Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200308667/1

Uitspraak 200308667/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AQ3713
Datum uitspraak
21 juli 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 februari 2003 de Minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de minister) besloten dat appellant verplicht is deel te nemen aan een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (hierna: EMA) ter bevordering van de rijgeschiktheid en dat een deel van de kosten van de EMA door appellant moeten worden betaald.
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200308667/1.
Datum uitspraak: 21 juli 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 12 december 2003 in het geding tussen:

appellant

en

de Minister van Verkeer en Waterstaat.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 februari 2003 de Minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de minister) besloten dat appellant verplicht is deel te nemen aan een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (hierna: EMA) ter bevordering van de rijgeschiktheid en dat een deel van de kosten van de EMA door appellant moeten worden betaald.

Bij besluit van 20 maart 2003 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 december 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Zwolle (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 14 december 2003, bij de Raad van State ingekomen op 19 december 2003, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 19 februari 2004 heeft de minister van antwoord gediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellant. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 mei 2004, waar appellant in persoon en de minister, vertegenwoordigd door
mr. D. Borges Botelho, ambtenaar ten departemente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Aanleiding voor het besluit van de minister vormde de weigering van appellant om mee te werken aan een ademanalyse, nadat hij was staande gehouden door de politie op 18 januari 2003. Appellant heeft toegegeven geweigerd te hebben aan dit onderzoek mee te werken. De vigerende regelgeving gebiedt de minister in een dergelijk geval een EMA op te leggen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat hetgeen appellant heeft aangevoerd over de bejegening die hij ten tijde van de staandehouding van de politie heeft ervaren aan het vorenstaande niet kan afdoen. Voorts moet erop worden gewezen dat het maken van bezwaar en het indienen van beroep de uitvoering van deze maatregel niet schorst, zodat de gevolgen van het niet tijdig betalen van de opgelegde bijdrage in de kosten van de EMA voor rekening van appellant zijn.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Haverkamp, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Haverkamp
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2004

383.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon