Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202502256/1/A2.

Uitspraak 202502256/1/A2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3477
Datum uitspraak
17 juni 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 16 en 18 mei 2022 heeft de Dienst Toeslagen geen compensatie toegekend aan [appellante] voor de toeslagjaren 2011, 2013 en 2014 in het kader van de hersteloperatie toeslagen. [appellante] heeft in de jaren 2011, 2013 en 2014 gebruikgemaakt van een gastouderbureau voor kinderopvang. Zij heeft daarvoor voorschotten kinderopvangtoeslag ontvangen. Die voorschotten zijn later deels teruggevorderd. In het kader van de zogenoemde integrale beoordeling op de voet van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) heeft de Dienst Toeslagen geconcludeerd dat [appellante] bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2011, 2013 en 2014 vooringenomen is behandeld. Volgens de Dienst Toeslagen heeft [appellante] echter geen recht op compensatie, omdat zij in die jaren evident geen recht had op kinderopvangtoeslag. Uit een rapport van een arbeidsdeskundige van het UWV van 20 november 2006 volgt dat [appellante] toen 80-100% arbeidsongeschikt was en dat het volgen van een re-integratietraject niet aan de orde was, omdat zij daartoe niet in staat was. Niet gebleken is dat [appellante] daarna wel een re-integratietraject heeft gevolgd of inkomsten uit werk heeft gehad. Gelet op het destijds geldende artikel 1.6 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen had zij volgens de Dienst Toeslagen daarom geen recht op kinderopvangtoeslag.
  • Hoger beroep
  • Geld

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202502256/1/A2.
Datum uitspraak: 17 juni 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 11 maart 2025 in zaak nr. 23/6318 in het geding tussen:

[appellante]

en

de Dienst Toeslagen.

Procesverloop

Bij besluiten van 16 en 18 mei 2022 heeft de Dienst Toeslagen geen compensatie toegekend aan [appellante] voor de toeslagjaren 2011, 2013 en 2014 in het kader van de hersteloperatie toeslagen.

Bij besluit van 6 november 2023 heeft de Dienst Toeslagen de door [appellante] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 11 maart 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De Dienst Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 april 2026, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. S.V. Hendriksen, advocaat in Den Haag, en de Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       [appellante] heeft in de jaren 2011, 2013 en 2014 gebruikgemaakt van een gastouderbureau voor kinderopvang. Zij heeft daarvoor voorschotten kinderopvangtoeslag ontvangen. Die voorschotten zijn later deels teruggevorderd.

2.       In het kader van de zogenoemde integrale beoordeling op de voet van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) heeft de Dienst Toeslagen geconcludeerd dat [appellante] bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2011, 2013 en 2014 vooringenomen is behandeld. Volgens de Dienst Toeslagen heeft [appellante] echter geen recht op compensatie, omdat zij in die jaren evident geen recht had op kinderopvangtoeslag. Uit een rapport van een arbeidsdeskundige van het UWV van 20 november 2006 volgt dat [appellante] toen 80-100% arbeidsongeschikt was en dat het volgen van een re-integratietraject niet aan de orde was, omdat zij daartoe niet in staat was. Niet gebleken is dat [appellante] daarna wel een re-integratietraject heeft gevolgd of inkomsten uit werk heeft gehad. Gelet op het destijds geldende artikel 1.6 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen had zij volgens de Dienst Toeslagen daarom geen recht op kinderopvangtoeslag.

Hoger beroep

3.       [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zij wel recht heeft op compensatie voor de jaren 2011, 2013 en 2014. [appellante] dacht destijds dat zij recht had op kinderopvangtoeslag, omdat het gastouderbureau waar zij gebruik van maakte dat aan haar heeft medegedeeld. Zij heeft een taalachterstand en heeft vertrouwd op die mededeling. Dat het gastouderbureau die mededeling kon doen is mede te wijten aan het feit dat de Dienst Toeslagen, of een andere overheidsinstantie, daar niet naar behoren op heeft gecontroleerd. Daarnaast heeft de Dienst Toeslagen niet alleen voorschotten kinderopvangtoeslag aan haar toegekend, maar heeft hij voor de jaren 2009, 2010 en 2011 ook vastgesteld dat zij recht had op kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen wist toen of had toen moeten weten wat de situatie van [appellante] was. Zij had toen de gegevens van haar uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA-uitkering) namelijk aan de Belastingdienst doorgegeven.

3.1.    Op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht kent de Dienst Toeslagen op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden doordat sprake was van hardheid of institutionele vooringenomenheid als bedoeld in dat artikel. Op grond van artikel 2.1, tweede lid, van de Wht wordt de compensatie niet toegekend als de schade van de aanvrager is te wijten aan ernstige onregelmatigheden die aan hem toerekenbaar zijn.

3.2.    [appellante] heeft op de zitting van de Afdeling te kennen gegeven dat zij niet betwist dat zij in de jaren 2011, 2013 en 2014 geen recht had op kinderopvangtoeslag en dat daarmee sprake is van ernstige onregelmatigheden. Zij bestrijdt uitsluitend dat die onregelmatigheden aan haar toerekenbaar zijn.

