Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200502482/1

Uitspraak 200502482/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AT5091
Datum uitspraak
27 april 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 maart 2005, kenmerk 2005024489/ODH/JUM, heeft verweerder verzoekster onder oplegging van een dwangsom gelast zich te onthouden van het plegen van sluikhandel als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Verordening 259/93/EEG van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese gemeenschap (hierna: de Verordening). De dwangsom is vastgesteld op € 10.000,00 per geconstateerde overtreding van artikel 26, eerste lid, van de Verordening. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 100.000,00.
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200502482/1.
Datum uitspraak: 27 april 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "CVB Ecologistics B.V.", gevestigd te Tilburg,
verzoekster,

en

de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 maart 2005, kenmerk 2005024489/ODH/JUM, heeft verweerder verzoekster onder oplegging van een dwangsom gelast zich te onthouden van het plegen van sluikhandel als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Verordening 259/93/EEG van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese gemeenschap (hierna: de Verordening). De dwangsom is vastgesteld op € 10.000,00 per geconstateerde overtreding van artikel 26, eerste lid, van de Verordening. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 100.000,00.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Bij brief van 22 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag per fax, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 april 2005, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. drs. E.D.M. Knegt, advocaat te Breda, in aanwezigheid van S.A.E. van Velsen, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. O. de Holander, mr. P.C. Cup en L. Dielissen, ambtenaren van het ministerie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Voorzitter stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting vast dat de bestreden last onder dwangsom beoogt te voorkomen dat de overbrenging door verzoekster van papieren zakken voorzien van daaraan vastgemaakte kunststof binnenzakken geschiedt zonder kennisgeving aan, of toestemming van, alle betrokken bevoegde autoriteiten overeenkomstig de Verordening. De bestreden last onder dwangsom heeft geen betrekking op de overbrenging door verzoekster van papieren zakken voorzien van een kunststof binnencoating. Verzoekster heeft ter zitting verklaard, in afwachting van de beslissing op bezwaar - welke volgens verweerder eind mei 2005 is te verwachten - en het eventueel nadien ingestelde beroep, zich te onthouden van de overbrenging van papieren zakken voorzien van daaraan vastgemaakte kunststof binnenzakken zonder kennisgeving aan, of toestemming van, alle bevoegde betrokken autoriteiten overeenkomstig de Verordening. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat zolang geen dwangsommen zullen worden verbeurd. Gelet hierop is de Voorzitter van oordeel dat met het verzoek van verzoekster om het treffen van een voorlopige voorziening geen spoedeisend belang is gemoeid.

2.2. Gelet op het vorenstaande wijst de Voorzitter het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, ambtenaar van Staat.

w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. De Vink
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 april 2005

154-399.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon