Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202505767/1/A2

Uitspraak 202505767/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:749
Datum uitspraak
11 februari 2026
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 22 januari 2025, in zaak nr. 202405023/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:147, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak zich onbevoegd verklaard om van het beroep van [verzoeker] kennis te nemen. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.
  • Herziening
  • Studentenzaken

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202505767/1/A2.
Datum uitspraak: 11 februari 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,

om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 22 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:147.

Procesverloop

Bij uitspraak van 22 januari 2025, in zaak nr. 202405023/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:147, heeft de Afdeling zich onbevoegd verklaard om van het beroep van [verzoeker] kennis te nemen.

[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

De Afdeling heeft het verzoek op een zitting behandeld op 3 februari 2026, waar [verzoeker] is verschenen.

Overwegingen

1.       Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt:

"De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.       De Afdeling stelt voorop dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

3.       Naar het oordeel van de Afdeling heeft [verzoeker] geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. De Afdeling merkt op dat wat [verzoeker] in deze procedure aanvoert hij ook al heeft aangevoerd in de vorige procedure. Het gaat hier met andere woorden niet om feiten of omstandigheden die bij [verzoeker] vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn. Deze feiten en omstandigheden heeft de Afdeling betrokken in haar uitspraak van 22 januari 2025. Wat [verzoeker] heeft aangevoerd komt neer op een heropening van het debat, omdat hij het niet eens is met de uitspraak van 22 januari 2025. Zoals onder 2 overwogen, kan dat niet leiden tot herziening van de uitspraak.

4.       Het verzoek om herziening wordt afgewezen. De proceskosten hoeven niet te worden vergoed.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek om herziening af.

Aldus vastgesteld door mr. G.T.J.M. Jurgens, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Rietveld, griffier.

w.g. Jurgens
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Rietveld
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon