Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200401349/2

Uitspraak 200401349/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AO6134
Datum uitspraak
19 maart 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 augustus 2003 heeft verweerder afwijzend beslist op het verzoek van verzoekers om toepassing van bestuurlijke handhavingsmaatregelen met betrekking tot [vergunninghoudster], gevestigd op het perceel [locatie] te [plaats].
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200401349/2.
Datum uitspraak: 19 maart 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Gendringen,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 augustus 2003 heeft verweerder afwijzend beslist op het verzoek van verzoekers om toepassing van bestuurlijke handhavingsmaatregelen met betrekking tot [vergunninghoudster], gevestigd op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 13 januari 2004, verzonden op 15 januari 2004, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 13 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld.
Bij brief van 13 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 16 februari 2004, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 maart 2004, waar verzoekers, in persoon, en vertegenwoordigd door mr. D. Broersma, advocaat te Zutphen, en R.P. Zboray, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door C. Vermeer en R. Krabben, beiden ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.
Voorts zijn daar namens [vergunninghoudster] gehoord, mr. P.J.G. Poels, advocaat te Nijmegen, en [gemachtigde].

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Verzoekers hebben verweerder verzocht handhavend op te treden tegen het zonder adequate milieuvergunning uitvoeren van spuitactiviteiten door [vergunninghoudster]. Zij stellen overlast te ondervinden vanwege deze activiteiten. Verzoekers betogen dat de omstandigheid dat aan [vergunninghoudster] inmiddels een revisievergunning is verleend er niet aan afdoet dat verweerder handhavend dient op te treden nu deze vergunning niet onherroepelijk is en huns inziens geen toereikende bescherming biedt tegen hinder.

2.3. De Voorzitter stelt vast dat verweerder op 25 november 2003 aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4 van de Wet milieubeheer heeft verleend waarin de activiteiten van [vergunninghoudster] zijn vergund, behoudens de spuitactiviteiten in hal 1-2. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt - hetgeen door verzoekers ter zitting ook niet is bestreden - dat de spuitactiviteiten in hal 1-2 zijn beëindigd.

Thans staat de verlening van deze vergunning niet ter beoordeling. Verzoekers hebben de mogelijkheid tegen dit besluit op te komen. Gelet echter op het feit dat het verzoek om handhaving na de beëindiging van de spuitactiviteiten in hal 1-2 alleen nog betrekking heeft op inmiddels vergunde activiteiten, ziet de Voorzitter – daargelaten of verweerder terecht tot een niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is gekomen – geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.

2.4. De Voorzitter wijst het verzoek af.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin w.g. Van Driel
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2004

414.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon