Besluit adviescommissie afgesloten strafzaken 202PM.
- Kenmerk
- W16.26.00137/II
- Datum aanhangig
- 18 mei 2026
- Datum vastgesteld
- 24 juni 2026
- Datum advies
- 24 juni 2026
- Datum publicatie
- 29 juni 2026
- Vindplaats
- Website Raad van State
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 18 mei 2026, no.2026001060, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het Besluit houdende regels over de commissie die adviseert over het doen van een nader onderzoek als bedoeld in artikel 5.8.5 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit regelt de samenstelling, inrichting, bevoegdheden en werkwijze van de Adviescommissie afgesloten strafzaken. Deze commissie is ingesteld bij Besluit van 12 september 2012. (zie noot 1) Dit besluit is vervolgens drie keer op een onderdeel gewijzigd. De inhoud van het huidige besluit is in het kader van het wetgevingsprogramma nieuw Wetboek van Strafvordering ongewijzigd overgenomen in het ontwerpbesluit. (zie noot 2)
In het algemene deel van de Nota van Toelichting bij het ontwerpbesluit worden de drie wijzigingen van het Besluit van 12 september 2012 inhoudelijk nader toegelicht, met daarbij de vindplaatsen van deze wijzigingen. (zie noot 3) De Nota voorziet daarnaast in een artikelsgewijze toelichting en een transponeringstabel. In de artikelsgewijze toelichting is telkens aangegeven dat de bepaling ongewijzigd is overgenomen uit het huidige besluit, waarna een parafrasering van de bepaling volgt. Een verdere toelichting ontbreekt. Hierdoor ontbreekt inzicht in de overwegingen die destijds aan de in de regeling gemaakte keuzes ten grondslag hebben gelegen en die de regering kennelijk nog onverkort relevant acht. Daardoor schiet de zelfstandige leesbaarheid van de toelichting tekort.
De Afdeling advisering van de Raad van State benadrukt het belang van de zelfstandige leesbaarheid van toelichtingen, in het bijzonder voor de rechtspraktijk. (zie noot 4) De toelichting dient inzicht te bieden in wat met een bepaling wordt beoogd en welke overwegingen ten grondslag liggen aan de door de regering gemaakte keuzes. Voor zover nog steeds van toepassing, kan hiervoor de oude toelichting worden omgezet naar de nieuwe.
Bij omvangrijke regelingen kan het zijn dat de toelichting hierdoor onaanvaardbaar lang wordt. De Afdeling begrijpt dat er in dat geval op sommige onderdelen volstaan wordt met een verwijzing. Die situatie is echter niet aan de orde bij het ontwerpbesluit, gelet op de omvang daarvan. Een samenhangende, inzichtelijke en zelfstandig leesbare toelichting is in dit geval niet alleen mogelijk, maar ook wenselijk gelet op de belangrijke taak van de Adviescommissie afgesloten strafzaken in het kader van herzieningsaanvragen. Dit ligt temeer in de rede nu sprake is van het ongewijzigd overnemen van een besluit in het kader van een nieuw Wetboek van Strafvordering.
De Afdeling adviseert de zelfstandige leesbaarheid van de toelichting te verbeteren.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Voetnoten
(1) Stb. 2012, 405.
(2) Stb. 2026, 56 en 57.
(3) Nota van toelichting, Algemeen deel, paragraaf 1. Inleiding.
(4) Zie eerder bijvoorbeeld het advies van 13 september 2021, punt 1.a, W06.21.0265/III, het advies van 20 april 2022, W16.22.0027/II, en het advies van 22 september 2022, punt 2.a, W06.22.0135/III. Zie verder M. Nap, ‘Zelfstandige leesbaarheid’, RegelMaat 2024 (39) 1.