Uitspraak 202408039/2/R1
- Datum uitspraak
- 24 juni 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij tussenuitspraak van 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6167, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 24 oktober 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" te herstellen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad een nadere motivering voor het bestreden besluit gegeven. Het plan biedt een planologische regeling voor het oprichten van een appartementencomplex met 53 sociale huurwoningen en een maatschappelijke voorziening in de plint aan het Koggenland en een appartementencomplex met 11 middeldure huurwoningen aan de Luitje Broekemastraat 35-55. Op het terrein van het plangebied Koggenland ligt ook een parkeerplaats, die voorziet in de parkeerbehoefte van een sportschool die direct naast dit plangebied staat. Bij besluit van 19 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een appartementencomplex en een maatschappelijke voorziening aan het Koggeland 88A - 88P, 90A - 90V en 92A - 92V en voor een appartementencomplex en het aanleggen van een inrit aan de Luitje Broekmastraat 35 - 55.
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bouwen
- RO - Noord-Holland
Toon inhoud
Woningbouw in Purmerend
Uitspraak over het bestemmingsplan ‘Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024’ dat de gemeenteraad van Purmerend heeft vastgesteld en de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Purmerend heeft verleend. De besluiten maken de bouw van 53 sociale huurwoningen mogelijk aan het Koggenland en elf ‘middeldure’ huurwoningen aan de Luitje Broekemastraat. Beide woningbouwlocaties worden gescheiden door park ‘De Driegang’. Omwonenden zijn tegen de besluiten in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij vinden dat er onvoldoende overleg over de plannen is geweest met de buurt. Ook zouden de woningen deels worden gebouwd in een beschermingszone bij de Purmerringvaart. Dat zou in strijd zijn met de provinciale regels. Ook vinden de omwonenden dat de woningbouwplannen leiden tot een aantasting van de natuur en het groen in de omgeving. In december 2025 deed de Afdeling bestuursrechtspraak een zogenoemde tussenuitspraak in deze zaak. Daarin droeg zij de gemeenteraad op het geconstateerde gebrek binnen twintig weken te herstellen. De gemeenteraad moet beoordelen of het bestemmingsplan niet voor onaanvaardbare parkeerhinder zal zorgen en moet zo nodig een nieuwe planologische regeling treffen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de gemeenteraad opnieuw onderzoek gedaan naar de parkeerdruk en is tot de conclusie gekomen dat het bestemmingsplan niet tot onaanvaardbare parkeeroverlast leidt. In de uitspraak van 24 juni 2026 beoordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak of de gemeenteraad hiermee het eerder geconstateerde gebrek heeft hersteld en dus aan de opdracht in de tussenuitspraak heeft voldaan.