Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200504306/1

Uitspraak 200504306/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:10
Datum uitspraak
23 juni 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 mei 2005, kenmerk GB/2005-083, heeft verweerder aan verzoeker een last onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd vanwege het overtreden van voorschrift 1.1.1 van de bijlage bij het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer (hierna: het Besluit) met betrekking tot de [snackbar] aan de [locatie] te [plaats]. De dwangsom is vastgesteld op € 1.150,00 per geconstateerde overtreding. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 23.000,00.
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200504306/1.
Datum uitspraak: 23 juni 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Maasdonk,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 mei 2005, kenmerk GB/2005-083, heeft verweerder aan verzoeker een last onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd vanwege het overtreden van voorschrift 1.1.1 van de bijlage bij het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer (hierna: het Besluit) met betrekking tot de [snackbar] aan de [locatie] te [plaats]. De dwangsom is vastgesteld op € 1.150,00 per geconstateerde overtreding. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 23.000,00.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Bij brief van 13 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op 17 mei 2005, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 juni 2005, waar verweerder, vertegenwoordigd door ing. G.M. den Brok, ambtenaar van de gemeente, is verschenen.

De Voorzitter heeft het verzoek afgewezen.

Daartoe heeft hij het volgende overwogen.

Niet bestreden is dat voorschrift 1.1.1 van de bijlage bij het Besluit (hierna: voorschrift 1.1.1) is overtreden, zodat verweerder bevoegd was tot het opleggen van een last onder dwangsom.

Verzoeker heeft - kort weergegeven - aangevoerd dat hij eerst nadat verweerder op basis van een door hem ingediend gewijzigd bouwplan voor zijn inrichting een bouwvergunning zal hebben verleend en het daarvoor benodigde besluit tot het verlenen van vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening heeft genomen, zal kunnen overgaan tot het treffen van de voorzieningen waarmee de overtreding van voorschrift 1.1.1 kan worden beëindigd.

Naar het oordeel van de Voorzitter is er geen sprake van een rechtstreeks verband tussen de aangevraagde bouwvergunning en de overtreding van voorschrift 1.1.1. In dit verband wijst de Voorzitter er op dat de bestreden last onder dwangsom ziet op het beëindigen van de overtreding van dit voorschrift en niet op het treffen van voorzieningen. In hetgeen verzoeker heeft aangevoerd, ziet de Voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat niet ook zonder het treffen van voorzieningen aan voorschrift 1.1.1 kan worden voldaan, bijvoorbeeld door een aangepaste exploitatie van de inrichting.

Gelet op het vorenstaande ziet de Voorzitter geen grond voor het oordeel dat verweerder, bij afweging van de betrokken belangen, niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom gebruik heeft kunnen maken.

De Voorzitter wijst het verzoek af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Uitgesproken in het openbaar overeenkomstig artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht door mr. W. Konijnenbelt, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt Voorzitter
w.g. De Vink ambtenaar van Staat

154-492.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon