Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202302313/1/V1

Uitspraak 202302313/1/V1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3237
Datum uitspraak
4 juni 2026
Inhoudsindicatie
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
  • Hoger beroep
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202302313/1/V1.
Datum uitspraak: 4 juni 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van:

[appellant 1] en [appellant 2],
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 15 maart 2023 in zaak nr. NL23.3983 in het geding tussen:

appellanten

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

Bij uitspraak van 15 maart 2023 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. I. Petkovski, advocaat in Apeldoorn, hoger beroep ingesteld.

De minister en appellanten hebben nadere stukken ingediend.

Overwegingen

Hoger beroep

1.       Toen de rechtbank uitspraak deed op het beroep van appellanten tegen het niet tijdig nemen van een besluit, had de minister nog geen besluiten genomen op de aanvragen van 30 maart 2022. Dat heeft de minister bij besluiten van onderscheidenlijk 17 maart 2026 en 18 maart 2026 wel gedaan. Met het door de minister nemen van deze besluiten hebben appellanten het doel van hun procedure bereikt. Appellanten hebben geen belang bij de beoordeling van het hoger beroep.

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

3.       De Afdeling heeft in haar uitspraak van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4125, prejudiciële vragen gesteld over de vraag of de minister met WBV 2022/22 de beslistermijn met negen maanden mocht verlengen. Het Hof van Justitie heeft in zijn arrest van 8 mei 2025, ECLI:EU:C:2025:326, antwoord gegeven op die vragen. De Afdeling heeft op 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1749, einduitspraak gedaan, waarin zij tot de conclusie is gekomen dat WBV 2022/22 onverbindend is.

4.       De aanvragen van appellanten om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvragen) van 30 maart 2022 vallen onder het toepassingsbereik van WBV 2022/22. Aangezien WBV 2022/22 onverbindend is, had de minister zes maanden de tijd om een besluit te nemen op de asielaanvragen van appellanten. De minister heeft op onderscheidenlijk 17 maart 2026 en 18 maart 2026 besluiten genomen op de aanvragen van appellanten. De minister is inmiddels aan appellanten tegemoetgekomen, aangezien hij hangende de procedure tegen het uitblijven van een besluit op hun aanvragen alsnog besluiten heeft genomen. De Afdeling ziet aanleiding om de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellanten te veroordelen.

5.       De minister moet de in verband met het hoger beroep en het beroep gemaakte proceskosten vergoeden. Het gaat om een punt voor het hogerberoepschrift en een punt voor het beroepschrift. Het hoger beroep en het beroep gaan uitsluitend over het door de minister niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvragen. De Afdeling past daarom wegingsfactor 0,5 toe.

Het besluit van 17 maart 2026

6.       Het besluit van 17 maart 2026 wordt, gelet op artikel 6:20, derde lid, in samenhang gelezen met artikel 6:24 van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. De minister heeft in dat besluit de asielaanvraag van appellant 1 afgewezen. Appellant 1 heeft bij brief van 2 april 2026 laten weten het niet eens te zijn met dat besluit. Hij heeft ook beroepsgronden gericht tegen dat besluit. Bij brief van 24 april 2026 heeft de minister laten weten dat appellant 1 zelfstandig uit Nederland is vertrokken. Naar aanleiding daarvan heeft appellant 1 bij brief van 4 mei 2026 laten weten dat hij geen belang meer heeft bij bescherming. Daarom heeft appellant 1 geen belang bij een beoordeling van het van rechtswege ontstane beroep en zal de Afdeling dit beroep niet-ontvankelijk verklaren.

Het besluit van 18 maart 2026

7.       De minister is in het besluit van 18 maart 2026 geheel aan de aanvraag van appellant 2 tegemoetgekomen. Appellant 2 heeft desgevraagd laten weten het eens te zijn met dit besluit. Gelet hierop is geen beroep van rechtswege ontstaan, als bedoeld in artikel 6:20, derde lid, in samenhang gelezen met artikel 6:24 van de Awb, waarop de Afdeling nog moet beslissen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

II.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van de bij appellanten in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III.      verklaart het beroep tegen het besluit van 17 maart 2026, V-[…], niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.

w.g. Essenburg
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Hanrath
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2026

392


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon