Voorstel van wet tot aanpassing van enkele wetten in verband met de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur.
- Kenmerk
- W04.01.0655/I
- Datum advies
- 31 januari 2002
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2001–2002, 28 243, A (alleen nader rapport)
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Wet
Toon inhoud
Volledige tekst
Voorstel van wet tot aanpassing van enkele wetten in verband met de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur.
Dit advies is een zogenoemd advies conform.Dit betekent dat de tekst van het advies "zonder meer instemmend luidt, dan wel uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat". Openbaarmaking van een advies conform blijft achterwege (artikel 25a, vierde lid, van de Wet op de Raad van State). De tekst van het advies wordt dus nergens gepubliceerd, niet in het Bijvoegsel van de Staatscourant en niet in de Kamerstukken.
Nader rapport (reactie op het advies) van 18 februari 2002
De Raad van State kan zich met het voorstel van wet verenigen en geeft U in overweging het aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De redactionele kanttekening van de Raad is overgenomen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enige andere wijzigingen in het wetsvoorstel door te voeren. In het onderstaande worden de belangrijkste genoemd:
– In artikel 47 van de Gemeentewet is een «verplicht ontslag» opgenomen voor de wethouder die niet langer aan de vereisten voor het wethouderschap voldoet.
– In artikel 60 van de Gemeentewet is een verplichting voor het college opgenomen om zijn besluitenlijst openbaar te maken.
– Door middel van een wijziging van artikel 84 is de mogelijkheid geopend dat raadsleden en collegeleden lid kunnen worden van elkaars klachtencommissie.
– Er is een overgangsregeling toegevoegd voor de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Kaderwet bestuur in verandering. Tot het moment dat een definitief besluit is genomen over de gevolgen van dualisering voor deze wetten (alsmede van de Wet bestuur in stedelijke regio’s, die bij de Tweede Kamer is ingediend), zijn de verwijzingen in deze wetten naar de Gemeentewet als het ware «bevroren». Dit betekent dat er op het gebied van de intergemeentelijke samenwerking vooralsnog niet gedualiseerd zal worden.
– Toegevoegd is een bepaling die aan het wetsvoorstel terugwerkende kracht verleent tot 7 maart 2002.
Deze aanpassingen zijn in de memorie van toelichting nader uiteengezet.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Nader rapport (reactie op het advies) van 18 februari 2002
De Raad van State kan zich met het voorstel van wet verenigen en geeft U in overweging het aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De redactionele kanttekening van de Raad is overgenomen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enige andere wijzigingen in het wetsvoorstel door te voeren. In het onderstaande worden de belangrijkste genoemd:
– In artikel 47 van de Gemeentewet is een «verplicht ontslag» opgenomen voor de wethouder die niet langer aan de vereisten voor het wethouderschap voldoet.
– In artikel 60 van de Gemeentewet is een verplichting voor het college opgenomen om zijn besluitenlijst openbaar te maken.
– Door middel van een wijziging van artikel 84 is de mogelijkheid geopend dat raadsleden en collegeleden lid kunnen worden van elkaars klachtencommissie.
– Er is een overgangsregeling toegevoegd voor de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Kaderwet bestuur in verandering. Tot het moment dat een definitief besluit is genomen over de gevolgen van dualisering voor deze wetten (alsmede van de Wet bestuur in stedelijke regio’s, die bij de Tweede Kamer is ingediend), zijn de verwijzingen in deze wetten naar de Gemeentewet als het ware «bevroren». Dit betekent dat er op het gebied van de intergemeentelijke samenwerking vooralsnog niet gedualiseerd zal worden.
– Toegevoegd is een bepaling die aan het wetsvoorstel terugwerkende kracht verleent tot 7 maart 2002.
Deze aanpassingen zijn in de memorie van toelichting nader uiteengezet.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties