Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200306325/1

Uitspraak 200306325/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AQ1064
Datum uitspraak
14 juli 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 februari 1999, kenmerk MBG 96032699/927, heeft verweerder de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidbelasting op de gevels van woningen vanwege de industrieterreinen Maas-/Rijnhaven vastgesteld.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200306325/1.
Datum uitspraak: 14 juli 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 februari 1999, kenmerk MBG 96032699/927, heeft verweerder de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidbelasting op de gevels van woningen vanwege de industrieterreinen Maas-/Rijnhaven vastgesteld.

Bij besluit van 25 juni 2003, kenmerk MBG 2003058642/927, verzonden op 18 augustus 2003, heeft verweerder het hiertegen door appellant gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 23 september 2003, bij de Raad van State ingekomen op 24 september 2003, beroep ingesteld.

Bij brief van 4 december 2003 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft een deskundigenbericht uitgebracht, gedateerd 23 maart 2004. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nog stukken ontvangen van verweerder. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 juni 2004, waar verweerder, vertegenwoordigd door C.I. Wong en C.P. Weevers, ambtenaren van het ministerie, zijn verschenen.

Tevens zijn namens het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, K.I. Siem, ambtenaar van de gemeente, en namens het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland, F.F. van Kampen, H.A. Akkermans en M. Groen, ambtenaren van de provincie, als partij gehoord. Eveneens is [partij], vertegenwoordigd door A.D. Schaap en A. de Rijk, gemachtigden, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Appellant kan zich niet verenigen met het standpunt van verweerder dat hij niet-ontvankelijk is in zijn bezwaar omdat hij niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

In artikel 72, tweede lid in samenhang met artikel 71, eerste lid, van de Wet geluidhinder, is bepaald dat verweerder een maximaal toelaatbare geluidwaarde vanwege het industrieterrein vaststelt voor gevels van woningen die, op het tijdstip van de zonevaststelling binnen de zone aanwezig of in aanbouw zijn, en die op dat tijdstip een hogere geluidbelasting ondervinden dan 55 dB(A).

Uit de stukken, waaronder het deskundigenbericht, blijkt dat de woning van appellant op een geruime afstand van de onderhavige zonegrens is gelegen. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellant niet-ontvankelijk was in zijn bezwaar. Het beroep van appellant kan derhalve geen doel treffen.

2.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, Voorzitter, en mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd en mr. P.C.E. van Wijmen, Leden, in tegenwoordigheid van drs. G.K. Klap, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Klap
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2004

315.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon