Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202504087/1/A3

Uitspraak 202504087/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5027
Datum uitspraak
6 oktober 2025
Inhoudsindicatie
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 3 juni 2025, waarbij de rechtbank zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 19 november 2024 ongegrond heeft verklaard. De uitspraak van de rechtbank van 3 juni 2025 is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. Gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, kan daartegen geen hoger beroep worden ingesteld. In haar uitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447, heeft de Afdeling overwogen dat zij in het vervolg bij procedures die [appellant] bij haar aanhangig maakt steeds eerst zal onderzoeken of [appellant] ook met die nieuwe procedure misbruik van recht maakt.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202504087/1/A3.
Datum uitspraak: 6 oktober 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 3 juni 2025 in zaak nr. 24/4758-V op het verzet van:

[appellant]

tegen de uitspraak van de rechtbank van 19 november 2024 in zaak nr. 24/4758.

Procesverloop

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 3 juni 2025, waarbij de rechtbank zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 19 november 2024 ongegrond heeft verklaard.

Overwegingen

1.       De uitspraak van de rechtbank van 3 juni 2025 is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. Gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, kan daartegen geen hoger beroep worden ingesteld. Voor kennisneming van een hoger beroep in weerwil van deze bepaling kan grond bestaan, in geval van zodanige schending van beginselen van een goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen, dat geoordeeld moet worden dat er geen eerlijk proces is geweest. [appellant] heeft geen enkel aanknopingspunt aangereikt voor die conclusie. Hij heeft alleen maar duidelijk gemaakt dat en waarom hij het met de uitspraak van de rechtbank niet eens is. Terwijl hij weet dat dit de maatstaf is. Hij heeft dit namelijk al vele malen eerder geprobeerd.

2.       In haar uitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447, heeft de Afdeling overwogen dat zij in het vervolg bij procedures die [appellant] bij haar aanhangig maakt steeds eerst zal onderzoeken of [appellant] ook met die nieuwe procedure misbruik van recht maakt. Ook het nieuwe hogerberoepschrift van [appellant] en de stukken die hij eerder in de procedure heeft ingediend passen in het in de uitspraak van 23 juli 2025 uitgebreid besproken patroon in het procedeergedrag van [appellant]. [appellant] laat zich ook in zijn nieuwe hogerberoepschrift op een ontoelaatbare manier beledigend uit, nu over de rechters van de rechtbank die uitspraak hebben gedaan op zijn beroep en zijn verzet. De Afdeling stelt vast dat [appellant] ook in deze zaak misbruik van recht maakt. Om die reden is het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. Dijkshoorn, griffier.

w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Dijkshoorn
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2025


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon