Uitspraak BRS.26.000520
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:1259
- Datum uitspraak
- 6 maart 2026
- Inhoudsindicatie
- Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
- Hoger beroep
- Asiel
Toon inhoud
BRS.26.000520
ECLI:NL:RVS:2026:1259
Datum uitspraak: 6 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 13 januari 2026 in zaak nr. NL25.40697 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
Bij uitspraak van 13 januari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, bepaald dat de minister binnen twee weken alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt, en dat de minister aan appellant een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag dat hij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00.
Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Appellant heeft het hogerberoepschrift niet ondertekend. De griffier heeft appellant bij aangetekend verzonden brief van 2 februari 2026 gewezen op dit verzuim en tot en met 16 februari 2026 in de gelegenheid gesteld het te herstellen. In die brief staat ook dat de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk kan verklaren, als appellant het verzuim niet binnen de gestelde termijn herstelt. Appellant heeft het hogerberoepschrift binnen de gestelde termijn niet alsnog ondertekend.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Huizer, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Huizer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2026
987