Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200402711/2

Uitspraak 200402711/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AP4688
Datum uitspraak
22 juni 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 december 2002, kenmerk 5040001SB2002-16316, heeft verweerder ingestemd met saneringsplan van verzoeker sub 1 betreffende de locatie Oude Waalsdorperweg (ong), Kleiduivenschietterrein Waalsdorpervlakte te Den Haag.
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200402711/2.
Datum uitspraak: 22 juni 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. de staatssecretaris van Defensie,
2. de vereniging “de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging”, gevestigd te Amersfoort.
verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 december 2002, kenmerk 5040001SB2002-16316, heeft verweerder ingestemd met saneringsplan van verzoeker sub 1 betreffende de locatie Oude Waalsdorperweg (ong), Kleiduivenschietterrein Waalsdorpervlakte te Den Haag.

Bij besluit van 16 maart 2004, verzonden 23 maart 2004, kenmerk SP 5040001, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar van verzoekers sub 1 gedeeltelijk gegrond verklaard en het bezwaar van verzoekster sub 2 niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit hebben onder meer verzoekers beroep ingesteld. Bij brieven van 3 mei 2004 en 29 april 2004, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 8 juni 2004. Daar is verzoeker sub 1 vertegenwoordigd door mr. H. Zilverberg, drs. W.A. Bovenberg en mr. D.R.D. Nauta, ambtenaren van het ministerie. Verweerder is daar vertegenwoordigd door E. Kunst, W.G. Penders en A.S. Scheurs, ambtenaren van de gemeente. Namens de verenging “Jacht-, Skeet- en Trapclub Waalsdorp” is het woord gevoerd door drs. F.A. Wijsenbeek, gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Verzoekster sub 2 stelt zich op het standpunt dat verweerder haar ten onrechte niet heeft aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. In dat verband voert zij aan dat zij verhuurster is van de betreffende locatie en zij door verweerder tot dusverre nog is beschouwd als een medeveroorzaker waarop eventueel de kosten van de sanering kunnen worden verhaald.

2.3. Verzoeker sub 1 keert zich primair tegen de verplichtingen die uit het besluit voortvloeien met betrekking tot het ecologisch onderzoek. Hij is van mening dat dat onderzoek niet moet worden aangevangen, alvorens is besloten wie aansprakelijkheid is voor de sanering.

2.4. Op grond van hetgeen is aangevoerd overweegt de Voorzitter als volgt.

2.5. In het door verzoeker sub 1 ingediende saneringsplan is een keuze gemaakt voor functioneel saneren op de langere termijn (gefaseerde aanpak). Die variant brengt mee dat ecologisch en toxicologisch onderzoek dient te worden verricht om de daadwerkelijke ecologische risico’s vast te stellen. Dat onderzoek maakt deel uit van het saneringsplan. Om die reden strekt de onderhavige instemming met dat plan onder meer tot het uitvoeren van dat onderzoek. Ter zitting is door verweerder gesteld dat de uitkomsten van dat onderzoek bepalend zijn voor het antwoord op de vraag of, hoe en door wie wordt gesaneerd.

2.6. Het komt de Voorzitter voor dat, nog daargelaten of het uitvoeren van een dergelijk onderzoek kan worden geregeld op grond van paragraaf 3 van de Wet bodembescherming, het saneringsplan vanwege dat onderzoek onvoldoende duidelijkheid verschaft omtrent de uiteindelijke saneringswijze, waardoor het voor geen van de betrokken partijen duidelijk is welke rechten en plichten voort kunnen vloeien uit de instemming met het saneringsplan. Naar het oordeel van de Voorzitter staat die onduidelijkheid er ook aan in de weg om een oordeel te geven over de ontvankelijkheid van verzoekster sub 2.

2.7. Hoewel verweerder heeft aangedrongen op een spoedige aanvang van de sanering omdat de sanering al sinds 1996 urgent is, is niet gebleken van zodanige zwaarwegende belangen dat de uitspraak van de Afdeling in de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Daarbij merkt de Voorzitter op dat verweerder ter zitting te kennen heeft gegeven dat niet is uit te sluiten dat de resultaten van het ecologisch onderzoek zullen leiden tot het oordeel dat de sanering niet urgent is.

2.8. Na afweging van de betrokken belangen, ziet de Voorzitter grond voor het treffen van een voorlopig voorziening, op de hierna in het dictum weergegeven wijze.

2.9. Verweerder dient te worden veroordeeld in de proceskosten van verzoekster sub 2. Van voor vergoeding in aanmerking komende kosten van verzoeker sub 1 is niet gebleken.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag van 16 maart 2004, kenmerk SP 5040001;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Den Haag in de door verzoekster sub 2 in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Den Haag te worden betaald aan verzoeker;

III. gelast dat de gemeente Den Haag aan verzoekers het door hen voor de behandeling van de verzoeken betaalde griffierecht (€ 273,00 per verzoek) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin w.g. Stolker
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2004

157.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon