Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200400303/2

Uitspraak 200400303/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AO2960
Datum uitspraak
27 januari 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 mei 2003 heeft verzoeker een verzoek van [wederpartij] om een aantal documenten openbaar te maken, gedeeltelijk afgewezen.
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200400303/2.
Datum uitspraak: 27 januari 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
verzoeker,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam van 10 december 2003 in het geding tussen:

[wederpartij], gevestigd te [plaats],

en

verzoeker.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 mei 2003 heeft verzoeker een verzoek van [wederpartij] om een aantal documenten openbaar te maken, gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 22 augustus 2003 heeft verzoeker, beslissend op het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar, het besluit van 1 mei 2003 gedeeltelijk herzien.

Bij uitspraak van 10 december 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar gedeeltelijk vernietigd en bepaald dat verzoeker in zoverre een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 13 januari 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Voorts
heeft hij de Voorzitter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen, dat hangende hoger beroep niet opnieuw op het door [wederpartij] gemaakte bezwaar behoeft te worden beslist.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 januari 2004, waar verzoeker, vertegenwoordigd door mr. J.P. Heinrich, advocaat te Den Haag, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Namens verzoeker is betoogd dat de voorzieningenrechter bij zijn oordeel over openbaarmaking van documenten met aangegeven inventarisnummers ten onrechte eraan is voorbijgegaan dat elk inventarisnummer meerdere documenten omvat. Verzoeker vreest dat hij, bij gebrek aan een andere weigeringsgrond dan die welke door de voorzieningenrechter ondeugdelijk is bevonden, om die reden documenten openbaar moet maken die daarvoor niet in aanmerking komen.

In aanmerking genomen dat in het kader van dit verzoek om voorlopige voorziening geen plaats is voor een uitputtend onderzoek naar alle documenten waarop het geschil betrekking heeft, acht de Voorzitter voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake kan zijn van onomkeerbare gevolgen bij afwijzing van het verzoek.

Van de zijde van [wederpartij] is niet, althans onvoldoende, aangegeven waarin haar belang is gelegen bij het verkrijgen van een spoedige nieuwe beslissing op bezwaar. Aangezien [wederpartij] heeft afgezien van het verschijnen ter zitting is op dit punt ook geen nadere duidelijkheid verkregen.

2.3. Onder die omstandigheden, mede in aanmerking genomen de mogelijkheid om het hoger beroep versneld te behandelen, bestaat aanleiding voor het treffen van na te melden voorziening.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker geen nieuwe beslissing op het bezwaar hoeft te nemen, voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.Z.C. Koutstaal, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Koutstaal
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2004

383.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon