Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200406375/1

Uitspraak 200406375/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AT2813
Datum uitspraak
30 maart 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 oktober 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (hierna: het college) aan appellante geweigerd voor het gebruik als supermarkt van een pand aan de Aalsterweg 22B (lees: Hofdijkstraat 1) te Eindhoven een gebruiksvergunning ingevolge de bouwverordening van de gemeente Eindhoven (hierna: de bouwverordening) te verlenen.
  • Hoger beroep
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200406375/1.
Datum uitspraak: 30 maart 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Lidl Nederland GmbH, gevestigd te Huizen,
appellante,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank
's-Hertogenbosch van 24 juni 2004 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 oktober 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (hierna: het college) aan appellante geweigerd voor het gebruik als supermarkt van een pand aan de Aalsterweg 22B (lees: Hofdijkstraat 1) te Eindhoven een gebruiksvergunning ingevolge de bouwverordening van de gemeente Eindhoven (hierna: de bouwverordening) te verlenen.

Bij besluit van 30 maart 2004 heeft het college het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 juni 2004, verzonden op 25 juni 2004, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 29 juli 2004, bij de Raad van State ingekomen op 30 juli 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 30 augustus 2004. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 27 september 2004 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 februari 2005, waar appellante vertegenwoordigd door H. van Oorschot, R. Hoeben en M. Heersmink, bijgestaan door mr. D.H. Nas, advocaat te Nijmegen, en het college, vertegenwoordigd door mr. P.J.A. van Creij, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6.1.5., aanhef en onder b, van de bouwverordening, moet een gebruiksvergunning worden geweigerd indien de bouwvergunning is geweigerd.

2.2. Vaststaat dat voormelde weigeringsgrond zich voordeed zowel ten tijde van de beslissing op de aanvraag als ten tijde van de beslissing op bezwaar. De omstandigheid dat deze weigeringsgrond eerst is ontstaan met het herroepen en (alsnog) weigeren van een voor het pand verleende bouwvergunning ruimschoots na de indiening van de aanvraag, noch de omstandigheid dat het college de beslissing op de aanvraag ten onrechte gedurende de behandeling van het tegen de bouwvergunning gemaakte bezwaar heeft aangehouden, doet daaraan af. Anders dan appellante betoogt volgt uit deze gang van zaken niet dat het college met die weigeringsgrond geen rekening moest houden. Die uitleg verdraagt zich niet met voormeld artikel 6.1.5., aanhef en onder b. De voorzieningenrechter is tot hetzelfde oordeel gekomen.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink w.g. Willems
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2005

412.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon