Uitspraak 200410298/1, 200410302/1 en 200410401
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2005:29
- Datum uitspraak
- 12 januari 2005
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 16 december 2004 heeft verweerder (hierna: de Verenigde Vergadering) een beslissing genomen omtrent de toelating van nieuwe leden.
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kieswet
Toon inhoud
200410298/1, 200410302/1 en 200410401.
Datum uitspraak: 11 januari 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in de gedingen tussen:
1. [appellant sub 1],
2. [appellant sub 2],
3. [appellant sub 3], allen wonend te Den Haag,
en
de Verenigde Vergadering van het hoogheemraadschap van Delfland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 16 december 2004 heeft verweerder (hierna: de Verenigde Vergadering) een beslissing genomen omtrent de toelating van nieuwe leden.
Tegen dit besluit hebben appellanten sub 1 en 2 bij brieven, bij de Raad van State ingekomen op 20 december 2004, en appellant sub 3 bij brief van 19 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 22 december 2004, beroep ingesteld.
Bij brieven van 23 december 2004 heeft de Verenigde Vergadering een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 december 2004, waar appellant sub 1, vertegenwoordigd door [gemachtigde], appellant sub 2 in persoon en de Verenigde Vergadering, vertegenwoordigd door mr. G.C.W. van der Feltz, mr. M.C. de Smit, mr. A.M.G. Klooswijk, mr. drs. G.G.G. Slooters, [gemachtigde] en mr. M. Contant, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is voor de behandeling van een beroep griffierecht verschuldigd. Een beroep wordt ingevolge artikel 8:41, tweede lid, van deze wet gelezen in samenhang met artikel 30a, derde lid, laatste volzin, van de Waterschapswet niet-ontvankelijk verklaard, indien storting of bijschrijving van het recht niet heeft plaatsgevonden binnen de door de Voorzitter van de Afdeling gestelde termijn, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2.1.1. Appellant sub 3 is bij brief van 23 december 2004, die op dezelfde dag door een medewerker van de Raad van State bij hem is bezorgd, op de verschuldigdheid van het recht gewezen. Daarbij is hem meegedeeld dat hij tot en met 29 december 2004 vóór aanvang van de mondelinge behandeling in de gelegenheid wordt gesteld dit op de rekening van de Raad van State te doen bijschrijven dan wel contant te betalen. Dat is niet gebeurd. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant sub 3 in verzuim is geweest, is niet gebleken.
2.2. Ingevolge artikel 53 van het Zuid-Hollands kiesreglement waterschappen onderzoekt het Algemeen Bestuur in het kader van de toelating van nieuwe leden of de benoemden aan de eisen van het lidmaatschap voldoen, geen daarmee onverenigbare betrekkingen vervullen en beslist het omtrent de geschillen die met betrekking tot de geloofsbrieven of de verkiezing zelf rijzen.
Een besluit als dat van 16 december 2004 is niet tot één of meer belanghebbenden gericht en dient overeenkomstig het bepaalde bij artikel 3:42 van de Awb te worden bekendgemaakt.
De Verenigde Vergadering heeft in een publicatie in de Haagsche Courant en verschillende, binnen het beheersgebied van het hoogheemraadschap verschijnende, (huis-aan-huis-)bladen het volgende aangekondigd:
"Op donderdag 16 december 2004, 9:30 uur, neemt de Verenigde Vergadering van het Hoogheemraadschap van Delfland een besluit over de definitieve toelating van de gekozen leden van het algemeen bestuur.
Het VV-besluit wordt na de vergadering ter inzage gelegd bij Delfland. Adres: Phoenixstraat 32 te Delft. U kunt het besluit tot en met 21 december inzien op werkdagen van 9:00 tot 19:30 uur. Ook staat het besluit vanaf 16 december 2004 op internet (www.hhdelfland.nl)
Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden binnen vier dagen na bekendmaking - te weten vier dagen na de datum van verschijning van deze krant - beroep instellen bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag."
De Haagsche Courant en een aantal van de hiervoor bedoelde (huis-aan-huis-)bladen, waaronder de Posthoorn, zijn op 15 december 2004 verschenen. De publicatie daarin kan reeds daarom niet als bekendmaking, als hiervoor bedoeld, worden aangemerkt, omdat het bekend te maken besluit op dat moment nog niet was genomen, hetgeen ook uit de tekst van de publicatie blijkt. Dit geldt evenzeer voor de publicatie in de overige, op 16 december 2004 verschenen, (huis-aan-huis-)bladen. Mede gelet op de tekst van de publicatie moet immers voor worden gehouden dat de opdracht tot plaatsing ervan is gegeven voordat het besluit was genomen. De ter inzage legging en plaatsing op de internetpagina van het hoogheemraadschap van het besluit, nadat dit was genomen, kan, wat daarvan overigens ook zij, gelet op het bepaalde in artikel 3:42, eerste en tweede lid, van de Awb, in onderlinge samenhang gelezen, evenmin als zodanige bekendmaking worden aanvaard.
2.2.1. Dat het besluit niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, heeft - gelet op artikel 6:8, eerste lid, van de Awb - tot gevolg dat de termijn voor het instellen van beroep geen aanvang heeft genomen. De beroepen zijn dan ook prematuur. Aangezien het besluit hangende beroep niet alsnog op de bij artikel 3:42 van de Awb voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, blijft niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen niet ingevolge artikel 6:10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb achterwege.
Nadat het besluit is bekendgemaakt, staat daartegen beroep open. Derhalve is thans van een onherroepelijk besluit, als bedoeld in artikel 59 van het Zuid-Hollands kiesreglement waterschappen, op grond waarvan tot installatie van de nieuwe leden van het algemeen bestuur kan worden overgegaan, geen sprake.
2.3. De beroepen zijn niet-ontvankelijk.
2.4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is ten aanzien van appellanten sub 1 en 2 niet gebleken; wat betreft appellant sub 3 bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding. Gelet op de onjuiste rechtsmiddelenverwijzing in de publicaties van 15 en 16 december 2004 zal met toepassing van artikel 8:74, tweede lid, van de Awb worden gelast dat het hoogheemraadschap Delfland aan appellanten sub 1 en 2 het door hen betaalde recht vergoedt
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart de beroepen niet-ontvankelijk;
II. gelast dat het hoogheemraadschap van Delfland aan appellanten sub 1 en 2 het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht ten bedrage van in totaal € 272,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. M. Vlasblom, Leden, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, ambtenaar van Staat.
w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Van Loon
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2005
284.