Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200401035/1

Uitspraak 200401035/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AR5081
Datum uitspraak
3 november 2004
Inhoudsindicatie
Bij brief van 6 december 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf (hierna: het college) een verzoek van appellanten om vergoeding van schade ten gevolge van het bestemmingsplan “Buitengebied Waubach-Noord” doorgezonden aan het college van gedeputeerde staten van Limburg.
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200401035/1.
Datum uitspraak: 3 november 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten 1 en 2], wonend te [woonplaats],
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 23 december 2003 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf.

1. Procesverloop

Bij brief van 6 december 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf (hierna: het college) een verzoek van appellanten om vergoeding van schade ten gevolge van het bestemmingsplan “Buitengebied Waubach-Noord” doorgezonden aan het college van gedeputeerde staten van Limburg.

Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen de doorzending van, alsmede het uitblijven van een beslissing op, hun verzoek.

Bij besluit van 10 maart 2003 heeft het college het bezwaar, overeenkomstig een advies van de commissie voor de bezwaarschriften van 24 februari 2003, niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 23 december 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Maastricht (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 februari 2004, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 19 maart 2004 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 augustus 2004, waar appellanten in persoon, en het college, vertegenwoordigd door mr. T.J.M. Huijten, ambtenaar bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij besluit van 18 november 1999 heeft de raad van de gemeente Landgraaf het bestemmingsplan “Buitengebied Waubach-Noord” vastgesteld. Bij uitspraak van 24 juli 2002 in zaak no. 200003811/1 heeft de Afdeling overwogen dat het college van gedeputeerde staten van Limburg, door het plandeel waarop de bestemming “Delfstoffenwinning” rust goed te keuren, heeft gehandeld in strijd met artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

De Afdeling heeft het beroep van [appellant 1] tegen de goedkeuring van dat plandeel gegrond verklaard, het besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg van 4 juli 2000 tot goedkeuring van het bestemmingsplan in zoverre vernietigd en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit, voorzover dit is vernietigd.

2.2. Appellanten hebben aan hun verzoek om schadevergoeding ten grondslag gelegd dat het besluit van de raad tot wijziging van de bestemming van het desbetreffende gebied in de bestemming “Delfstoffenwinning” een onrechtmatige daad is jegens hen, nu de Afdeling het beroep van [appellant 1] tegen die bestemmingswijziging gegrond heeft verklaard en het bestemmingsplan in zoverre heeft vernietigd. Zij vorderen een vergoeding van deskundigen- en advocaatkosten.

2.3. De rechtbank heeft geoordeeld dat de brief van 6 december 2002 van het college geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Nu het bezwaar tegen die brief terecht niet-ontvankelijk is verklaard, is het college in het kader van de onderhavige procedure niet gehouden een beslissing op het schadeverzoek te nemen, aldus de rechtbank.

2.4. Appellanten kunnen zich niet verenigen met het oordeel van de rechtbank. Zij betogen dat het niet zo kan zijn dat de vernietiging van het plandeel geen financiële consequenties heeft voor de gemeente, in de zin dat de gemeente niet is gehouden tot een vergoeding van de door hen gemaakte onkosten.

2.4.1. Dit betoog is prematuur. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat de brief van 6 december 2002 geen besluit is dat ingevolge de Awb vatbaar is voor bezwaar en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Gelet hierop kan in deze procedure niet worden toegekomen aan de vraag of de door appellanten beweerdelijk geleden schade een gevolg is van de vaststelling van het bestemmingsplan “Buitengebied Waubach-Noord” dan wel van de goedkeuring van dat plan door het college van gedeputeerde staten van Limburg. Mocht worden geoordeeld dat dit laatste het geval is, dan heeft doorzending door het college terecht plaats gevonden en behoeft het college derhalve op het schadeverzoek geen beslissing te nemen. Derhalve kan thans evenmin worden toegekomen aan de bezwaren tegen het niet tijdig beslissen door het college.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, Voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. S.F.M. Wortmann, Leden, in tegenwoordigheid van mr. W.C.M. Ramsahai, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Dijk w.g. Ramsahai
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 november 2004

-401.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon