Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202407868/1/A2

Uitspraak 202407868/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4727
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Op 31 januari 2024 heeft Stichting Parlan het verzoek van [wederpartij] om de kosten voor de buitenschoolse opvang (BSO) te vergoeden, afgewezen. [wederpartij] is een pleegouder die de zorgt voor zijn kleinzoon. De afspraken over pleegzorg in de regio in West-Friesland zijn vastgelegd in de Raamovereenkomst Pleegzorg. Deze is gesloten met de gemeenten in West-Friesland. De gemeente Stede Broec is een van de gemeenten. Deze gemeenten hebben de aanbesteding, ondertekening en uitvoering van de overeenkomst overgedragen aan de gemeente Hoorn. De gemeente Hoorn heeft de uitvoering van de jeugdzorg aanbesteed en voor de periode 1 januari 2024 tot 1 januari 2025 gegund aan Parlan. Parlan is als jeugdzorgaanbieder werkzaam in de regio Alkmaar en omstreken. In die hoedanigheid sluit zij pleegcontracten met pleegouders, in dit geval met [wederpartij]. [wederpartij] betaalt voor de BSO van zijn pleegkind. Op 16 oktober 2023 heeft hij verzocht om de vergoeding van bijzondere kosten voor de BSO. Parlan heeft op 24 april 2024 aan [wederpartij] medegedeeld dat zij de kosten voor BSO voor de pleegkinderen niet vergoedt. Zij stelt dat de gemeente Stede Broec aansprakelijk is voor de financiële vergoeding voor pleegouders en dat de gemeente de BSO-kosten niet vergoedt vanuit de bijzondere kostenregeling, omdat deze kosten niet binnen de daarvoor gestelde categorieën vallen.
  • Hoger beroep
  • Geld

Toon inhoud

  • Volledige tekst
  • Persaankondiging
Volledige tekst

202407868/1/A2.
Datum uitspraak: 12 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Stichting Parlan, gevestigd in Alkmaar,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 18 november 2024 in zaak nr. 24/2548 in het geding tussen:

Parlan

en

[wederpartij].

Procesverloop

Op 31 januari 2024 heeft Parlan het verzoek van [wederpartij] om de kosten voor de buitenschoolse opvang (BSO) te vergoeden, afgewezen.

Op 24 april 2024 heeft Parlan de afwijzing van het verzoek gehandhaafd.

Bij uitspraak van 18 november 2024 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 24 april 2024 vernietigd en Parlan opgedragen om binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen.

Tegen deze uitspraak heeft Parlan hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Bij besluit van 29 september 2025 heeft Parlan het bezwaar van [wederpartij] alsnog gegrond verklaard, het besluit van 24 april 2024 herroepen en besloten de kosten te vergoeden.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 30 maart 2026, waar Parlan, vertegenwoordigd door K. Mousavi, bijgestaan door mr. B. Wallage, advocaat in Utrecht, en [wederpartij], bijgestaan door mr. N. Abalhaj, advocaat in Amsterdam, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

2.       [wederpartij] is een pleegouder die de zorgt voor zijn kleinzoon. De afspraken over pleegzorg in de regio in West-Friesland zijn vastgelegd in de Raamovereenkomst Pleegzorg. Deze is gesloten met de gemeenten in West-Friesland. De gemeente Stede Broec is een van de gemeenten. Deze gemeenten hebben de aanbesteding, ondertekening en uitvoering van de overeenkomst overgedragen aan de gemeente Hoorn. De gemeente Hoorn heeft de uitvoering van de jeugdzorg aanbesteed en voor de periode 1 januari 2024 tot 1 januari 2025 gegund aan Parlan. Parlan is als jeugdzorgaanbieder werkzaam in de regio Alkmaar en omstreken. In die hoedanigheid sluit zij pleegcontracten met pleegouders, in dit geval met [wederpartij].

Besluitvorming

3.       [wederpartij] betaalt voor de BSO van zijn pleegkind. Op 16 oktober 2023 heeft hij verzocht om de vergoeding van bijzondere kosten voor de BSO. Parlan heeft op 24 april 2024 aan [wederpartij] medegedeeld dat zij de kosten voor BSO voor de pleegkinderen niet vergoedt. Zij stelt dat de gemeente Stede Broec aansprakelijk is voor de financiële vergoeding voor pleegouders en dat de gemeente de BSO-kosten niet vergoedt vanuit de bijzondere kostenregeling, omdat deze kosten niet binnen de daarvoor gestelde categorieën vallen.

Uitspraak van de rechtbank

4.       De rechtbank heeft Parlan aangemerkt als bestuursorgaan op grond van artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Parlan is een met openbaar gezag bekleed orgaan dat de publiekrechtelijke bevoegdheid tot het eenzijdig bepalen van de rechtspositie van pleegouders heeft op grond van artikel 5.3, van de Jeugdwet in verbinding met artikel 5.3 van de Regeling Jeugdwet. Uit deze bepalingen en de toelichting daarop volgt expliciet dat Parlan zelf, en niet de gemeente, bepaalt of er bijzondere kosten zijn en welke vergoeding daarvoor wordt gegeven. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 20 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2084, onder 3.1, heeft de rechtbank vastgesteld dat Parlan dus eenzijdig de rechtspositie van de pleegouders bepaalt. Dit betekent volgens de rechtbank dat de afwijzingen van 31 januari 2024 en 24 april 2024 besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 van de Awb en dat de rechtbank dus bevoegd is om kennis te nemen van het beroep.

5.       De rechtbank vindt de afwijzing van het verzoek tot vergoeding onvoldoende gemotiveerd. Dat Parlan voor deze kosten geen vergoeding van de gemeente krijgt, is geen weigeringsgrond op grond van artikel 5.3 van de Regeling Jeugdwet. Volgens de rechtbank zijn de kosten wel bijzonder. De rechtbank wijst op de Handreiking pleegvergoeding van de VNG en de Handreiking Tarifering en Inkoop Pleegzorg. Daaruit volgt dat de opgestelde lijst bedoeld is om onnodige administratieve kosten en lasten te verminderen, dat de lijst niet limitatief is en dat het enige onderscheidende criterium is of bepaalde kosten veel voorkomen. De afwijzingsgrond die Parlan gebruikt, vindt geen steun in wettelijke voorschriften. De Handreiking Tarifering en Inkoop Pleegzorg noemt BSO-kosten juist als mogelijke bijzondere kosten. Dat deze kosten niet op de door gemeente Stede Broec gehanteerde lijst staan, is geen grond voor afwijzing van het verzoek. Dat het Parlan niet is gelukt om over de bijzondere kosten afspraken te maken met gemeente Stede Broec is evenmin een grond voor afwijzing van het verzoek van [wederpartij].

6.       Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank geconcludeerd dat Parlan de vergoeding van de BSO kosten niet mocht afwijzen en deze alsnog moet vergoeden. Bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding moet Parlan in acht nemen dat de Staat een onderhoudsplicht heeft, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 30 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA8447. De pleegouders hoeven die kosten niet te dragen.

Beoordeling van het hoger beroep

Is Parlan een bestuursorgaan?

7.       Parlan betoogt dat zij geen bestuursorgaan is. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Jeugdwet blijkt dat de gemeenten vanaf 1 januari 2015 bestuurlijk en financieel verantwoordelijk zijn voor alle vormen van jeugdhulp. De gemeente koopt pleegzorg in bij pleegzorgaanbieders en draagt zorg voor het bekostigen van aanvullende voorzieningen voor de pleegouders, waaronder de bijzondere kosten. Pleegzorgaanbieders onderhouden op hun beurt de contacten met pleegouders. Zij sluiten een pleegcontract, begeleiden de pleegouders en keren vergoedingen uit. Over de bijzondere kosten zijn de West-Friese gemeenten in een raamovereenkomst met Parlan overeengekomen dat BSO-kosten hier niet onder vallen. Het is dus de gemeente, en niet Parlan, aan wie de publiekrechtelijke bevoegdheid is toegekend tot het eenzijdig bepalen van de rechtspositie van andere rechtssubjecten. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 6 juni 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA6497, onder 2.6.1, voert Parlan aan dat haar ondersteuning van de gemeente niet voldoende is voor de conclusie dat zij een bestuursorgaan is.

Volgens Parlan volgt uit artikel 5.1 van de Jeugdwet dat haar relatie met pleegouders privaatrechtelijk van aard is, zodat de bestuursrechter niet bevoegd is. Het verstrekken van vergoedingen, zoals de vergoeding voor bijzondere kosten, gebeurt op grond van contractuele afspraken tussen de pleegouders en pleegzorgaanbieder en niet op grond van publiekrechtelijke besluiten.

7.1.    Ingevolge artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb wordt onder bestuursorgaan verstaan een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling is een orgaan met openbaar gezag bekleed als aan dat orgaan een op de wet steunende bevoegdheid is toegekend om de rechtspositie van de burger eenzijdig te bepalen (zie onder meer de uitspraak van 17 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3379). Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank terecht vastgesteld dat aan Parlan de publiekrechtelijke bevoegdheid tot het eenzijdig bepalen van de rechtspositie van pleegzorgouders toegekend is op grond van artikel 5.3, van de Jeugdwet in verbinding met het bepaalde in artikel 5.3 van de Regeling Jeugdwet. Op grond van deze bepalingen beslist Parlan en niet het college van burgemeester en wethouders van Stede Broec over de toekenning van een vergoeding voor bijzondere kosten.

7.2.    De rechtbank heeft daarbij terecht gewezen op de Toelichting bij de Regeling Jeugdwet, waarin staat dat de pleegzorgaanbieder op basis van de met de gemeenten gemaakte afspraken moet beoordelen of een verzoek van een pleegouder voor het vergoeden van bijzondere kosten voldoet aan de voorwaarden van artikel 5.3 van de Regeling Jeugdwet. Dat deze afspraken met de gemeente contractueel in een raamovereenkomst met Parlan zijn vastgelegd, doet niet af aan de omstandigheid dat uitdrukkelijk aan de pleegzorgaanbieder, Parlan, de publiekrechtelijke bevoegdheid is toegekend om vergoedingen uit te keren.

7.3.    De Afdeling volgt Parlan niet in haar stelling dat de verhouding tussen de pleegouder en Parlan, gezien het bepaalde in artikel 5.1 van de Jeugdwet, civielrechtelijk van aard is en dat dus de bestuursrechter niet bevoegd is. De wetsgeschiedenis biedt geen aanknopingspunten om aan te nemen dat dit ook geldt voor beslissingen die de pleegzorgaanbieder neemt op grond van artikel 5.3 van de wet (zie Kamerstukken II 2012/13, 33 684, nr. 3, p. 180). Dit artikel gaat niet over het sluiten van pleegcontracten als bedoeld in artikel 5.1. van de wet.

Mocht Parlan het verzoek tot vergoeding van de bijzondere kosten afwijzen?

7.4.    Volgens Parlan zijn de kosten van BSO en kinderopvang geen 'bijzondere kosten'. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat alleen incidentele kosten bijzondere kosten zijn. Omdat BSO-kosten stelselmatig gemaakt worden, zijn dit geen ‘bijzondere kosten’. De toelichting op de Regeling Jeugdwet, verwijst naar een handreiking van de VNG over Tarifering en Inkoop Pleegzorg. Daarin staat dat de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang geen ‘bijzondere kosten’ zijn.

7.5.    Voor pleegkinderen die worden opgevangen op grond van een justitiële kinderbeschermingsmaatregel geldt volgens het arrest van de Hoge Raad van 30 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA8447, een bijzondere onderhoudsplicht voor de Staat. Deze pleegouders moeten in staat worden gesteld hun pleegkinderen adequaat te verzorgen en op te voeden. De wetgever heeft ervoor gekozen om vanaf 1 januari 2015 gemeenten verantwoordelijk te maken voor alle vormen van jeugdhulp en daarmee ook voor pleegzorg. De gemeente koopt de pleegzorg in bij pleegzorgaanbieders en draagt er vervolgens zorg voor dat de pleegzorgaanbieder over voldoende budget beschikt om een pleegouder niet alleen het basisbedrag en de toeslagen, maar ook een vergoeding van bijzondere kosten te verschaffen.

7.6.    Gelet op wat tijdens de zitting is besproken, is tussen partijen niet meer in geschil dat de pleegouders een vergoeding voor BSO-kosten moeten kunnen krijgen. Dit is in lijn met het genoemde arrest van de Hoge Raad en wordt bevestigd door het gegeven dat in de Voorjaarsnota 2026 (Kamerstukken II 2025/26, 36 915, nr. 1, p. 225) is opgenomen dat door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor 2026 en 2027 11 miljoen euro wordt overgeboekt naar het gemeentefonds als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor de kinderenopvang en BSO van hun pleegkinderen. De Afdeling merkt de BSO kosten van [wederpartij] gezien de bijzondere onderhoudsplicht voor de Staat aan als bijzondere kosten. Daarom dient de pleegzorgaanbieder op grond van artikel 5.3 van de Regeling Jeugdwet voor deze kosten een vergoeding te verstrekken. Op grond van artikel 5.3 van de Jeugdwet kan de pleegzorgaanbieder verzoeken tot het vergoeden van bijzondere kosten weigeren als deze kosten niet redelijkerwijs noodzakelijk zijn, als voor deze kosten een uitkering op grond van een andere regeling kan worden verstrekt of als de kosten redelijkerwijs te verhalen zijn op onderhoudsplichtige ouders. De rechtbank heeft onbestreden vastgesteld dat deze weigeringsgronden in dit geval niet van toepassing zijn. Daarmee staat vast dat de door [wederpartij] gevraagde vergoeding van de BSO-kosten van zijn pleegkind redelijkerwijs noodzakelijk is.

7.7.    De rechtbank heeft daarom de BSO-kosten terecht aangemerkt als bijzondere kosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Dit betekent dat Parlan het verzoek tot vergoeding van de BSO-kosten niet mocht afwijzen en dat Parlan het door [wederpartij] gevraagde bedrag van de BSO-kosten als bijzondere kosten moet vergoeden. Het is aan de gemeente om daarvoor in voldoende middelen te voorzien.

Besluit van 29 september 2025

8.       Parlan heeft bij besluit van 29 september 2025 uitvoering gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 18 november 2024 en het bezwaar van [wederpartij] alsnog gegrond verklaard, het besluit van 24 april 2024 herroepen en besloten de bijzondere kosten volledig te vergoeden. [wederpartij] heeft geen gronden aangevoerd tegen dit besluit. Gelet hierop is geen beroep van rechtswege ontstaan, als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van die wet, waarop de Afdeling nog moet beslissen.

Conclusie

9.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

10.     Parlan moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.       veroordeelt Stichting Parlan tot de vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. G.O. van Veldhuizen en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, leden, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.

w.g. Verheij
voorzitter

w.g. Van Loon
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026

284-1180

BIJLAGE

Jeugdwet

Artikel 5.3

1 Een pleegzorgaanbieder verstrekt aan een pleegouder een vergoeding voor de verzorging en opvoeding van de in het gezin van de pleegouder geplaatste jeugdige, bestaande uit een basisbedrag, welk bedrag kan worden vermeerderd met een toeslag, of verminderd met een korting. Daarnaast verstrekt een pleegzorgaanbieder een vergoeding van bijzondere kosten aan pleegouders.

2 Bij regeling van Onze Ministers worden regels gesteld over:

a.de hoogte van het basisbedrag en het maximale bedrag van de toeslagen, welke bedragen voor de onderscheiden leeftijdscategorieën van jeugdigen kunnen verschillen;

b.de omstandigheden waaronder een toeslag of een korting wordt verleend of toegepast;

c.de dagen waarover het basisbedrag en de toeslagen worden verleend en de kortingen worden toegepast, en

d.de vergoeding van bijzondere kosten die de pleegouder maakt ten behoeve van de jeugdige, waaronder de gevallen waarin bijzondere kosten worden vergoed.

Regeling Jeugdwet

Artikel 5.3

De pleegzorgaanbieder verstrekt een door de pleegzorgaanbieder vast te stellen vergoeding voor bijzondere kosten voor het pleegkind voor zover:

a. deze kosten naar het oordeel van de pleegzorgaanbieder redelijkerwijs noodzakelijk worden geacht en niet kunnen worden voldaan uit het basisbedrag, bedoeld in artikel 5.1, dan wel uit de toeslagen, bedoeld in artikel 5.2;

b. voor deze kosten geen uitkering op grond van een andere regeling kan worden verstrekt, en

c.de kosten redelijkerwijs niet zijn te verhalen op onderhoudsplichtige ouders.

Persaankondiging

Geschil over vergoeding kosten buitenschoolse opvang aan pleegouders

Twee uitspraken over het vergoeden van bijzondere kosten voor buitenschoolse opvang van pleegkinderen. Twee pleegouders hadden Stichting Parlan gevraagd om de kosten te vergoeden die zij maken voor de buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Deze kosten worden ook wel bijzondere kosten genoemd. Een aantal Westfriese gemeenten heeft de uitvoering van de jeugdzorg in hun gemeenten, waaronder dus ook de pleegzorg, aanbesteed aan de stichting. De stichting heeft echter geweigerd om de kosten voor buitenschoolse opvang te vergoeden, omdat niet zij, maar de gemeenten beslissen of pleegzorgouders een vergoeding moeten krijgen voor bijzondere kosten. Daarbij wordt er een lijst gehanteerd met zogeheten veel voorkomende bijzondere kosten. De kosten die de ouders vragen, komen niet voor op de lijst. De pleegouders kwamen tegen de afwijzing van de vergoeding in beroep bij de rechtbank Noord-Holland. Die stelde hen in het gelijk en droeg Stichting Parlan om opnieuw op het verzoek van de pleegouders te beslissen. Naar het oordeel van de rechtbank is de stichting niet alleen verantwoordelijk voor het vergoeden van bijzondere kosten, maar heeft zij ook geweigerd de kosten te vergoeden zonder dat daarvoor een wettelijke grondslag is om dat te weigeren. Stichting Parlan is tegen beide uitspraken in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Ter uitvoering van de uitspraken van de rechtbank heeft Parlan de kosten voor de buitenschoolse opvang aan de twee pleegouders alsnog volledig vergoed. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft beide zaken op 30 maart 2026 op zitting behandeld.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon