Uitspraak 202600485/1/A2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:840
- Datum uitspraak
- 13 februari 2026
- Inhoudsindicatie
- Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Winterswijk van 6 februari 2026, waarbij, voor zover van belang, de kandidatenlijst van de politieke groepering ORDA/ORP geldig is verklaard en de kandidaat op plaats 1 van die lijst, F.A.E. Dielen, is gehandhaafd. Dielen wenst niet langer op de kandidatenlijst te staan, wegens bedreiging van zijn gezin en familie. De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kieswet
Toon inhoud
202600485/1/A2.
Datum uitspraak: 13 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
F.A.E. Dielen, wonend in Winterswijk,
appellant,
en
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Winterswijk,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 13 februari 2026 om 11:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzitter
Staatsraad mr. C.C.W. Lange, lid
Staatsraad mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid
griffier: mr. A.S. Rietveld
Verschenen:
het centraal stembureau, vertegenwoordigd door B.J.L. Kuijer en J.H.B. Paumen;
de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. drs. A.J. Trouborst.
Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 6 februari 2026, waarbij, voor zover van belang, de kandidatenlijst van de politieke groepering ORDA/ORP geldig is verklaard en de kandidaat op plaats 1 van die lijst, F.A.E. Dielen, is gehandhaafd. Dielen wenst niet langer op de kandidatenlijst te staan, wegens bedreiging van zijn gezin en familie.
De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Gronden:
Dielen is op grond van artikel 8:41 van de Awb voor het door hem ingestelde beroep griffierecht verschuldigd. Een beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, indien storting of bijschrijving van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van een beroepschrift is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
In artikel G 5, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel D 8, tweede lid, van de Kieswet, is in afwijking van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb bepaald dat de termijn, binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag moet plaatsvinden, twee weken bedraagt. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een kortere termijn stellen.
Dielen is bij brief van 11 februari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk tot op de zitting van 13 februari 2026 kon worden betaald. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat Dielen in verzuim is geweest.
w.g. Borman
voorzitter
w.g. Rietveld
griffier
1064