Uitspraak 202404863/1/R3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3480
- Datum uitspraak
- 17 juni 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Staphorst het bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Esch 0 Staphorst" vastgesteld. Voor de gronden in het plangebied, ook bekend als De Esch 0 in Staphorst, gold voorheen de bestemming "Agrarisch". Met het bestemmingsplan is de bestemming met name gewijzigd in "Bedrijventerrein" om een bedrijventerrein met de nadruk op kleinschalige ontwikkeling met meer lichte bedrijven mogelijk te maken. De Esch 0 ligt aan de Rijksweg A28, ten zuidwesten van de kern van Staphorst en ten noorden van het al bestaande industrieterrein De Esch. [appellant] woont aan [locatie] in Staphorst en betoogt dat het plangebied waarop het bedrijventerrein wordt voorzien beschikbaar moet blijven voor eventuele nieuwe op- en afritten, zodat het centrum van Staphorst een goede aansluiting houdt op de A28 en goed toegankelijk blijft.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- RO - Overijssel
Toon inhoud
202404863/1/R3.
Datum uitspraak: 17 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend in Staphorst,
appellant,
en
de raad van de gemeente Staphorst,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Esch 0 Staphorst" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] en de raad hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 19 mei 2026, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door mr. L.F. Miltenburg, advocaat in Arnhem, en R. Nijmeijer MSc, zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 6 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Voor de gronden in het plangebied, ook bekend als De Esch 0 in Staphorst, gold voorheen de bestemming "Agrarisch". Met het bestemmingsplan is de bestemming met name gewijzigd in "Bedrijventerrein" om een bedrijventerrein met de nadruk op kleinschalige ontwikkeling met meer lichte bedrijven mogelijk te maken. De Esch 0 ligt aan de Rijksweg A28, ten zuidwesten van de kern van Staphorst en ten noorden van het al bestaande industrieterrein De Esch.
[appellant] woont aan [locatie] in Staphorst en betoogt dat het plangebied waarop het bedrijventerrein wordt voorzien beschikbaar moet blijven voor eventuele nieuwe op- en afritten, zodat het centrum van Staphorst een goede aansluiting houdt op de A28 en goed toegankelijk blijft.
Relativiteit
3. In artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. In artikel 8:1 van de Awb is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.
3.1. [appellant] woont aan [locatie] in Staphorst. Hij woont op een afstand van ruim 1 km van het plangebied De Esch 0 in Staphorst, waar het bedrijventerrein wordt gerealiseerd. Naar het oordeel van de Afdeling is [appellant] gelet op deze afstand geen belanghebbende bij het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan raakt [appellant] namelijk niet rechtstreeks in zijn belang omdat dit geen gevolgen heeft voor zijn woon- en leefklimaat. Daarbij komt dat [appellant] ook geen eigenaar is van of rechthebbende op gronden in het plangebied. [appellant] is dus geen belanghebbende bij het besluit van 26 juni 2024.
3.2. Dat betekent echter niet dat het beroep van [appellant] tegen dit besluit niet-ontvankelijk is. In de uitspraak van 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:953, heeft de Afdeling overwogen dat aan degene die bij een besluit als hier aan de orde geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, maar die tegen het ontwerpbesluit wel een zienswijze heeft ingediend, in beroep niet zal worden tegengeworpen dat hij geen belanghebbende is.
3.3. [appellant] heeft een zienswijze ingediend. Daarom zal niet aan [appellant] worden tegengeworpen dat hij geen belanghebbende is. Het beroep is dus ontvankelijk.
3.4. In de hiervoor genoemde uitspraak van 4 mei 2021 heeft de Afdeling erop gewezen dat te voorzien is dat de beroepsgronden van degene die als niet-belanghebbende toegang tot de bestuursrechter verkrijgt, op grond van het in artikel 8:69a van de Awb neergelegde relativiteitsvereiste in voorkomende gevallen niet tot vernietiging van het bestreden besluit zullen kunnen leiden.
3.5. Artikel 8:69a van de Awb bepaalt dat de bestuursrechter een besluit niet vernietigt op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. Dit is het zogeheten relativiteitsvereiste.
3.6. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) blijkt dat de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis heeft willen stellen dat er een verband is tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van degene die in (hoger) beroep komt.
3.7. [appellant] vreest dat het plan, dat bedrijven mogelijk maakt op een plek die daardoor volgens hem in de toekomst niet gebruikt kan worden om op- en afritten van en naar de Rijksweg A28 te realiseren, op termijn zal leiden tot een slechte bereikbaarheid van het centrum van Staphorst. Verder zal dit volgens hem leiden tot sluipverkeer van en naar het noorden over wegen die een noord-zuidverbinding creëren zoals de Bergerslag, Ebbinge Wubbenlaan, Burgemeester van de Walstraat, Reggersweg en Rijksparallelweg. Volgens [appellant] heeft de raad toegezegd dat er voor er begonnen wordt met het verder ontwikkelen van De Esch 0, aan de inwoners van Staphorst zal worden voorgelegd waar de op- en afritten moeten komen.
3.8. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2466, onder 4.5, is bij de beantwoording van de vraag of voor beroepsgronden geldt dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit omdat het in artikel 8:69a van de Awb opgenomen relativiteitsvereiste hieraan in de weg staat, van belang vast te stellen of de rechtsregel strekt tot de bescherming van de belangen van de appellant. Daarbij wordt vooropgesteld dat bij de toepassing van het relativiteitsvereiste aan de procedurele normen over het recht op inspraak een zelfstandige betekenis toekomt. Zie daarvoor ook de uitspraak van de Afdeling van 15 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:606, onder 7.8. Dat betekent dat als niet-belanghebbenden, zoals [appellant], een zienswijze hebben ingediend, het relativiteitsvereiste niet aan vernietiging in de weg staat bij een door hen ingeroepen procedurele norm over het recht op inspraak. Uit deze uitspraak, onder 7.9, volgt dat het daarbij uitsluitend gaat om inspraakrechten die een niet-belanghebbende zelf aan het nationale recht ontleent. In het geval van een bestemmingsplan, zoals hier aan de orde, gaat het dan om de toepassing van afdeling 3.4 van de Awb en dus niet om de mededeling van de raad, wat daar ook van zij, dat de inwoners nog betrokken worden bij de keuze van de locatie van de op- en afritten van de Rijksweg.
Onder verwijzing naar de uitspraak van 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2466, onder 4.7, overweegt de Afdeling dat als een appellant beroep doet op een procedurele norm of een formeel beginsel van behoorlijk bestuur die geen betrekking hebben op inspraak, of wanneer hij aanvoert dat in strijd met een materiële norm is gehandeld, de relativiteit wél in de weg staat aan vernietiging als die rechtsregel niet strekt tot bescherming van zijn belangen.
3.9. De door [appellant] naar voren gebrachte beroepsgronden gaan niet over zijn recht op inspraak zoals bedoeld en hierboven uiteengezet onder 3.8 en deze beroepsgronden zijn ook anderszins niet te herleiden tot de belangen waarvoor hij in deze procedure kan opkomen.
Gelet op het relativiteitsvereiste dat in artikel 8:69a van de Awb is opgenomen, kunnen deze beroepsgronden niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Dat betekent dat niet wordt toegekomen aan een inhoudelijke bespreking van de beroepsgronden van [appellant].
Conclusie
4. Het beroep is ongegrond.
5. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. M.M. Kaajan, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.
w.g. Kaajan
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Lap
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2026
288-1195
Bestemmingsplan voor bedrijventerrein in Staphorst
Uitspraak over het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Esch 0 Staphorst’ dat de gemeenteraad van Staphorst heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt een bedrijventerrein mogelijk met de nadruk op kleinschalige ontwikkeling met meer lichte bedrijven. De locatie ligt aan de Rijksweg A28, ten zuidwesten van Staphorst en ten zuiden van het bestaande industrieterrein De Esch. De gronden hadden voorheen een agrarische bestemming. Een inwoner van Staphorst is tegen het bestemmingsplan in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Hij voert aan dat het gebied waarop het bedrijventerrein moet komen beschikbaar moet blijven voor eventuele nieuwe op- en afritten vanaf de A28, zodat het centrum van Staphorst goed bereikbaar blijft. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 19 mei 2026 op zitting behandeld.