Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200504106/1

Uitspraak 200504106/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AU1419
Datum uitspraak
24 augustus 2005
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 4 augustus 2004, in zaak no. 200307396/1, heeft de Afdeling het beroep van verzoeker gericht tegen het besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de Minister) van 30 september 2003 waarbij ongegrond is verklaard het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van een verzoek om een energiepremie, gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd, en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.
  • Herziening
  • Subsidie

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200504106/1.
Datum uitspraak: 24 augustus 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

om herziening (artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht) van de uitspraak van de Afdeling van 4 augustus 2004, in zaak no. 200307396/1.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 4 augustus 2004, in zaak no. 200307396/1, heeft de Afdeling het beroep van verzoeker gericht tegen het besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de Minister) van 30 september 2003 waarbij ongegrond is verklaard het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van een verzoek om een energiepremie, gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd, en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Bij brief van 9 mei 2005 heeft verzoeker de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Deze brief is aangehecht.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van verzoeker en verweerder. Deze zijn aan de andere partij gezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 12 augustus 2005, waar de Minister, vertegenwoordigd door mr. H.C. Scherpenseel, ambtenaar bij het ministerie, is verschenen. Verzoeker is met kennisgeving niet verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Ingevolge artikel 8:88, tweede lid, van de Awb zijn hoofdstuk 6 en de titels 8.2 en 8.3 van de Awb, voor zover nodig van overeenkomstige toepassing.

Ingevolge artikel 6:12, derde lid, van de Awb wordt het bezwaar of beroep niet-ontvankelijk verklaard indien het bezwaar- of beroepschrift onredelijk laat is ingediend.

Hieruit volgt dat een verzoek om herziening niet-ontvankelijk wordt verklaard indien het onredelijk laat is ingediend.

2.2. Het verzoek om herziening is ruim negen maanden na de uitspraak ingediend. Naar het oordeel van de Afdeling is dit onredelijk laat. Van bijzondere omstandigheden die de te late indiening van het verzoek rechtvaardigen is niet gebleken. Daartoe kan niet dienen dat verzoeker voor de indiening van zijn verzoek contact heeft opgenomen met de Minister reeds omdat verzoeker, nadat hem gebleken was dat zijn dossier niet heropend zou worden, nog enkele maanden heeft gewacht alvorens zijn verzoek om herziening te doen.

2.3. Gelet op het vorenstaande is het verzoek niet-ontvankelijk.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Van Meurs-Heuvel
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2005

47-496.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon