Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202600348/3/A3

Uitspraak 202600348/3/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2338
Datum uitspraak
23 april 2026
Inhoudsindicatie
[appellante] heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal mogen nemen. Zij wil niet dat het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kennisneemt van haar medische gegevens. Volgens haar kan het college zich zonder kennis van die gegevens in voldoende mate verweren.
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202600348/3/A3.
Datum beslissing: 23 april 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het hoger beroep van:

[appellante], wonend in Rotterdam,
appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 december 2025 in zaken nrs. 25/8505, 25/8506, 25/8507 en 25/8508 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.

Procesverloop

[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 december 2025 in zaken nrs. 25/8505, 25/8506, 25/8507 en 25/8508.

[appellante] heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Het betreft informatie over haar medische toestand.

Overwegingen

1.       [appellante] heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal mogen nemen. Zij wil niet dat het college kennisneemt van haar medische gegevens. Volgens haar kan het college zich zonder kennis van die gegevens in voldoende mate verweren.

2.       Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3.       De gegevens die [appellante] heeft overgelegd, zijn gegevens over haar medische toestand. Gegevens over de gezondheid zijn bijzondere persoonsgegevens. Verstrekking van de stukken aan het college zou het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [appellante] kunnen schaden. Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [appellante] in dit geval zwaarder dan het belang van het college om van deze stukken kennis te nemen. Daarbij is van belang dat het college door de beperkte kennisneming niet zodanig in zijn procesbelang wordt geschaad, dat zijn belang zwaarder moet wegen.

4.       De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek toe.

Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Renkema, griffier.

w.g. Van den Biggelaar
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer

w.g. Renkema
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026

1071


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon