bij de beoordeling van een aanvraag in beginsel van zulk een advies uitgaan.

2.4. Uit het BMA-advies van 29 augustus 2003, dat de minister aan de besluiten van 21 oktober 2003 en 24 september 2004 ten grondslag heeft gelegd, noch uit de door de vreemdelingen gemaakte bezwaren kan worden afgeleid dat bij het tot stand komen van dit advies niet alle door de behandelaars ter beschikking gestelde medisch relevante stukken zijn betrokken. Gelet hierop, biedt het in beroep aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat het door het BMA verrichte onderzoek op dit punt onzorgvuldig of onvolledig is geweest. Dat de behandelaars van de vreemdeling sub 1 met de arts van het BMA van mening verschillen over de hieruit af te leiden gevolgtrekkingen voor de beantwoording van de vraag of zij naar haar land van herkomst kan reizen, teneinde daar een mvv aan te vragen, biedt op zichzelf geen grond voor een ander oordeel. Die omstandigheid biedt evenmin grond voor het oordeel dat de minister de besluiten van 21 oktober 2003 in dit geval in zoverre niet op het advies van het BMA heeft mogen baseren. De vreemdelingen hebben in bezwaar geen informatie overgelegd, zoals een advies van een onafhankelijke deskundige dat de conclusies van de arts van het BMA gemotiveerd weerspreekt, die concrete aanknopingspunten bevat om aan de juistheid en volledigheid van het BMA-advies op dit punt te twijfelen, zodat er voor de minister in zoverre ook geen aanleiding was om de besluiten van 21 oktober 2003 in bezwaar niet te handhaven. Nu de vreemdelingen in beroep slechts hebben verwezen naar het oordeel van de behandelaars dat door de minister in de besluiten van 24 september 2004 was betrokken, bestond voor de rechtbank geen grond om toepassing te geven aan artikel 8:47, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en de besluiten van 24 september 2004 op grond van het advies van de door haar ingeschakelde deskundige te vernietigen.

Grief 1 slaagt.

2.5. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. Hetgeen overigens is aangevoerd behoeft geen bespreking. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De Afdeling zal de zaak met toepassing van artikel 44, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de Raad van State naar de rechtbank terugwijzen om door haar te worden behandeld en beslist met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen, waarbij de rechtbank ook aandacht zal dienen te besteden aan de door de arts van het BMA in zijn advies vermelde noodzaak om de medische gegevens vóór de reis te actualiseren.

2.6. De Afdeling zal de proceskosten in hoger beroep vaststellen. De rechtbank dient omtrent de vergoeding van deze kosten te beslissen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 19 januari 2006 in de zaken nos. AWB 04/46523 en 04/46525;

III. wijst die zaken naar de rechtbank terug;

IV. stelt de door de vreemdelingen in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte kosten vast op een bedrag van € 322,00 (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro) en bepaalt dat de rechtbank omtrent de vergoeding van deze kosten beslist.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. T.M.A. Claessens, Leden, in tegenwoordigheid van mr. J.H. van Breda, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Van Breda
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2006

310-470.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon