Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200406130/2

Uitspraak 200406130/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AQ7440
Datum uitspraak
18 augustus 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 juni 2004, kenmerk 2002/4, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan verzoekster een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een inrichting voor het winnen, vervaardigen, bewerken, opslaan en overslaan van keramische bak-, sier-, en bestratingsstenen, gelegen aan de Dorpsstraat 60 te Buggenum. Dit besluit is op 18 juni 2004 ter inzage gelegd.
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200406130/2.
Datum uitspraak: 18 augustus 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Kleiwarenfabriek Buggenum B.V.", gevestigd te Buggenum,
verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van Haelen,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 juni 2004, kenmerk 2002/4, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan verzoekster een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een inrichting voor het winnen, vervaardigen, bewerken, opslaan en overslaan van keramische bak-, sier-, en bestratingsstenen, gelegen aan de Dorpsstraat 60 te Buggenum. Dit besluit is op 18 juni 2004 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 22 juli 2004, bij de Raad van State ingekomen op 23 juli 2004, beroep ingesteld.
Bij brief van 22 juli 2004, bij de Raad van State ingekomen op 23 juli 2004, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 augustus 2004, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. M. Bos, advocaat te Den Bosch, en verweerder, vertegenwoordigd door M.M.G. Triepels-Peeters, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Voorschrift 1.7 bepaalt dat het is verboden om op de openbare weg onaanvaardbare hinder te veroorzaken door verontreiniging door klei, slib e.d. Door de inrichtinghouder dienen op eigen terrein voorzieningen te worden getroffen om deze hinder te voorkomen. Deze voorzieningen dienen binnen vijf maanden na het van kracht worden van deze vergunning te zijn gerealiseerd. Indien nodig dient de Dorpsstraat en eventueel andere, door activiteiten van de inrichting vervuilde openbare wegen, terstond te worden gereinigd over een voldoende grote lengte, zodat daarop geen klei, slib e.d. afkomstig uit de inrichting meer aanwezig is.

2.3. Verzoekster betoogt dat onduidelijk is wat in voorschrift 1.7 wordt bedoeld met onaanvaardbare hinder. Het bestreden besluit is volgens verzoekster daarom in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Verzoekster is verder van mening dat ten onrechte geen rekening is gehouden met bestaande rechten, aangezien de vergunde activiteiten niet afwijken van de voorheen vergunde activiteiten en een wekelijkse schoonmaakverplichting voorheen toereikend werd geacht.

2.4. De Voorzitter overweegt dat onvoldoende duidelijk is wat in voorschrift 1.7 wordt bedoeld met onaanvaardbare hinder. Mede gelet hierop, is eveneens onvoldoende duidelijk waaruit de voorzieningen moeten bestaan die op grond van voorschrift 1.7 getroffen dienen te worden. In zoverre is de Voorzitter van oordeel dat het bestreden besluit in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, dat vereist dat de verplichtingen die voortvloeien uit een aan een milieuvergunning verbonden voorschrift, duidelijk en niet voor meerderlei uitleg vatbaar zijn.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is niet gebleken dat het aantal voertuigbewegingen ten opzichte van de in 1993 vergunde situatie is toegenomen. Evenmin is gebleken dat de vervuiling van de openbare wegen rondom de inrichting vanwege de activiteiten van de inrichting is toegenomen. De Voorzitter ziet derhalve aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen in die zin dat voorschrift 1.7 wordt geschorst en het voorschrift, zoals dat aan de in 1993 verleende vergunning was verbonden, zijn gelding behoudt.

2.5. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Haelen van 14 juni 2004, kenmerk 2002/4, voorzover het voorschrift 1.7 betreft;

II. treft de voorlopige voorziening dat voorschrift 1.7 als volgt komt te luiden:

”Indien nodig moet de Dorpsstraat kort voor het weekend worden gereinigd over een voldoende grote lengte, zodat daarop geen klei, slib e.d. afkomstig uit de inrichting meer aanwezig is.”;

III. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Haelen in de door verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Haelen te worden betaald aan verzoekster;

IV. gelast dat de gemeente Haelen aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 273,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.B. Van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Van der Maesen de Sombreff
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2004

190-415.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon