Uitspraak 202304799/1/R3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3079
- Datum uitspraak
- 26 mei 2026
- Inhoudsindicatie
- De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift bedraagt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 6:24 van de Awb zes weken. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de uitspraak is bekendgemaakt. Dat betekent dat de termijn afliep op 7 juli 2023. De Afdeling stelt vast dat het hogerberoepschrift is ingediend via het Digitaal loket op 10 juli 2023. Dat is buiten de termijn en dus te laat. De Afdeling heeft [appellant] de mogelijkheid gegeven toe te lichten waarom de termijnoverschrijding volgens hem verschoonbaar is. Wat [appellant] heeft aangevoerd, bevat geen redenen voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, waarbij van belang is dat de door [appellant] genoemde feiten en omstandigheden dateren van na het instellen van het hoger beroep.
- Hoger beroep
- Mondelinge uitspraak
- Hoger Beroep - Overige
Toon inhoud
202304799/1/R3.
Datum uitspraak: 26 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Dordrecht,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 mei 2023 in zaak nr. 21/6372 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht.
Openbare zitting gehouden op 26 mei 2026 om 10:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, voorzitter
griffier: mr. J.J.M.A. Wolvers-Poppelaars
Verschenen:
[appellant];
Het college, vertegenwoordigd door mr. P.J. van Bruggen;
[partij].
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 26 mei 2023 van de rechtbank Rotterdam.
Beslissing:
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Gronden:
1. De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift bedraagt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 6:24 van de Awb zes weken. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de uitspraak is bekendgemaakt. Dat betekent dat de termijn afliep op 7 juli 2023. De Afdeling stelt vast dat het hogerberoepschrift is ingediend via het Digitaal loket op 10 juli 2023. Dat is buiten de termijn en dus te laat. De Afdeling heeft [appellant] de mogelijkheid gegeven toe te lichten waarom de termijnoverschrijding volgens hem verschoonbaar is. Wat [appellant] heeft aangevoerd, bevat geen redenen voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, waarbij van belang is dat de door [appellant] genoemde feiten en omstandigheden dateren van na het instellen van het hoger beroep.
2. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Minderhoud
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Wolvers-Poppelaars
griffier
780-1116