Uitspraak 202601844/2/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3566
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 8 januari 2026 heeft de burgemeester van Venlo op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten om de woning van [verzoekster] aan de [locatie] in Venlo voor de duur van drie maanden te sluiten.[verzoekster] betoogt dat zij spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat de burgemeester heeft aangekondigd dat haar woning op 19 juni 2026 wordt gesloten. De vraag of de voorlopige voorziening moet worden getroffen, kan op dit moment zonder zitting niet direct inhoudelijk worden beoordeeld. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om een ordemaatregel te treffen.
- Voorlopige voorziening
- Drugs
Toon inhoud
202601844/2/A3.
Datum uitspraak: 18 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb, hangende het hoger beroep van:
[verzoekster], wonend in Venlo,
verzoekster,
tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 29 mei 2026 in zaken nrs. 26/884 26/885 in het geding tussen:
[verzoekster]
en
de burgemeester van Venlo.
Procesverloop
Bij besluit van 8 januari 2026 heeft de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten om de woning van [verzoekster] aan de [locatie] in Venlo voor de duur van drie maanden te sluiten.
Bij besluit van 9 april 2026 heeft de burgemeester het door [verzoekster] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 29 mei 2026 heeft de rechtbank, voor zover van belang, het door [verzoekster] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld.
Tevens heeft [verzoekster] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
2. [verzoekster] betoogt dat zij spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat de burgemeester heeft aangekondigd dat haar woning op 19 juni 2026 wordt gesloten. De vraag of de voorlopige voorziening moet worden getroffen, kan op dit moment zonder zitting niet direct inhoudelijk worden beoordeeld. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om een ordemaatregel te treffen. Daarvoor weegt de voorzieningenrechter de betrokken belangen van [verzoekster] en de burgemeester af. Die ordemaatregel betekent dat de burgemeester de woning van [verzoekster] niet op de aangekondigde datum mag sluiten. Aan het belang van de burgemeester wordt tegemoetgekomen door op 9 juli 2026 een zitting te houden waar zal worden onderzocht of aanleiding bestaat om de getroffen voorziening op te heffen of te wijzigen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
draagt de burgemeester van Venlo bij wijze van voorlopige voorziening op om niet over te gaan tot sluiting van de woning aan de [locatie] in Venlo totdat de voorzieningenrechter heeft beslist over de opheffing of wijziging van deze voorlopige voorziening.
Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier.
w.g. Van Ravels
voorzieningenrechter
w.g. Van Tuyll van Serooskerken
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2026
290