Uitspraak BRS.26.001929
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:2203
- Datum uitspraak
- 21 april 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 17 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in bewaring gesteld.
- Voorlopige voorziening
- Bewaring
Toon inhoud
BRS.26.001929
ECLI:NL:RVS:2026:2203
Datum uitspraak: 21 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 27 maart 2026 in zaak nr. NL26.14918 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 17 maart 2026 heeft de minister verzoeker in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 27 maart 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De enige grief gaat over een rechtsvraag waarnaar de Afdeling nader onderzoek moet doen. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter is daarbij niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank in stand zal blijven.
2. In het licht van artikel 5 van het EVRM komt aan het belang van de verzoeker bij het opheffen van de maatregel meer gewicht toe dan aan het belang van de minister bij het voortduren daarvan. De voorzieningenrechter heft de maatregel daarom met ingang van vandaag op.
3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Over de rechtmatigheid van de bewaring en eventuele schadevergoeding zal in de bodemprocedure worden beslist.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de maatregel van bewaring met ingang van vandaag wordt opgeheven.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.J.P.G. van Bekhoven, griffier.
w.g. De Poorter
voorzieningenrechter
w.g. Van Bekhoven
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2026
959