Het is aan [appellante] om aannemelijk te maken dat de onregelmatigheden niet aan haar toerekenbaar zijn. Daarin is [appellante] niet geslaagd. De Afdeling overweegt daartoe als volgt.

3.3.    Kinderopvangtoeslag is bedoeld om arbeidsparticipatie te vergroten. Op grond van de destijds geldende artikelen 1.5, eerste lid, en 1.6, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen bestond in de hierboven genoemde toeslagjaren primair recht op kinderopvangtoeslag als de aanvrager - kort gezegd - werkte en gebruikmaakte van kinderopvang. Daarnaast bestond onder meer recht op kinderopvangtoeslag als de aanvrager een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving en in dat kader werkzaamheden verrichtte gericht op re-integratie. Niet in geschil is dat [appellante] in de jaren 2011, 2013 en 2014, en in de daaraan voorafgaande periode, niet werkte, 80-100% arbeidsongeschikt was en geen re-integratietraject volgde. Onder die omstandigheden lag het op de weg van [appellante] om na te gaan of zij wel recht had op kinderopvangtoeslag, voordat zij die aanvroeg, dan wel op het moment dat aan haar voorschotten kinderopvangtoeslag werden toegekend op basis van een toekenning over een voorafgaand toeslagjaar.

3.4.    Uit de omstandigheid dat de Dienst Toeslagen voor de jaren 2009, 2010 en 2011 kinderopvangtoeslag heeft toegekend, volgt niet dat [appellante] ervan mocht uitgaan dat dit juist was, nu zij immers in die jaren niet werkte en die toekenning was gebaseerd op de informatie die [appellante] daarvoor heeft aangeleverd. Daaruit volgt dus ook niet dat [appellante] in de jaren 2013 en 2014, onder gelijkblijvende omstandigheden, recht zou hebben op kinderopvangtoeslag. Zoals de Dienst Toeslagen naar voren heeft gebracht, gaat het systeem van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen uit van de eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager voor het juist en volledig verstrekken van de relevante gegevens. Volgens de Dienst Toeslagen wist hij niet eerder dan op 28 november 2014 dat [appellante] 80-100% arbeidsongeschikt was en geen re-integratietraject volgde, omdat zij pas toen het rapport van de arbeidsdeskundige van 20 november 2006 aan hem heeft overgelegd. Pas op 28 november 2014 beschikte de Dienst Toeslagen dus over gegevens op basis waarvan hij heeft geconcludeerd dat [appellante] geen recht had op kinderopvangtoeslag en dat in de jaren ervoor ook niet had. Daarvóór heeft hij (voorschotten) kinderopvangtoeslag toegekend op basis van gegevens die achteraf bezien onvolledig waren. [appellante] heeft weliswaar aangevoerd dat zij de gegevens van haar WIA-uitkering aan de Belastingdienst heeft doorgegeven, maar dat betekent niet dat ook de Dienst Toeslagen over die gegevens beschikte toen hij voorschotten kinderopvangtoeslag toekende voor de jaren 2011, 2013 en 2014. Voor zover [appellante] daar destijds wel van uit is gegaan en zij, gelet op de toekenning van kinderopvangtoeslag voor de jaren 2009, 2010 en 2011, erop heeft vertrouwd dat zij toen en in de jaren 2013 en 2014 daar recht op had, komen de gevolgen daarvan voor haar risico. Zij had zich er namelijk van begin af aan van op de hoogte moeten stellen of zij als niet werkende ouder wel in aanmerking kwam voor kinderopvangtoeslag.

Wat [appellante] verder heeft aangevoerd maakt dat niet anders. Zij heeft naar voren gebracht dat zij een taalachterstand heeft en dat het gastouderbureau haar heeft gezegd dat zij recht had op kinderopvangtoeslag. Dit heeft [appellante] echter niet concreet gemaakt of met stukken onderbouwd, zodat ook niet valt te beoordelen of zij reden had om van de juistheid van een dergelijke mededeling uit te gaan. Verder heeft [appellante] op de zitting van de Afdeling erop gewezen dat de Raad voor Rechtsbijstand destijds geen toevoegingen voor rechtsbijstand verleende voor bezwaar- of herzieningszaken over kinderopvangtoeslag. Deze omstandigheid zegt echter op zichzelf niets over de vraag of [appellante] destijds ervan uit mocht gaan dat zij recht had op kinderopvangtoeslag en is in zoverre dan ook zonder betekenis voor deze zaak.

3.5.    De Afdeling is daarom met de rechtbank van oordeel dat de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wht, voor de bovengenoemde jaren aan [appellante] heeft toegekend.

Slotsom

4.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank zal worden bevestigd.

5.       De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzitter, en mr. M. den Heyer en mr. M.C Stoové, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.K. van de Riet, griffier.

w.g. Willems
voorzitter

w.g. Van de Riet
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2026

994


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon